Zet als we sterven alle tellers weer op nul

Hoe zou onze samenleving eruitzien als er geen erfenissen meer zouden bestaan? Volgens Stephan van Duin zou dat een rechtvaardiger systeem opleveren.

Onze samenleving wordt diverser; we kennen meer beroepen die steeds meer gespecialiseerd zijn. Maar in onze samenleving zit er een keerzijde aan die diversiteit, terwijl de natuur er juist wel bij vaart. Het verschil? De natuur is circulair, terwijl onze economie lineair is. Dat laatste is niet echt duurzaam en dat uit zich via de opeenhoping van geld en middelen, die de kloof tussen (extreem) rijk en arm breder maakt. In die kloof zit één belangrijke wig die hem langzaam vergroot – de erfenis. Tijd om die eens af te schaffen.

Maar eerst: hoe is het zover gekomen? Wanneer is de beloning voor ons werk losgekoppeld van wat we nodig hebben? Met het ontstaan van specialisten. Dat begon tienduizenden jaren geleden met ‘boer’, ‘soldaat’ en ‘arbeider’, en dat is verder gediversifieerd naar respectievelijk bollenboer, melkveehouder en spruitjesteler, ME’er, marinier en wijkagent en machinebankwerker, timmerman en schilder. Op zichzelf een interessante en logische ontwikkeling, want zo leerde iedereen één ding heel goed, en kon hij die meerwaarde verkopen om zijn eigen gebrek in andere vaardigheden te compenseren. Expertise zorgde – en zorgt zo nog steeds – voor vooruitgang.

Vergevorderde specialisatie heeft echter ook ondoorgrondelijkheid tot gevolg – onzichtbaar en vaak onbewust, tot de bom barst. Soms steekt iemand de lont aan met een simpele vraag: wát sproeit die boer over mijn eten? Wáárom heeft iemand de subprime hypotheek bedacht? Gelukkig barsten sommige van deze bommen, want het zorgt – als het goed is – voor een (gedeeltelijke) reset van het systeem.

Maar niet elke bom barst, en uiteindelijk zorgt specialisatie voor overvloed bij de beste experts – kunde is nu eenmaal wat waard. Dit geldt voor iedereen die iets goed kan, van wetenschapper tot designer. Maar laten we als voorbeeld een bankier nemen; geld is toch een eenvoudig middel om in te denken, en het is het product waar alle andere kunde uiteindelijk in omgezet wordt. Een succesvolle bankier verdient gedurende zijn leven veel geld. Bij zijn dood zit dat voor een deel in de kinderen en hun opvoeding of opleiding, maar een heel groot deel in een beperkt gespreide erfenis. Er wordt natuurlijk wat belasting afgedragen, maar toch hoopt het geld zich op.

Van beurs naar biotoop

Er zit dus een richting aan die accumulatie van middelen. En die richting draait, op wat afgedragen belasting na, nooit meer om. Deze lineaire benadering weerspiegelt onze huidige economie: we halen olie uit de grond, maken er een verlijmde plastic ventilator van die niemand ooit meer open krijgt, en als hij stuk is gaat het arme ding de verbrandingsoven in. Gelukkig gaan er steeds meer handen op elkaar voor de circulaire economie, waarin een product of zijn onderdelen hergebruikt worden. Het is tijd dat we niet alleen onze producten circulair gaan inzetten, maar dat we ook stoppen met die lineaire stroom van kapitaal.

Om het punt te illustreren gaan we van beurs naar biotoop. De natuur, met zijn muizen en olifanten, doet het anders, maar er zijn parallellen met de wereld van de bankier. Ook in de natuur heb je experts die een specialistische rol vervullen in het grote geheel. En ook daar heb je grote jongens die tijdens hun leven veel verzamelen. Dat is natuurlijk geen geld, maar wel biomassa. Dat drukken we even uit in koolstof, het molecuul dat leven mogelijk maakt en waar we voor een groot deel uit bestaan.

Olifanten zijn van die typische grote jongens, die tijdens hun leven heel veel koolstof verzamelen – een ton of vijf. Ze krijgen kinderen die, net als de verwende telgen van de bankier, profiteren van de overvloed; een olifantenkalf bevat nu eenmaal meer koolstof dan een puppy. Op zichzelf niet gek; wie het breed heeft laat zijn kinderen daarvan meegenieten.

De parallel gaat door. Er wordt door deze groten der aarde namelijk ook meer belasting afgedragen in de vorm van poep: een olifant staat via zijn ontlasting meer koolstof af aan het ecosysteem dan een muis. En net als belasting is die mest is vaak meer dan welkom; onlangs werd voor sommige koraalriffen bepaald dat het systeem alleen kan overleven omdat er sponzenstront aanwezig is. Het is dus wat wrang dat de olifanten van de mensenwereld proberen hun keutel zo klein mogelijk te maken.

Maar er is één essentieel verschil met de bankier: de natuur kent geen erfenis. Hoe groot een dier of plant ook is, als hij sterft, dan komt álle koolstof die hij gedurende zijn leven verzamelde weer terug in de economie die het ecosysteem eigenlijk is. De olifant verteert en het hele ecosysteem profiteert: van de gieren tot de wormen tot de micro-organismen tot de planten tot de volgende olifant.

Rechtvaardig, liberaal

Hoe zou onze samenleving gedijen als de erfenis zou verdwijnen? Het zou het meest rechtvaardige liberale systeem worden dat ik me kan indenken, zonder te vervallen in socialistische naïviteit. Er wordt individuen geen strobreed in de weg gelegd een grootheid te worden. Daarbij worden ze ontegenzeggelijk een beetje op weg geholpen door hun achtergrond. Maar zodra ze sterven, gaan alle tellers weer op nul: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Dit lijkt me een goed klimaat om ambitieus in te zijn, want het loont meer om hard te werken en succesvol te zijn – ook voor je kinderen. Maar het voorkomt tegelijkertijd wel de absurde accumulatie van middelen die op het moment de top 1 procent karakteriseert en de economie steeds verder op de knieën dwingt.