Wat wint de FNV met een mars in Utrecht?

Zullen ze leuk vinden in Utrecht. Op de laatste zaterdag dat de mensen Sinterklaasinkopen kunnen doen, houdt vakcentrale FNV een mars door de stad. Motto op de spandoeken? Meer koopkracht! Hallelujah, prijs de Heer(ts).

Extra geld voor alleman, is de boodschap van voorzitter Ton Heerts. Dat moet ook werkgevers aanspreken. Maar of de directeuren van Blokker, Albert Heijn, Wehkamp of de Bijenkorf meelopen? Weinig kans. Werkgeversorganisatie VNO-NCW houdt de rijen gesloten. Anton Dreesmann (1923-2000), de koning van de winkelketens, was dertig jaar geleden in de vorige crisis de lievelingsondernemer op links. Hij zag niks in loonmatiging. Slecht voor zijn kassa’s. Zijn stemgeluid wordt node gemist. VNO-NCW schuift wel op en is tegen ‘generieke loonmatiging’. Hogere lonen mogen, hogere loonkosten niet. Geen waterbelasting, geen hogere werkgeversbijdragen aan zorgpremies.

Zaterdagmiddag worden macht en relevantie van de FNV afgelezen aan de opkomst. Dus reken maar dat de schattingen van de politie en de organisatie uiteen zullen lopen. De beste barometer zal zijn: hoeveel extra omzet maken winkeliers dankzij de toegestroomde FNV-massa.

Het motto van de mars suggereert cao-onderhandelingen. Dat is schijn. Hier wordt geen cao afgesloten. Kijk maar naar het tweede marsmotto: Bezuinigen is geen werk.

Dit is een politieke mars. De FNV heeft bijna vier maal zoveel leden als de politieke partijen in de Tweede Kamer samen: ruim 1,14 miljoen versus ruim 300.000. Maar: slechts een op de vijf werknemers is in Nederland nog lid van een vakbond. Een dieptepunt.

De vraag is wel: wat heeft de FNV met de mars te winnen?

Niks.

Het middel én het doel werken niet. Eerst het middel. In april heeft de vakbeweging met de werkgevers en het kabinet een sociaal akkoord gesloten. De inhoud daarvan heeft het kabinet vervolgens deels aangetast in ruil voor politieke steun in de Eerste Kamer. Van dat sociaal akkoord is sindsdien weinig meer vernomen, terwijl het juist een impuls moest geven aan grotere relevantie voor de vakbonden in sociale zekerheid en medezeggenschap. Een mars door Utrecht is natuurlijk goed voor het ‘Wij FNV-gevoel’, maar spijkers met koppen sla je elders.

Het is overigens niet de eerste keer dat een sociaal akkoord gevolgd wordt door acties die niks opleveren. Het fameuze akkoord van Wassenaar (1982), dat de weg baande voor groeiherstel, werd binnen een jaar gevolgd door langdurige stakingen. (Meer zien? Op m’n twitteradres @menno_tamminga staat een verwijzing naar een sublieme aflevering daarover van tv-programma Andere Tijden).

Deze politieke mars kiest ook het verkeerde doel. De strijd tegen bezuinigingen is gestreden, Het kabinet Rutte II heeft nu de politieke meerderheid om zijn macht door te zetten. Het verzet van de FNV hiertegen is in essentie verzet tegen aantasting van de traditionele verzorgingsstaat. Daarmee trekt de FNV politieke steun van de economisch-nationalistische partijen: SP, PVV, de ‘linkse’ vleugel van de PvdA. Die ‘oranje-rode’ coalitie is echter niet coherent en werkt eerder als splijtzwam dan als bindmiddel binnen de vakbond.

Bovendien vereist het behoud van de verzorgingsstaat dat werknemers in publieke dienst en de gezondheidzorg op een permanente nullijn zitten om voortdurende kostenoverschrijdingen te voorkomen. Anders volgen voortdurende premie- en belastingverhogingen om dat te betalen. Een nullijn in de publieke dienst zorgt echter voor een groeiende kloof met loonstijgingen in de winstgevende, exporterende sectoren. Zo drijft de FNV zelf een wig tussen zijn grootste bonden: de publieke werkers en de leden in de commerciële sectoren.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.