Vliegtuigpassagiers mogen van de EU te veel claimen

illustratie Pavel Constantin

Luchtvaart

Dolf de Groot schrijft 23 november over schadeclaims van passagiers en luchtvaartmaatschappijen die stelselmatig jurisprudentie over schadevergoedingen negeren. Juridisch mag De Groot gelijk hebben, maar of de kop ‘De passagier is de sigaar’ de lading dekt, is de vraag. EU wetgeving is nogal eens ‘over the top’. De VS hebben het overboeken van vluchten aan banden gelegd door luchtvaartmaatschappijen fikse boetes op te leggen. Helaas is Europa doorgeschoten door niet alleen in geval van overboeking maar ook bij vertragingen boetes toe te kennen tot € 600. Als er echter geen schade is geleden, is er ook geen recht op compensatie, een volledig acceptabel uitgangspunt.

Het voorbeeld van De Groot maakt duidelijk hoe onbillijk het recht op compensatie kan uitwerken. Een vlucht van United Airlines van Amsterdam naar Chicago moet een geforceerde tussenlanding maken op de luchthaven van Londen, waarschijnlijk in verband met een motorprobleem. In de luchtvaart gaat safety voor alles en de overheid heeft strenge eisen gesteld aan de luchtwaardigheid. Voor de luchtvaartmaatschappij brengt zo'n tussenlanding met vertraging kosten met zich mee die in de tienduizenden euro’s kunnen lopen, nog afgezien van de verstoring van opvolgende vluchten, crewschema’s etc. Uiteindelijk komen de passagiers veilig maar met vertraging aan op hun eindbestemming Chicago. Desondanks kan onder de EU-wetgeving en en de jurisprudentie van het Europees Hof aanspraak worden gemaakt op schadevergoeding.

Een ander voorbeeld:de all-in vakantiereis van een familie van 4 volwassenen en 4 kinderen naar Turkije. Door een technische vertraging van 6 uur kon dit gezin aanspraak maken op 8 x € 600 = € 4800, terwijl de all-in vakantie slechts € 3600 had gekost.

De stelling dat de passagier de sigaar is, lijkt gezien deze voorbeelden moeilijk houdbaar. Eerder zijn de luchtvaartmaatschappijen de sigaar door de doorschietende EU regelgeving en rechtspraak. Dat luchtvaartmaatschappijen blijven weigeren zich neer te leggen bij de Europese verordening EG 261/2004 . Dat is niet goed te praten, maar wel begrijpelijk. Als de EU blijft doorgaan met het afkondigen van verordeningen, die een EU-overschrijdend effect hebben en schijnbaar niet stoelen op redelijkheid en billijkheid, zal men in de toekomst rekening moeten blijven houden met tegenstand.

R.H. Bluemink