Vaak zijn het hele normale jongens

Wat bezielt daders van straatgeweld? Experimenten laten zien dat onder groepsdruk bijna iedereen in staat is tot verschrikkelijke dingen Straffen helpt niet altijd

Verslaggevers

We lopen allemaal rond met het idee dat er een stereotype is van boze mensen die boze dingen doen. De mensen die anderen op straat zonder reden in elkaar slaan, dat zijn gewoon slechte mensen. In de gevangenis moeten ze, het liefst zo lang mogelijk. Zoals de jongens die in Eindhoven een man mishandelden, omdat hij hen aansprak op het vernielen van een fiets. En tegen zijn hoofd bleven schoppen toen hij al op de grond lag. In hoger beroep wordt deze week een hogere straf tegen hen geëist.

Maar dat algemene beeld over daders van straatgeweld klopt niet, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit van Maastricht. Bijna iedereen is tot verschrikkelijke dingen in staat als omstandigheden hem ertoe aanzetten. Dat blijkt ook uit onderzoeken. Neem het Stanford Prison Experiment, waarin gewone mensen in de rol van bewaker werden aangemoedigd om gevangenen wreed te behandelen: ze deden het.

Dit effect is bekend als het lucifer-effect en wordt nog verder versterkt in een groep. De kleinste sociale druk kan al tot fout gedrag leiden, zegt Merckelbach.

Mensen voelen zich in een groep namelijk niet verantwoordelijk voor het gedrag van die groep. Er vindt dan zogeheten diffusion of responsibility plaats: niemand neemt de leiding. Loopt er bijvoorbeeld na een ongeluk een grote groep mensen naar de plaats van het ongeval, dan duurt het langer voordat de politie wordt gebeld dan wanneer er maar één iemand in de buurt is.

Datzelfde gebeurt bij straatgeweld. Individueel zeggen de leden van een vriendengroep waarschijnlijk sneller ‘hou daarmee op’, dan wanneer ze samen zijn.

Daarnaast is alcoholgebruik een grote bron van agressief gedrag, zegt Merckelbach. Dat komt door de verlammende werking op je beoordelend vermogen wanneer je te veel hebt gedronken. Het is geen toeval dat straatgeweld vaak plaatsvindt als mensen uit het café komen.

Tot zo ver de daders. Hoe zit het met de slachtoffers van straatgeweld?

Behalve het fysieke letsel kunnen slachtoffers nog lang last hebben van de psychologische gevolgen van een mishandeling. De meesten verwerken de schok op eigen kracht en met steun vanuit hun omgeving, zegt Peter van den der Velden, hoogleraar slachtofferwetenschap aan de Universiteit van Tilburg. „Maar bij een klein deel van de slachtoffers is het leven voor langere tijd sterk ontregeld. Ze kunnen een psychische stoornis ontwikkelen, voelen zich constant bang op straat en zoeken een uitweg in drank of slaappillen.”

Als een dader zijn slachtoffer misschien wel levenslang beschadigt, wat is dan een terechte straf?

Dat is lastig te bepalen, zegt Jan-Dirk de Jong, criminoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Als samenleving zijn we boos en gefrustreerd, helemaal als we de beelden zien.” Het is begrijpelijk dat mensen willen dat de daders worden opgesloten: dat zou de samenleving beschermen en zorgt voor een gevoel van vergelding.

Maar de jongens die in de gevangenis belanden doet de straf niet per se goed. Jongeren kunnen in de gevangenis door criminelen op het verkeerde pad worden gebracht. Ze kunnen getraumatiseerd raken. Of agressiever en argwanender de gevangenis uitkomen dan ze erin gingen, zegt De Jong.

Wel kunnen kunnen we de kans op dit soort delicten verkleinen, zegt hoogleraar rechtspsychologie Merckelbach. Bijvoorbeeld door een gewelddadige groep in zijn geheel verantwoordelijk te stellen voor wangedrag, ook de jongens die alleen toekeken, maar er wel bij hoorden. Dat gebeurt nu ook vaker.

Daarnaast gaat het bijna altijd om dronken jongens. Het is daarom goed dat de alcoholgrens vanaf januari wordt verhoogd naar achttien jaar, vindt Merckelbach.

Hij zou ook graag zien dat de gevaren van alcohol vaker werden benadrukt, bijvoorbeeld door een bijsluiter bij drank over de neveneffecten van alcoholgebruik – en al helemaal over de interactie tussen alcohol en drugs, zoals cocaïne.