Tweede man van Renault moet Peugeot gaan redden

Carlos Tavares wordt de nieuwe topman van het Franse autoconcern PSA. Zijn voorganger ziet af van een miljoenenpensioen.

Foto Bloomberg

De Portugees Carlos Tavares maakte deze zomer van zijn ambities geen geheim. Tegen persbureau Bloomberg zei de nummer twee van Renault dat hij er, na ruim dertig jaar in de auto-industrie, aan toe is de hoogste baas van een van de grote concerns te worden.

Tavares, die bekendstaat als slim strateeg, zal wel hebben ingecalculeerd dat de nummer één van zijn bedrijf, bestuursvoorzitter Carlos Ghosn, met die openhartigheid weinig gelukkig was. Hij vertrok, maar hoefde niet lang te wachten op nieuw emplooi: deze week bevestigde PSA, het kwakkelende moederbedrijf van Peugeot en Citroën, dat de 55-jarige Tavares „in de loop van volgend jaar” topman Philippe Varin mag opvolgen.

Tegen die tijd hoopt Varin, die Tavares zelf zou hebben voorgedragen, een akkoord te hebben gesloten met de Franse staat en het Chinese staatsbedrijf Dongfeng over een kapitaalinjectie van 3 à 4 miljard euro. Frankrijk en Dongfeng krijgen volgens bronnen rond de onderhandelingen beide mogelijk 29 procent van de aandelen en nemen daarmee de macht weg bij de familie Peugeot, die nu nog ruim een kwart van de aandelen en tweevijfde van de stemrechten heeft.

Al jaren verkeert PSA in zwaar, vooral door verkeerde strategische keuzes, zeggen analisten. Hoewel PSA, anders dan Renault, vroeg in China aanwezig was, is de tweede autoproducent van Europa (na Volkswagen) nog altijd voor 60 procent van zijn verkopen afhankelijk van de slechte Europese markt.

Onder Varin begon een herstructurering waarbij dit jaar 11.000 banen verdwenen. Maar omdat de fabrieken van PSA in Europa een forse overcapaciteit hebben (ze draaien gemiddeld op 73 procent), is het eind nog niet in zicht. De omzet daalde in de eerste drie kwartalen met 3,8 procent.

Na een volle dag publieke ophef heeft Varin tegen die achtergrond gisteravond beloofd af te zien van een eerder overeengekomen pensioenuitkering van 21 miljoen euro over 25 jaar. Dat bedrag werd gisterochtend door de radicale vakbond CGT geopenbaard. Werknemers en politici waren verontwaardigd dat de man die het bedrijf maar vier jaar leidde en miljarden van de staat nodig had om een faillissement af te wenden met zoveel geld kon afzwaaien.

Het tekent de verhoudingen tussen de baas en zijn bedrijf. Maar over de opvolger zijn de vakbonden vooralsnog overwegend positief. Met Tavares krijgt PSA voor het eerst in lange tijd weer een echte kenner van de auto-industrie aan de top, iemand die in techniek geïnteresseerd is.

De bedaagde Varin, nu 61 jaar oud, kwam van staalconcern Corus, zijn voorganger Jacques Streiff van vliegtuigbouwer Airbus. Beiden kregen de kritiek de autowereld niet goed genoeg te kennen.

Deels dankzij een alliantie met het Japanse Nissan, maar bijvoorbeeld ook door de succesvolle low-cost-auto Dacia, is Tavares’ vorige werkgever Renault de crisis aanzienlijk beter doorgekomen dan ‘het merk van de leeuw’, zoals Peugeot steevast in de Franse pers genoemd wordt.

De nieuwe topman, die in januari aan de zijde van Varin bij PSA begint, was nauw betrokken bij het partnerschap met Nissan en moet met het nieuwe geld van Dongfeng en de Franse staat naar het voorbeeld van zijn oude werkgever allianties smeden en nieuwe markten aanboren. Hij is blijkbaar niet gehouden aan een concurrentiebeding – wat de vakbonden van Renault „bizar” noemen.

Voordat Tavares een nieuwe strategie kan uitzetten, zal de familie Peugeot nog wel akkoord moeten gaan met de nieuwe aandeelhouders. Al eind oktober werd een formele aankondiging van de intensievere Chinese samenwerking verwacht, maar die bleef toen uit.

Vorige week werd duidelijk dat de Peugeots aarzelend toestemming hebben gegeven om de ingewikkelde onderhandelingen voort te zetten, maar de familie zou volgens dagblad Le Figaro nog steeds „twijfels” hebben en overtuigd moeten worden „van de ernst van de situatie”. Voor die klus staat Varin in zijn laatste maanden.