Slachtoffer Ik heb hier het langst last van

Max kan dit stuk waarschijnlijk niet in één keer uitlezen. Als hij zich moet concentreren wordt hij misselijk, duizelig en krijgt hoofdpijn. Dat is sinds kort, sinds zes jongens hem van de fiets trokken en op zijn hoofd intrapten.

Max, een 24-jarige student technische bestuurskunde aan de TU Delft, fietst op 27 juli door het centrum van Delft naar huis. Als hij een bruggetje oprijdt, roepen een paar jongens wat naar hem. Max roept wat terug. Dan wordt hij van de fiets getrokken en krijgt hij klappen. Max kan zich er weinig van herinneren, alleen wat flarden. „Ik lag op de grond met mijn armen boven mijn gezicht. Het enige dat ik zag waren schoenen boven mijn hoofd.” De schoenen zouden zo hard op zijn hoofd stampen dat zijn hersenen beschadigden.

Concentreren kan Max zich nauwelijks meer. Toch wilde hij in september beginnen aan zijn master op de universiteit. „Ik heb het een week geprobeerd. Het ging niet. Ik moest twee weken bijkomen.”

Nu zit hij vooral veel thuis. Zijn studie moet later maar. Ook zijn sociale leven is moeilijker geworden. Afspreken met een groep vrienden kan maar heel kort, anders is het te druk. Wat wel gaat, is iedere dag een kwartiertje op de laptop, maximaal twee krantenartikelen per dag lezen en een uurtje televisie kijken. En hardlopen mag hij ook nog. Maar dat is het dan wel.

Met de hersenen van Max zal het weer goed komen, zeggen zijn artsen, maar dat kan een jaar duren, misschien zelfs langer. Wat niemand hem kan vertellen is hoe lang hij last zal hebben van de geestelijke schade. Pas had hij zijn intakegesprek bij een psycholoog. „Ik wil leren hoe ik hier mee om moet gaan. Ik zou hier later in mijn leven last van kunnen krijgen, en dat wil ik niet.”

Begin deze maand diende de rechtszaak tegen de jongens die hem in elkaar trapten. Voor het eerst sinds de molestatie zag Max ze. „Ik had verwacht dat ik angstig zou worden, maar ik werd juist heel boos. Dat die gasten gewoon even in een split second voor mij hebben besloten dat mijn leven nu anders is. En dat zij daar gewoon zaten zonder iets. Ja, ik werd echt boos.”

De rechtszaak was heftig voor Max. „Alles wordt in enorm detail herhaald. En je hebt advocaten die alles in twijfel trekken.” Wat Max ook raakte, was dat geen van de daders oprecht spijt betuigde. „Ze hebben wel gezegd dat het ze spijt, maar de manier waarop…”

Van de zes jongens kregen twee een celstraf. Zij staan op camerabeelden, de andere vier niet. De twee kregen celstraffen van zes maanden, waarvan vier voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. Max kan het niet geloven en denkt erover om in beroep te gaan. „Ik heb hier er langer last van dan zij, dat is toch heel vreemd.”

Bij het lezen van deze laatste zin is Max waarschijnlijk duizelig en misselijk.