Schrijfster Hermine de Graaf overleden

Hermine de Graaf bij de uitreiking van de Geert-Jan Lubberhuizenprijs in 1984 (Foto ANP/Dick Coersen)

In het Drentse Buinen is schrijfster Hermine de Graaf op 62-jarige leeftijd overleden. Ze was al enige tijd ziek.

De Graaf werd in 1951 in Winschoten geboren en maakte in 1984 naam met Een kaart, niet het gebied. De verhalenbundel werd in het jaar van verschijnen beloond met de Geertjan Lubberhuizenprijs voor het beste debuut.

Over dat debuut schrijft Kester Freriks in een vandaag in NRC Handelsblad gepubliceerde necrologie:

“Zij vond meteen haar toon en thematiek: geanimeerd,  soms zelfs blijhartig schrijven over weerbarstige, dwarse meisjes en vrouwen.”

De Graaf schreef tussen 1984 en 2002 twaalf boeken. Voor De regels van het huis ontving ze in 1988 de F. Bordewijkprijs, een literaire onderscheiding voor de schrijver van het beste Nederlandstalige prozaboek van het jaar. Die prijs ging later naar schrijvers als Arnon Grunberg en J.J. Voskuil.

Verder verwierf De Graaf met haar boeken een nominatie voor de AKO Literatuurprijs en stond ze op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. Daarnaast schreef ze voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad beschouwingen over literatuur en beeldende kunst.

Het meest opmerkelijke kenmerk in De Graafs oeuvre noemt Freriks het door haar gekozen vertelperspectief.

“Het knappe in De Graafs oeuvre is dat zij veelvuldig kiest voor de ik-persoon. Hierdoor is het of zij de lezer rechtstreeks toespreekt.”

De Graafs laatste roman was Mijn moeder en de duif (2002), een breed opgezette roman waarin ze een schrijfster beschrijft die balanceert op de rand van een zenuwinzinking. Samen met haar zusters moet ze, na de dood van hun moeder, een nieuw leven opbouwen.

Een bespreking van De Graafs De weg naar het pompstation uit 1996 leest u hier.