Schrappen in vaste lasten

Flexibel blijven is belangrijk. „Het geld moet niet vastzitten in stenen.”

In 2012 heeft het Utrechtse Expodium zijn tentoonstellingsruimte gesloten. De drie kunstenaars die in dienst waren, zijn als zzp’er doorgegaan. De stichting is nu een collectief. „Wij doen nu projecten voor derden onder de noemer van Expodium en halen daar ons geld mee op”, zegt Bart Witte. Dat is een ingrijpende verandering, want tussen 2003 en 2012 kreeg Expodium van de gemeente 160.000 tot 250.000 euro subsidie voor projecten over stedelijke ontwikkeling en de rol die kunst daarbij kan vervullen. „We hebben die white cube daarvoor niet nodig, wel een projectruimte in die wijken”, zegt Witte. Het voordeel: er zijn geen vaste kosten meer als huur en salarissen. „Ons doel is om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van subsidies, we zijn er klaar mee.”

Expodium heeft zich zo in extreme mate geflexibiliseerd, zoals anderen dat ook – al of niet gedwongen – doen. Fotodok, makers van tentoonstellingen met fotodocumentaires, heeft voor het eerst structurele subsidie – jaarlijks 75.000 euro van Utrecht – en vijf maanden per jaar een eigen ruimte, na jaren van steeds wisselende expositieruimtes. „Maar we willen flexibel blijven. Het geld moet niet vastzitten in stenen of in fte’s”, zegt Femke Lutgerink. Dus blijven de vier vaste mensen als zzp’er werken en wordt niet verder dan een jaar vooruit gepland. „Onze programmering loopt parallel met de financiering.”

Bij anderen is de omschakeling drastischer en afgedwongen door een groot verlies van subsidies. V2 in Rotterdam, een interdisciplinair centrum voor kunst en technologie, zag in 2013 zijn subsidie gehalveerd worden. „We hebben ruimte afgestoten, de technische infrastructuur uitbesteed en het aantal fte’s gehalveerd naar acht”, zegt Alex Adriaansens.

Zo verdwijnen bij veel instellingen de vaste, soms gesubsidieerde krachten en worden ze meer afhankelijk van vrijwilligers of zzp’ers. Het is improviseren, wil Katja Diallo van Noordkaap in Dordrecht duidelijk maken. „Wij zijn van een jaaromzet van 220.000 euro teruggegaan naar een omzet van 47.000 euro. En toch bestaan we nog. Rara, hoe kan dat?”