Rijksakademie toont top jonge kunstenaars

Inderdaad, niet alle deelnemende kunstenaars op de postacademische opleiding Rijksakademie halen even veel uit hun werkperiode. En nee, niet alle deelnemers zijn begiftigd met evenveel talent, oorspronkelijkheid, beeldend vermogen en kennis. Maar ondanks dat: wat een rijke en inspirerende lichting kunstenaars opent de komende dagen de deuren van hun ateliers op de RijksakademieOPEN 2013. Het is een lichting die uitstijgt boven die van andere jaren en die laat zien dat de Rijksakademie nog steeds dé plek in Nederland is waar jong, nationaal en internationaal talent tot grote hoogten kan stijgen.

Een paar dagen per jaar maar gaat de oude kazerne aan de Amsterdamse Sarphatistraat als tentoonstellingsplek open voor publiek. In die paar dagen verdringen galeriehouders, museummedewerkers, collectioneurs en gewone kunstliefhebbers zich in de gangen en ateliers van het labyrintische gebouw op zoek naar aanwinsten voor hun verzamelingen, naar nieuw talent voor hun ‘stal’. Hoe groot de uitstraling van de Rijksakademie is, blijkt uit de hoeveelheid ‘oud’ talent – de alumni, die zich dit weekeinde massaal buiten de muren van het gebouw presenteren: in galeries, in musea binnen en buiten Amsterdam.

Het is de verdienste van directeur Els van Odijk, haar medewerkers en docenten dat ze de moed niet hebben laten zakken ondanks dreigende opheffing, negatieve uitspraken van politici, en het abrupt afbreken van fusieonderhandelingen door collega-instelling De Ateliers.

Zevenenveertig jonge kunstenaars, van wie iets minder dan de helft uit het buitenland, is dit jaar aanwezig op RijksakademieOPEN. Van alle disciplines (behalve heel opmerkelijk de fotografie) is het beste en het slechtste verenigd. Er zijn uitnemende installatiekunstenaars, zoals de Nederlandse Bert Jacobs, Paulien Barbas en Daniëlle van Ark. Van Ark verandert een van haar twee ateliers in een efemeer, goud gerand, maar uit zand opgebouwd sprookje uit Duizend-en-een-nacht. Een verdieping hoger slaat ze echter de plank volledig mis.

De Indonesische Maryanto gaat zijn atelier met houtskool te lijf en trekt er een ziedend, filmisch mijnlandschap op dat vloer én plafond beslaat. De vrijheid die Maryanto zich met kool permitteert is aanlokkelijk: op sommige plekken is de houtskool gewoon uitgedrukt op de tekening, elders is kool met vloerwisser, handen en een spitse wijsvinger in iets schitterends veranderd.

Een van de meest beloftevolle schilders is de Bulgaar Dimitar Genchev. Genchev is voor het tweede jaar op de Rijks en zijn schilderijen hebben duidelijk aan diepgang gewonnen. In zijn atelier schiet het van een haast mondriaanesk interieur, via slappe stilleventjes, tot een half verpixeld bikinimodel op zoek naar een afbeelding. Intrigerend, bij vlagen irritant en dus interessant.

Bij de videokunstenaars zijn er twee uitblinkers: de Brit Dan Walwin en de Griek Janis Rafailidou. Rafailidou brengt in een drieluik een beeldschone, ontroerende ode aan leven en dood.

Ook performancekunstenaars zijn alom aanwezig. In de nok van een van de vele zolders van de Rijksakademie verschuilt zich een parel van een half uurtje. De Ierse Bea McMahon (let op de aanvangstijden) verandert met drie acteurs, een slaapzak, een ijzeren trap, buizen van aardewerk, stukjes glanzend porselein en een stapel leren lappen de ruimte in een overlevingsplek waar taal op zijn mooist wordt gepreveld en contact aller breekbaarst is.