Rechter: gemeente moet ook traplift rijke mensen vergoeden

Gebruik van de traplift in een oude woning. Foto Hollandse Hoogte / Frank Muller

Gemeenten mogen rijke bewoners niet uitsluiten van vergoedingen voor een traplift, schoonmaakster in huis of een regiotaxi. Hun vermogen of inkomen mag vooraf geen reden zijn een beroep op zulke voorzieningen te weigeren. Die voorzieningen vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Dit blijkt uit drie uitspraken van de hoogste rechter op dit gebied, de Centrale Raad van Beroep. Gemeenten kunnen niet in beroep gaan tegen die uitspraak. De rechter floot de gemeenten Heerenveen en Katwijk terug die rijke bewoners bij voorbaat hadden uitgesloten van een vergoeding voor bijvoorbeeld een traplift. Die hadden bij de aanvraag te horen gekregen: dat kunt u zelf wel betalen.

Volgens de rechter is het niet de bedoeling dat gemeenten ‘inkomensbeleid’ gaan voeren bij de toedeling van subsidies aan particulieren op grond van de WMO. De manier waarop Heerenveen en Katwijk vooraf vergoedingen weigerden, zou volgens de rechter tot “niet gewenst inkomensbeleid” leiden. Bovendien, zegt hij, dreigt dan een opeenstapeling van inkomensafhankelijke regelingen die rijke mensen overmatig treft.

Burgers met een hoog inkomen betalen al meer eigen bijdrage voor voorzieningen uit de WMO. De maximale hoogte van die eigen bijdrage wordt bepaald door het Rijk. Maar sommige gemeenten kiezen ervoor minder eigen bijdrage te vragen voor de traplift, scootmobiel of huishoudelijke hulp en dat mag ook. In totaal geven Nederlandse gemeenten 1,7 miljard per jaar uit aan maatschappelijke ondersteuning.