Premier Letland treedt af wegens supermarktramp

Premier Dombrovskis treedt af om de supermarktramp in Riga. Het pand is gebouwd door een Nederlandse firma.

Premier Valdis Dombrovskis van Letland, een EU-staat die in 2014 de euro invoert, is gisteren afgetreden wegens de supermarktramp Daarbij kwamen 54 mensen om het leven.

Het pand, waarvan het dak vorige week instortte, is gebouwd in opdracht van de Nederlandse vastgoedhandelaar Richard Homburg.

Dombrovskis, sinds 2009 premier, zei deze stap te zetten nadat hij lang had nagedacht over de „ morele en politieke verantwoordelijkheid” voor de ramp in Zolitude, een voorstad van de Letse hoofdstad Riga. Hij nam de beslissing na een gesprek met de Letse president Andris Berzins. Die had de ramp, de grootste in de recente geschiedenis van het land, eerder als „moord” betiteld.

Donderdagavond stortte het dak van de supermarkt Maxima in, toen daar een wintertuin met bomen en planten werd aangelegd. De oorzaak van de ramp is nog niet bekend. De autoriteiten zijn een strafrechtelijk onderzoek begonnen.

Vooruitlopend daarop heeft de Letse ingenieursvereniging de vakcertificaten van zeven leden ingetrokken. Alle ingenieurs waren betrokken bij de bouw, meldt de website The Baltic Course.

Volgens Letse media is het gebouw in Riga gebouwd door de aannemer RE&RE in opdracht van de firma Homburg Zolitude, een bedrijf van de in Canada gevestigde vastgoedhandelaar Richard Homburg.

In 2012 heeft Homburg tweederde van het aandelenpakket verkocht aan een Letse investeerder en een fonds dat volgens Baltic News Service (BNS) op Cyprus is geregistreerd. De ingestorte winkel is volgens BNS niet meer in handen van Homburg.

Wie de nieuwe premier wordt, is onduidelijk. Dombrovskis heeft geen logische opvolger. De premier zei te hopen dat het parlement de onderlinge naijver opzij zet en een nieuwe premier aanwijst die het land in zijn eerste jaren in de eurozone kan leiden. Onder leiding van Dombrovskis doorstond, met hulp van het Internationaal Monetair Fonds, een economische crisis.

Na ingrijpende bezuinigingen wist hij de staatshuishouding te saneren conform de eisen die de eurozone stelt. Binnen de EU wordt wel getwijfeld aan de duurzaamheid ervan. Met name de financiële sector is volgens critici te afhankelijk geworden van Russisch vluchtkapitaal, dat na de bankencrisis op Cyprus, nieuwe bestemmingen ‘offshore’ zoekt.