Column

Plofkleren: u vraagt, wij naaien

Gefeliciteerd met de aankoop van dit hippe sweatshirt. Het is vervaardigd van 100 procent polyester en onder matige arbeidsomstandigheden in Bangladesh, door arbeiderskrachten die 25 euro per maand verdienen. Dat is niet leuk, maar het heeft ook geen zin om kleding uit ons veelgeplaagde land te boycotten, zoals jullie minister van Buitenlandse Kleding, Liliane Ploumen (PvdA), al een tijd geleden terecht opmerkte. Ons halve land is afhankelijk van de productie van jullie winterjasjes met nepbontkragen en jullie roze Hello Kitty-jurkjes. Doordat jullie onze goedkope rotzooi blijven kopen, belanden onze dochters niet in de prostitutie.

Een convenant voor veiligere werkomstandigheden is natuurlijk aardig, al blijft het vooral een symbolisch gebaar, dat alleen de brandveiligheid moet gaan bewaken. Met een handjevol inspecteurs.

Wat plofkippen zijn voor jullie monden, zijn onze spijkerbroeken voor jullie benen. Plofkleren: u vraagt, wij naaien. De wereld is verdeeld in consumenten en producenten, en die laatste groep bevindt zich in Azië. Hier produceren wij jullie elektronica, jullie auto’s, jullie Sinterklaasspeelgoed, jullie souvenirs, jullie Ikeameubels en steeds vaker doen wij ook jullie administratie.

Jullie zijn louter gebruikers. De meeste van jullie hebben geen idee hoe je iets zou moeten máken. De meeste van jullie banen komen neer op het aansturen van groepen mensen, die stukjes informatie verdelen, transacties verrichten, enzovoorts. De meeste van jullie slijten je doordeweekse dagen achter schermen en toetsenborden die wij hebben gesoldeerd, in spijkerbroeken die wij hebben genaaid. Dat is niet goed of fout; het zijn de mondiale wetten van de vrije markt die de verhoudingen zo gemaakt hebben.

Als actievoerders en idealisten als Liliane Ploumen hun zin zouden krijgen en wij net zo veel als in het Westen betaald kregen, zou dit hippe sweatshirt evenveel kosten als een Italiaans maatpak. Wie de lonen verhoogt, prijst zich onmiddellijk failliet.

Ploumens harde aanval op drie merkketens die het brandveiligheidsconvenant nog niet tekenden, heeft iets willekeurigs – naar haar maatstaven zijn er wel meer foute bedrijven – en vooral iets onprofessioneels.

„Ze is als een meeuw die op je hoofd schijt”, zei de baas van Coolcat op BNR Radio. Het is veel erger dan dat. In plaats van in gesprek te gaan, greep Ploumen naar een zwaar machtsmiddel: een imagoaanval, waarna die bedrijven niets anders konden dan alsnog tekenen. Bovendien suggereerde Ploumen dat het convenant ook om arbeidsomstandigheden en salarissen ging. Bij het publiek blijft nu hangen dat het bij die drie winkelketens niet pluis is. Onvermijdelijk geeft dat schade. Die zouden de getroffen bedrijven bij de overheid moeten verhalen. Of compenseren door nog goedkopere fabrieken te zoeken.