Plasterk, minister met een (imago)probleem

Minister Ronald Plasterk verdedigt vanavond zijn begroting. Het ontbreekt hem aan liefde voor bestuur, zegt de oppositie.

Op het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben ambtenaren inmiddels wel door dat minister Plasterk graag de controle houdt.

Deze zomer stuurde Plasterk een woordvoerder weg. Aanleiding vormde een berichtje in de krant over de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). De woordvoerder had de journalist uitgelegd dat aan misbruik niet meteen iets viel te doen: de wet is immers de wet, daar kan geen politicus diréct iets aan veranderen. Daar was een wetswijziging voor nodig, waarvan Plasterk ook al had gezegd dat hij die wil.

Een eenvoudige update, dacht de woordvoerder, een uitleg van de stand van zaken zoals journalisten soms vragen. Maar Plasterk vond dat hij geraadpleegd had moeten worden. De lijn van Plasterk is dat woordvoering via hem moet lopen. Zeker als iets politiek gevoelig is of kan worden. De woordvoerder werd bedankt voor zijn diensten en werkt nu voor Plasterks departementgenoot, minister Stef Blok.

Met zulke dingen wekt minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, PvdA) soms irritatie bij mensen met wie hij werkt. Intern had Plasterk na zijn aantreden gezegd dat de tijd waarin hij veel publiciteit belangrijk vond, wel achter hem lag. Als minister van Onderwijs en Cultuur stond Plasterk bekend als minister van feesten en partijen. Nu was media-aandacht volgens hem alleen nodig waar dat de inhoud zou dienen.

Deels maakt de minister dat waar. Hij gunt bijvoorbeeld de eer van initiatiefwetsvoorstellen aan Kamerleden. Linda Voortman (GroenLinks) mag de Wet openbaarheid van bestuur hervormen. Gerard Schouw (D66) laat hij de burgemeestersbenoeming uit de Grondwet halen. Maar ineens staat hij toch op de kermis in Laren oliebollen uit te delen. En slaat hij in Sittard het eerste vat bier aan op een Oktoberfeest.

Plasterk heeft te weinig te doen, denken Kamerleden met Binnenlandse Zaken in hun portefeuille. Het verhaal van het uitgeklede moederdepartement is al vaker verteld. Parlementariërs zien nu met lede ogen aan hoe de minister taken invult die hij nog wél heeft. Een minister van Binnenlandse Zaken zou met meer liefde over de bestuurlijke verhoudingen in Nederland mogen spreken, vindt de oppositie. En over de mensen uit die bestuurslagen. CDA’er Madeleine van Toorenburg: „Ik word wekelijks gebeld door PvdA-bestuurders die kennelijk hun zorgen niet bij hun eigen partijgenoot kwijt kunnen.”

Eén van die mensen uit het veld is Marc Witteman, gedeputeerde in Flevoland en partijgenoot van Plasterk. Witteman is kritisch over het kabinetsvoornemen om Flevoland, Utrecht en Noord-Holland te fuseren. „Ronald ontwijkt mensen die zijn fusieplan niks vinden. Volgens mij moet een PvdA-minister juist draagvlak zoeken.”

Dan de decentralisaties. Plasterk is coördinerend minister voor alle taken die het Rijk vanaf 2015 door gemeenten wil laten uitvoeren. Witteman is verantwoordelijk voor Jeugdzorg in Flevoland: „Die overgang verloopt relatief goed, dankzij de uitstekende staatssecretaris van Volksgezondheid, Martin van Rijn. Daar heeft Ronald mazzel mee.” Dat beeld bestaat ook bij het departement van Van Rijn: in coördinerende overleggen praat de staatssecretaris eerder Plasterk bij dan andersom.

In het nieuws rond de Amerikaanse veiligheidsdienst, de NSA en de eventuele betrokkenheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) stelt de minister zich terughoudend op. Net zoals de woordvoerders van coalitiepartijen VVD en PvdA vooral afwachtend zijn.

Bij de oppositie klinkt meer aarzeling. Plasterk is immers politiek verantwoordelijk voor het handelen van de inlichtingendienst. En dus houden de Kamerleden alvast uitspraken bij die Plasterk tot nu toe over de AIVD deed. Gerard Schouw wees er gisteren in de Kamer op: hoe kan Plasterk zeggen dat de AIVD zich aan de wet houdt, als zelfs de commissie die toezicht houdt op de veiligheidsdiensten zich in zijn jaarverslagen geregeld onthoudt van een oordeel daarover?

SP’er Ronald van Raak is expliciet over Plasterks rol in de NSA-kwestie. Hij heeft „weinig vertrouwen dat híj dit gaat oplossen”. Van Raak vindt hem hoe dan ook niet zo betrouwbaar meer. Vorig jaar wilde het Kamerlid een punt maken over de te strenge voorwaarden aan Europese subsidies voor politieke partijen. Een paar dagen later zag hij zijn kritiek, voorafgaand aan het debat in vertrouwen besproken met een medewerker van Plasterk, groot in de Volkskrant terug; als springend aandachtspunt van de minister. Een woordvoeder van Plasterk zegt niet te kunnen reageren op vertrouwelijke gesprekken. Voor Van Raak staat vast: „Het beeld is belangrijker voor hem dan de inhoud.”