Kunst presenteren tegen de klippen op

Bezuinigingen en ontslagen troffen zo’n honderd Nederlandse presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Zestien zijn gestopt, zeker vijftig gaan door. De resultaten van het tweede NRC-onderzoek naar de gevolgen van de bezuinigingen.

Ondanks de bezuinigingen op de cultuur blijven veel kleine beeldendekunstinstellingen in Nederland optimistisch. Zestien stopten, maar daarvan proberen vijf een doorstart te maken. Zeker vijftig instellingen zijn hoopvol over hun toekomst.

Dit blijkt uit een onderzoek van NRC Handelsblad onder 84 zogenoemde presentatie-instellingen zoals expositieruimtes, kunstuitlenen en kunstenaarsinitiatieven en ateliers, zoals De Appel in Amsterdam, Stroom in Den Haag of Witte de With in Rotterdam. Het is een categorie die valt tussen de musea (met een eigen collectie) en de galeries (die kunst verkopen) in. Ze vormen een schakel tussen vernieuwende kunstenaars en het publiek. 59 instellingen deden uiteindelijk mee aan ons onderzoek.

Tot 2013 kregen elf presentatie-instellingen structurele subsidie van het Rijk; nu zijn dat er zes. Het Mondriaan Fonds vangt een deel van de afvallers op, maar heeft minder budget te verdelen dan vroeger. Het Fonds geeft negentien instellingen in 2014 en 2015 steun. Ook bij gemeenten en provincies zijn de subsidies teruggeschroefd. Zeker 3.350 kunstenaars kregen volgens de 59 ondervraagde instellingen afgelopen jaar de kans nieuw werk te maken, hun werk aan publiek te tonen of in discussie te gaan met collega-kunstenaars en publiek.

Meer nog dan bij andere kunstdisciplines hebben de presentatie-instellingen moeite om uit te leggen wat ze doen. Ze zijn vaak gericht op kunst die een breed publiek moeilijk begrijpt. „Ik zie musea als supermarkten, met een groot aanbod van bekende producten. Zij kunnen verheffing met entertainment combineren”, zegt Ann Demeester van De Appel. „Wij zijn kleine speciaalzaken met producten die je ergens anders niet kunt krijgen. Wij doen soms rare, uitzonderlijke dingen.” Dat maakt een beoordeling lastig, denkt Demeester: „Met alleen cijfers kom je er niet. Onze impact is indirect. We tonen kunst die functioneert als katalysator, die mensen helpt om gelaagd te denken over de complexe samenleving.”

Gezamenlijk trekken de onderzochte instellingen volgens eigen opgave zo’n 630.000 bezoekers (exclusief de 175.000 van de Kunsthal in Rotterdam, de grootste kunstruimte zonder eigen collectie), een aantal dat het Stedelijk Museum in Amsterdam pas dit jaar voor het eerst haalde.

De meeste presentatie-instellingen vinden bezoekers belangrijk voor hun toekomst: driekwart onderneemt activiteiten om nieuw publiek te trekken. Veel van de beeldendekunst instellingen die in eigen huis maar een paar duizend bezoekers ontvangen, zeggen veelvouden daarvan op andere manieren in aanraking met kunst te brengen. Door projecten in de openbare ruimte bijvoorbeeld. Of door activiteiten in het buitenland. BAK in Utrecht trekt zo’n 12.000 bezoekers, maar zegt in 2012 700.000 mensen bereikt te hebben met projecten op de Gwangju Biënnale in China en in het Palais de Tokyo in Parijs. Defne Ayas, directeur van het Rotterdamse Witte de With, pakt tijdens een gesprek een Chinees tijdschrift. „Deze glossy heeft 1 miljoen abonnees. Die zien daarin dit stuk over onze expositie van AA Bronson. Witte de With wordt met naam genoemd, als Rotterdam-based. Hoe kwantificeer je de impact daarvan voor de gemeente?”

Subsidieslurpers zijn de presentatie-instellingen niet. Van het Rijk krijgen ze in 2013-2016 jaarlijks 2,4 miljoen euro. Het Mondriaan Fonds heeft voor 2014 en 2015 2,7 miljoen euro toegekend aan negentien instellingen. En de instellingen die aan dit onderzoek hebben deelgenomen krijgen structureel 9,8 miljoen euro per jaar van provincies en gemeenten.

Dat komt neer op jaarlijks 13 miljoen euro, minder dan twee belangrijke hedendaagse kunstmusea als het Stedelijk in Amsterdam en het Van Abbe in Eindhoven (bij elkaar zo’n 16 miljoen euro subsidie) per jaar ontvangen.

60 procent van de instellingen geeft aan nu minder subsidie te ontvangen dan voor 2013, of zelfs helemaal niets meer. De helft heeft bezuinigd: door personeel te ontslaan, de eigen ruimte op te geven, minder activiteiten te programmeren of projecten langer te laten doorlopen.

Veel personeel hebben ze niet: de 59 deelnemers aan het onderzoek melden samen nog 156,8 voltijdbanen te hebben, die worden ingevuld door meer mensen (parttimers). Het aantal ontslagen was relatief hoog: dit jaar verdwenen er 37,1 fte’s. 21 instellingen hebben niemand in vaste dienst. Ooit begonnen veel van de instellingen als initiatief van kunstenaars en vrijwilligers, nu keren ze daar weer naar terug.

Elf instellingen zagen het niet meer zitten of zijn over de kop gegaan. In Zwolle opende Pim Trooster deze maand de laatste tentoonstelling in P.Art of your life, dat hij 19 jaar geleden begon. De gemeente stopt met de subsidie van 20.000 euro per jaar, zijn bedrijfssponsor betaalt de huur niet meer. Hij is pessimistisch. „Het is ridicuul om te verwachten dat het bedrijfsleven de taken van de overheid overneemt als het gaat om ondersteuning van experiment en laboratoriumkunst.”

Om de afhankelijkheid van overheden te verminderen, zijn negen op de tien beeldendekunstinstellingen hard op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen.

De directeuren van De Appel en Witte de With boden zich vorige maand in een performance van kunstenaar Alexandra Bachzetsis op ironische wijze ‘te koop’ aan tijdens een benefietavond in Chinees restaurant Sea Palace in Amsterdam. Demeester en Ayas vertelden om beurten over zichzelf. Daarna gingen ze dansen, eerst schuchter in hun eentje. Maar allengs kwamen ze los. Het publiek – verzamelaars, galeriehouders, kunstenaars – sprong op het podium. Daarna kon er geboden worden op een video van de performance en een bezoek van de directeuren. Opbrengst: 4.500 euro. De benefietveiling, waarvoor kunstenaars tegen een vergoeding van 15 procent werken ter beschikking stelden, leverde inclusief verkoop van dinertafels ruim een ton op voor de twee instellingen. De kosten moeten daar nog van af.

Driekwart van de presentatie-instellingen is actief op zoek naar sponsors of mecenassen. Dat gaat moeizaam.

De concurrentie van musea en orkesten is groot. „We werken allemaal mee aan een bewustwordingscampagne onder de private partijen, maar vooralsnog geldt het winner takes all-principe. De groten halen het een en ander binnen en de kleineren maar weinig”, zegt Mariëtte Dolle van Tent in Rotterdam.

Het optimisme dat overheerst bij de instellingen komt niet voort uit hoop dat overheden bijdraaien. Ongeveer eenderde verwacht dat er na de gemeenteraadsverkiezingen nieuwe bezuinigingen aankomen. Maar de overlevingsdrang en het geloof in de eigen kracht is groot. Jacqueline Heerema van Satellietgroep in Den Haag: „Tijden, politiek en economie veranderen, bevlogenheid en kwaliteit niet.”