Kunst en honing voor Den Haag

Ook zonder rijkssubsidie wil Stroom in Den Haag meer zijn dan een expositieruimte. „Onze projecten draaien om de hedendaagse stad, zoals het debat over ruimtelijke ordening en sociale cohesie.”

Stroom in Den Haag wil geen gesloten kunstplek zijn, maar steekt veel tijd en energie in het betrekken van het stedelijke publiek bij kunstprojecten. Dat die inspanning ook geld kan opleveren, bleek tijdens een recent project met het Franse kunstenaarscollectief Parti Poétique van kunstenaar Olivier Darné.

Samen ontwikkelden ze de Honing Bank, een kunstproject om de bijenstand in Den Haag te versterken. Mensen konden een Bijenspaarrekening openen en geld inleggen (minimaal 10 euro), waarbij ze dividend uitgekeerd kregen in de vorm van honing. Het ingelegde kapitaal werd besteed aan het kweken van koninginnen en bijenvolken (in artistiek vormgegeven bijenkorven in een ruimte bij Stroom). Bedrijven konden voor 750 (non-profit) of 1.500 euro een bijenvolk adopteren. De medewerkers van het adopterende bedrijf kregen een imkeruitrusting en een training van een professionele imker.

Het project, een voorbeeld van crowdfunding, werd een daverend succes: Meer dan 1.000 mensen openden een Bijenspaarrekening, het streefbedrag van 45.000 euro werd ruimschoots gehaald, en er werden 20 bijenvolken gekweekt waarvan er 9 werden overgedragen aan bedrijven, zoals de biologische supermarkt Ekoplaza.

De opbrengst ging niet naar Stroom zelf, maar naar het kunstproject. Het leverde Stroom wel goede pr op. Bij een volgende subsidieronde kan dat van belang zijn. Want naast eigen inkomsten kijken subsidiegevers ook steeds meer naar bezoekersaantallen en maatschappelijk draagvlak.

Stroom vroeg in 2012 tevergeefs structurele rijkssubsidie aan. De Raad voor Cultuur schreef in het advies aan het ministerie dat Stroom een van de zes beste presentatie-instellingen in Nederland was en in de periode 2013-2016 jaarlijks 200.000 euro subsidie moest krijgen.

Maar staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW, VVD) volgde het positieve advies niet, omdat Stroom net onder de eigen inkomstennorm zat die het ministerie had vastgesteld. Stroom moest in 2010 en 2011 gemiddeld 17,5 procent van zijn begroting zelf verdiend hebben om in aanmerking te komen voor nieuwe subsidie. Uit de boekhouding bleek dat Stroom 1,1 procent tekortkwam. De eigen inkomstennorm was een ‘knock-out’-criterium: een instelling die eronder zat, kreeg geen subsidie, dus ook Stroom niet.

„Formalistisch”, noemde Stroom-directeur Arno van Roosmalen de opstelling van staatssecretaris Zijlstra destijds. De directeur ging „door een achtbaan van emoties” en deed zijn uiterste best om de cijfers te weerleggen. „Het probleem was”, zegt hij nu, „dat wij sommige inkomsten, zoals sponsoring in natura, niet hadden meegerekend. Ook deden wij in 2010 en 2011 een meerjarig project waarvoor we in 2009 al heel veel fondsen hadden binnengehaald. Dat geld telde in 2010 en 2011 niet meer mee.”

Maar de ambtenaren van het ministerie wilden niet meer overstag. De subsidie ging naar een andere presentatie-instelling, Noorderlicht in Groningen. Het was een klap, maar betekende niet het einde van Stroom.

„In de jaren voor 2013 kregen we ook geen rijkssubsidie”, zegt Van Roosmalen. „Maar we vonden dat we er op inhoudelijke gronden aan toe waren. Toen we dat geld niet kregen, bleef de gemeente ons gelukkig steunen. Wel krijgen we net als andere culturele instellingen in Den Haag minder dan in voorgaande jaren. We hebben zo’n 4 ton bezuinigd op onder meer huisvesting, personeel en programmering.”

Stroom, in 1989 in het leven geroepen als Haags Centrum voor Beeldende Kunst, ontvangt van de gemeente Den Haag 1,9 miljoen euro per jaar. Een deel van dat geld is voor het uitvoeren van de gemeentelijke taken die Stroom van oudsher heeft, zoals het ondersteunen van kunstenaars met subsidies, het bijhouden van een documentatiecentrum over de circa 800 kunstenaars in Den Haag en het bemiddelen bij het verdelen van atelierruimte.

Ook het Mondriaanfonds, het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en de Stichting Doen geven bijdragen aan Stroom. Na het slechte nieuws over de rijkssubsidie meldden zich ook enkele particuliere gevers. Alles bij elkaar heeft Stroom een budget van zo’n 2,5 miljoen euro, waarvan 6 ton wordt doorgesluisd in de vorm van subsidies aan kunstenaars.

In de beginjaren had Stroom geen eigen tentoonstellingsruimte. „Maar wij zijn nooit een instelling geweest die er alleen maar was om ergens in opdracht een kunstwerk te plaatsen”, zegt Van Roosmalen. „We hebben altijd vragen gesteld en een onderzoekende houding gehad. Onze projecten draaien om de hedendaagse stad. Vraagstukken die te maken hebben met bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en sociale cohesie. Kunst heeft in potentie een veel groter maatschappelijk belang dan nu gerealiseerd wordt.”