Het peloton zal rustig onder de Domtoren door peddelen

Tourorganisator ASO stelt flinke eisen aan een stad die de start van de Tour mag organiseren. Maar het kappen van bomen op de Maliebaan ging Utrecht te ver.

Foto ANP

Het is de zomer van 2013 als burgemeester Wolfsen (Utrecht, PvdA) en Tour-directeur Christian Prudhomme onder de Domtoren lopen. „Hier moeten we de ploegenfoto doen”, zegt Wolfsen. Prudhomme kijkt omhoog naar de Domtoren, en dan over het Domplein. „Non, de toren en alle renners passen niet in één camerashot”, zegt de Tourbaas.

De gemeente Utrecht en Tourorganisatie ASO maken vandaag in Parijs en Utrecht het parcours bekend van de eerste twee etappes in de Tour de France van 2015. De eerste etappe wordt een individuele ploegentijdrit over 13,7 kilometer. Dag twee begint met een geneutraliseerde rondrit door het historische stadscentrum, komt daarna op gang aan de rand van de stad en rijdt via vinexwijk Leidsche Rijn de stad uit. De finishplaats van dag twee is nog onbekend.

In 2002 bedacht journalist en Tourliefhebber Jeroen Wielaert het idee om de Tour de France naar Utrecht te halen. De gemeente wilde ook, en startte een lobby. De burgemeester en een groepje ambtenaren gingen de afgelopen tien jaar naar Tourstarts door heel Europa, dronken borrels in Parijs en schoven aan bij diners met de Tourorganisatie.

Over het parcours werd stevig onderhandeld met een klein groepje gemeenteambtenaren. Wolfsen noemt ambtenaren als programmamanager Jo de Viet, projectmanager Hermien van der Wal en parcoursverantwoordelijke Ron Looy „de grote stille krachten op de achtergrond”. Ze hebben eigenzinnig geopereerd. Wolfsen: „We hebben ons een breuk gelachen om de berichten dat de Tourorganisatie de hele stad overneemt. Wij hebben zelf het hele parcours bepaald. Daar hebben ze niets aan veranderd. Geen steen.”

Toch heeft de ASO een stevige vinger in de pap. De gemeente heeft een fors draaiboek gekregen. Wat daarin staat? Looy, parcoursverantwoordelijke: „De organisatie eist een strak parcours, goede wegen, geen gevaarlijke plekken.” Dat klinkt logisch. In het Tourdraaiboek staat ook dat rekening gehouden moet worden met meerjarenplannen van de gemeente, zoals werkzaamheden aan wegen en riolering, en met bouwplannen in de stad. Ook belangrijk: er moeten prachtige beelden gemaakt kunnen worden. Looy: „De Tour wil niet verrast worden. We hebben afspraken liggen met de nutsbedrijven. Niet dat ze ineens een kabel gaan verleggen een dag voor de start.” Van der Wal: „Vanaf nu monitoren we de route.”

Terug naar de zomer van 2008. In een helikopter boven Utrecht tuurt Tourbaas Prudhomme naar beneden. Hij inspecteert het parcours dat Utrecht heeft gebouwd voor de Grand Tourstart van 2010, waarvoor de stad dan in de race is. Tour de France-parcoursbouwer Jean-Louis Pagès is al incognito in de stad geweest voor een controle. Het wordt een proloog door het historische centrum, start en finish bij voetbalstadion De Galgenwaard. De organisatie wil de Maliebaan graag in de race opnemen – het oudste fietspad van Nederland ligt er – maar daar steekt de ASO een stokje voor. De statige Maliebaan is geflankeerd door honderden jaren oude bomen. Ary Hordijk, tussen 2000 en 2009 hoofd sport van de gemeente Utrecht: „De organisatie vond het te donker. De helikopters konden er geen beelden maken. We moesten de bomen kappen, maar dat was voor ons geen optie.”

Op 20 november 2008 is burgemeester Wolfsen in Zweden als zijn telefoon gaat. Christian Prudhomme. Wolfsen denkt: hij belt om me te feliciteren. Prudhomme zegt: „Ik heb slecht nieuws.” De burgemeester breekt zijn Zweedse trip eerder af en keert gedesillusioneerd terug naar Utrecht. Rotterdam krijgt de Tourstart 2010. Het thema ‘duurzaamheid’ heeft de ASO weten te overtuigen. Toch zit Prudhomme vier maanden later al op het Utrechtse stadhuis. Hermien van der Wal: „Toen beloofde hij ons de volgende Nederlandse Tour. We konden rekenen op 2014, 2015 of 2016.”

Utrecht hoeft geen nieuw bidbook in te leveren. Het peloton rijdt geen proloog, maar een individuele tijdrit. Utrecht maakte het zichzelf niet moeilijk: het peloton rijdt vrijwel alleen maar over vrij nieuwe wegen. Op de Maliesingel moeten wat verkeershobbels worden weggehaald, op het Ledig Erf een drempel verplaatst en in Leidsche Rijn een nieuw stuk weg aangelegd. De planning voor de renovatie van het stationsgebied – dat een bouwput is – verandert niet. Looy: „We kleden het waarschijnlijk wel aan met doeken en tribunes, zodat de plaatjes mooi blijven.”

Een echte koers door het oude stadscentrum is niet mogelijk. De straatjes zijn te smal, de klinkers kunnen glad worden. Dat wil de Tourdirectie niet. Hulpdiensten zouden niet overal kunnen komen. Looy lost het op door tien kilometer geneutraliseerde koers in te passen. Het peloton peddelt rustig door de stad, staat even stil voor een groepsfoto, en koerst onder de Domtoren door. Van der Wal: „Een cadeau aan de stad van de Tour.”

Utrecht verwacht 800.000 bezoekers. Langs het parcours zullen zij geen reclame zien van lokale sponsoren. Dat mag niet. In het draaiboek van de Tour staat: alleen eigen sponsoren langs de route. Buiten het parcours mogen bedrijven wel adverteren met de Tour, maar niet met het officiële Tourlogo. Plannen voor de inzet van agenten en vrijwilligers – het is nog onbekend hoeveel beveiliging Utrecht inzet – moeten ter goedkeuring aan de Tourdirectie worden voorgelegd.

De gemeente heeft 5 miljoen euro uitgetrokken voor de Grand Départ; het bedrijfsleven draagt ook 5 miljoen bij. Een bedrag dat in 2012 nog in de knel kwam, toen Rabobank afhaakte als hoofdsponsor. Van de bank werd door het Business Peloton Utrecht – een stichting die geld ophaalde in het bedrijfsleven – een bijdrage verwacht van één miljoen euro.

Het probleem met de ploegenfoto wordt opgelost als Wolfsen en Prudhomme afgelopen zomer met een drankje op de eerste etage van een café aan de Oudegracht staan. Ze kijken uit over het plein achter het stadhuis, met de Dom op de achtergrond. Wolfsen: „Prudhomme denkt in beelden, en dit beeld vond hij prachtig. De Tour is uiteindelijk toch theater.”