‘Het is onvermijdelijk dat CPB een stapje terug doet’

directeur Centraal Planbureau:

Politici bepalen de agenda, wij leveren de argumenten

Foto david van dam

Laura van Geest kreeg deze zomer „giechelmomenten” als haar onafhankelijkheid in twijfel werd getrokken. De nieuwe directeur van het Centraal Planbureau is afkomstig van het ministerie van Financiën. Critici vroegen zich af of ze als economisch adviseur wel voldoende weerwerk zou geven. „Mijn vorige bazen hebben nooit zo’n wuivend-rietmoment met mij meegemaakt. Ministers van verschillende politieke partijen plaatsten mij juist altijd aan de andere kant van het politieke spectrum. Politici zien nu eenmaal de voordelen van hun beleid beter dan de nadelen. Mijn taak was dat alle argumenten op tafel kwamen”.

Die onbuigzaamheid heeft ze behouden, zegt Van Geest, die nu vier maanden de leiding heeft bij het Planbureau. Maar er is een groot verschil met de tijd dat zij als topambtenaar actief was. „De verhouding met een minister is nu anders. Ik leg uit wat we als CPB doen, ik wil niet verrassen, maar uiteindelijk neem ik de beslissing zelf. Want ik ben hier eindverantwoordelijk.”

De eerste daad van Van Geest is het versoberen van het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s. Het CPB blijft berekenen welke consequenties het voorgestelde beleid heeft voor koopkracht, werkgelegenheid en economische groei. Maar de effecten op bijvoorbeeld natuur, bereikbaarheid en innovatie blijven voortaan buiten beeld. „Het was onvermijdelijk om een stapje terug te doen. Jammer natuurlijk, maar we begonnen ooit met drie partijen en een beperkt aantal onderwerpen. Het werd erg uitdagend om de kwaliteit te handhaven”.

Zijn er dingen beweerd die het CPB eigenlijk niet kon waarmaken? U spreekt in een brief aan de Kamer van een „onevenwichtige” praktijk.

„De onevenwichtigheid zat er in dat we onderwerpen hebben toegevoegd waar we wat van wisten. Terwijl dat niet per definitie de onderwerpen hoeven te zijn waar het politieke debat over gaat. Dat vond ik ongemakkelijk. Het zette ook een rem op de innovatie bij partijen. Wij constateerden vooral positieve effecten bij maatregelen waar al onderzoek naar is gedaan. Een heel fris maar onbekend idee werd minder snel beloond.”

„Wij blijven de programma’s langs de economische meetlat leggen. We behouden onze rol als factchecker. Alleen minder op detailniveau. We zullen dan ook niet meer berekenen wat de gevolgen voor het bbp in 2070 zijn als er meer in onderwijs wordt geïnvesteerd. Achteraf gezien hadden we dat op een handiger manier kunnen communiceren, maar we staan nog altijd achter onze berekeningen.”

Uw voorganger Coen Teulings pleitte voor het matigen van bezuinigingen, met name in economisch moeilijke tijden. Houdt u die lijn vast?

„Net als mijn voorganger ben ik consequent in het voor het voetlicht brengen van de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties. Dan is het vervolgens aan de politiek om die tegen elkaar af te wegen en een beslissing te nemen. Nee, van een breuk met het verleden is geen sprake. Ik denk ook dat mensen Teulings inmiddels dingen toeschrijven die hij nooit heeft gezegd. Onze rol is het presenteren van de feiten: in de recente Macro Economische Verkenning (MEV), onder mijn verantwoordelijkheid, staat ook een passage dat bezuinigingen in moeilijke tijden misschien extra ongunstig uitwerken.”

Maar bij het presenteren van feiten maak je keuzes. Je kan dan vooral economen kiezen die kritisch zijn op het bezuinigen.

„Er komen in de politieke besluitvorming meer zaken aan de orde dan zuiver macro-economische afwegingen die aan de tekentafel kunnen worden gemaakt. Kijk naar de Europese dimensie. Tot op heden heeft Nederland gekozen voor een belangrijke rol van de Europese Commissie bij het begrotingsbeleid. Als je dan zegt: doe mij geen zes miljard, maar vijf miljard aan bezuinigingen, dan is dat geen discussie over een bedrag van 1 miljard, maar een discussie over de vraag of je vindt dat de Commissie hierin een taak heeft. Dat lijkt me de juiste manier om hiernaar te kijken.”

Je ziet dat politici optimistischer worden over de economie. Terecht?

„Volgens onze prognoses gaan we dit jaar van een economische krimp van 1 procent naar een groei van een half procent volgend jaar. Dat zijn dus inderdaad positieve signalen, al hoef je de vlag nog niet uit te hangen. De gegevens over het derde kwartaal – een groei van 0,1 procent – zijn consistent met wat we in onze ramingen hebben zitten. En ik zie geen factoren die het beeld van de MEV in september ernstig verstoren. Daarom verwacht ik ook voor onze raming medio december geen radicale veranderingen.”