Het Concertgebouworkest in Brisbyland

Na Rusland, China en Japan is het Koninklijk Concertgebouworkest nu in Australië voor de laatste etappe van de wereldtournee. „Geloof de hype: dit orkest kent zijn gelijke niet.”

Een team van leden van het Koninklijk Concertgebouworkest speelde gisteren een vriendschappelijkevoetbalwedstrijd tegen het team van het Melbourne Symphony Orchestra. Fotomoment in de rust... Foto Paul Jeffers

Brisbane. De lentezon is zo heet dat de meeste mensen winters wit zijn, ook de locals. Op de ferry over de rivier zit niemand buiten, op straat is gebruik van een parasol normaal. Maar wie verwacht dat de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest na drie tourneeweken tekenen van uitputting beginnen te vertonen, komt bedrogen uit. De eerste concerten in Perth krijgen een juichende recensie in The Australian. „Geloof de hype: dit orkest kent zijn gelijke niet”, kopt de krant. „Chef Jansons en het Concertgebouworkest zijn een ultieme combinatie.”

Waar de zaalbezetting in Perth nog een beetje tegenvalt, is het concertcentrum in de oostelijke stad Brisbane – BrisVegas of Brisbyland in de volksmond – twee avonden uitverkocht. Dat is opvallend, want de kaartjes zijn duur. Voor een concert van het regionale Queensland Symphony Orchestra betaal je tussen de 64 en 110 Australische dollar (43-75 euro), de kaarten voor het Concertgebouworkest beginnen bij 99 dollar en lopen op tot 399 dollar. Maar voor dat bedrag krijg je dan ook ‘The Platinum Experience’, inclusief borrel met de orkestmusici na afloop. „Ik wil en mag natuurlijk niet vergelijken”, zegt de plaatselijke eerste hoornist Malcolm Stewart, „maar de subtiliteit van dit orkest is wel van een andere orde.”

Violist Marc Daniel van Biemen: „Zag je buiten die enorme poster waarop ze ons in vette kapitalen aankondigen als ‘The World’s Greatest Orchestra’? Psychologisch werkt dat. Je wilt het waarmaken.”

Opvallend is het aantal enthousiaste jongeren in de zaal. „Geweldig hè?”, zegt de plaatselijke orkestdirecteur Sophie Galaise. „Ik werk hier nu een paar maanden en heb me er ook over verbaasd. De achterliggende oorzaak is dat kinderen in dit landsdeel tot hun achttiende verplicht zijn een instrument te bespelen.”

Chef-dirigent Mariss Jansons is na een griep in China weer topfit, stelt zijn assistent gerust. In Tsjaikovski’s Vijfde symfonie permitteert Jansons zich meer vrijheid dan ooit, Stravinsky’s Vuurvogel krijgt een opwindende en in details volmaakt afgewerkte uitvoering. „Hij deed opeens allemaal dingen die hij nooit doet, we moesten enorm alert spelen”, zegt cellist Chris van Balen. De zaal reageert met een sportstadionachtige brulovatie. Artistiek directeur Joel Ethan Fried kijkt tevreden. „Ja, ik geloof dat ze het mooi vonden.”

Het orkest speelt dit allerlaatste deel van de tournee nog maar twee concertprogramma’s. Voor de musici is dat stressverlagend, en de uitvoeringen kunnen zo „steeds beter, vrijer en verfijnder worden”, zegt Fried. „Maar deze zaal is ook echt goed. De grote uitdaging wordt na Melbourne het drietal concerten dat we geven in het beroemde operahuis van Sydney. Prachtig van buiten, maar – naar ik begreep – van binnen eigenlijk te groot en akoestisch erg droog.”

Meer over het Concertgebouworkest in Australië maandag in Première, C 2-3.