De nieuwe krijgsmacht, beschermd door Chinezen

De Nederlandse krijgsmacht wil in Mali laten zien sterk te zijn in inlichtingenwerk.

Franse soldaten in Mali. Vanaf volgend jaar is ook de Nederlandse krijgsmacht actief in het West-Afrikaanse land. Foto AFP

Nederlandse eenheden die begin volgend jaar worden ingezet voor de VN-missie in Mali, zullen daar voor militaire bescherming van hun kamp moeten vertrouwen op troepen van het Chinese Volksbevrijdingsleger. Dat heeft de commandant der strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, woensdag bevestigd. „We werkten al vaker met China samen op maritiem gebied, zoals bij de piraterijbestrijding in de Indische Oceaan. Maar aangezien we in Gao met het Chinese contingent kampementen en andere faciliteiten zullen delen, ligt samenwerking voor de hand. Zo gaat Nederlands medisch personeel werken in een Chinees veldhospitaal, maar force protection hoort daar inderdaad ook bij.”

Middendorp was vorige week een paar dagen op bezoek bij de Chinese minister van Defensie en diens hoogste generaal. „We zijn binnen Europa de tweede handelspartner van China en we hebben veel overeenkomstige belangen, zoals veilige handelsroutes op zee, de bestrijding van terroristen en vrije toegang tot grondstoffen.”

Volgens Chinese bronnen zijn 400 manschappen van het Volksbevrijdingsleger aangeboden aan de Malimissie, zowel bewakers als medisch personeel, genisten en special forces.

Toch is de nauwe militaire samenwerking opmerkelijk, en dan zeker op het terrein van beveiliging tegen infiltranten en aanvallen van buitenaf. China is namelijk al jarenlang huiverig om deel te nemen aan ‘harde’ vredesmissies. In plaats daarvan stuurde Beijing vooral genisten en andere ondersteunend personeel – en ook dat mondjesmaat.

De beveiliging van het kamp in Gao, waar ook de Nederlanders zullen verblijven, is overigens geen bilaterale overeenkomst, zegt de Middendorp. „China heeft force protection aan de VN aangeboden, zoals wij de ‘inlichtingeninfrastructuur’ die de VN-missie mogelijk maakt.”

De Chinese beveiliging van het kamp is niet de enige bescherming waarop de Nederlandse militairen moeten kunnen terugvallen. Middendorp: „Onze eenheden zijn robuust uitgerust om zichzelf te beschermen. En we hebben onze eigen vier Apaches die in Gao komen te staan. Er is ook de Quick Reaction Force van Afrikaanse troepen en het is ook nog mogelijk de hulp in te roepen van Franse eenheden in de regio.”

De nieuwe samenwerking krijgt niet alleen in Mali vorm, de Nederlandse en Chinese Defensie Academies gaan wederzijds personeel uitwisselen, de Nederlandse School voor Vredesmissies zal kennis delen met het Chinese Peacekeeping Training Centre.

De kans op mission creep, het verschuiven van de taken van bijvoorbeeld wederopbouw naar een vechtopdracht, schat Middendorp laag in. „We helpen de VN vooral met het aanleggen van een infrastructuur om inlichtingen in te winnen. Op een gegeven moment zullen we die taak aan andere partners overdragen. De Mali-missie is niet te vergelijken met Afghanistan of Bosnië. We hebben hier namelijk geen gebiedsverantwoordelijkheid.”

Deze week lichtte Middendorp op een congres zijn plannen toe voor de vernieuwing van de krijgsmacht. Door de aanhoudende bezuinigingen moesten, zegt de generaal, militaire ambities naar beneden worden bijgesteld. Door de dynamiek van internationale dreigingen en technologische ontwikkelingen blijven investeringen onvermijdelijk. Defensie heeft daarom een aantal thema’s – de vergelijking met de topsectoren van de overheid dringt zich op – aangewezen waarop de krijgsmacht in ieder geval bij moet blijven. Waaronder ‘intel’: het vergaren van inlichtingen, onbemande systemen, simulatie en cyber.

Middendorp: „Het is als met een gereedschapskist thuis. Je wilt zoveel voorhanden hebben dat je, zeg, 90 procent van de problemen met een greep uit die kist kunt oplossen. Voor de rest moet je soms wat huren of lenen bij de buurman.” In die zin is Mali een showcase voor deze vernieuwing. Inlichtingen zijn immers het hoofdthema van de Nederlandse missie. Er gaan onbemande vliegtuigen gaan mee om de gang van zaken in het uitgestrekte land in kaart te brengen. En de beveiliging van het kamp waar ook de Nederlanders verblijven wordt dus pragmatisch overgelaten aan de Chinezen.