Dader Dat ík dit heb gedaan

Toen hij die eerste dag de gevangenis inliep, keek hij bang om zich heen. Hij was in een cellenblok geplaatst met vijftig andere veroordeelden. Dan ben je achttien jaar en woon je een maand lang tussen de drugsdealers, gijzelaars en overvallers. En ook in de gevangenis wordt gevochten. Vooral in de luchtplaats vinden er gevechten plaats tussen de gevangenen.

Hij mocht een uur per dag naar buiten, maar hij kon geen gevecht meer zien. Die hele maand is hij maar één keer buiten geweest.

Haantjesgedrag, groepsdruk en heel wat glazen bier. Dat kan misschien het beste verklaren waarom de nu 23-jarige student sociaal-pedagogisch werk (hij wil niet met zijn naam in de krant) een maand na „die avond” door de politie werd gebeld: hij moest zich melden op het bureau. Net als zijn „zes ex-vrienden”. Het verklaart ook dat ene onwerkelijke moment, de dag na het incident, waarop hij voor de spiegel stond en als „gewone doorsnee jongen die nog nooit met de politie in aanraking was gekomen” naar zichzelf keek en zei „dat jij dit hebt gedaan”.

Die „verschrikkelijke avond” vond vijf jaar geleden plaats, toen hij tijdens de verjaardag van een vriend met „een stuk of achttien man” een discotheek bezocht in de buurt van hun dorp. Na het feestje waren zes van zijn vrienden op de parkeerplaats van de discotheek in gevecht geraakt met een groepje van vijf jongens uit een ander dorp. De jongens waren allemaal tussen de zestien en achttien. Er was eigenlijk geen reden voor het gevecht. Iedereen had wat op.

Hij zag het vechten en besloot zich ermee te bemoeien. „Er werden over en weer klappen uitgedeeld.” Zelf ging hij vooral duwen en trekken. En één keer, herinnert hij zich, deelde hij een bewuste klap uit. Twee van zijn vrienden liepen naar een jongen van de tegenpartij en takelden hem helemaal toe. Daar had hij niks mee te maken. Hij ging toen naar huis.

Een maand later had het slachtoffer aangifte gedaan: hij had letsel overgehouden aan het gevecht. De zeven vrienden werden als groep veroordeeld voor openbare geweldpleging, dus ongeacht wie precies wat had gedaan. Alle zeven kregen ze een kleine werkstraf, zaten een maand lang vast en kregen een voorwaardelijke celstraf van twee jaar.

Zelf heeft hij er geen lichamelijk letsel aan overgehouden. Wel schaamte. „Het is vervelend wanneer ik meisjes ontmoet en het hun moet vertellen.” Maar hij is vooral geschrokken van zijn eigen gedrag, het feit dat hij zijn vrienden niet heeft tegengehouden en mee is gaan vechten.

En zijn tijd in de gevangenis, heeft hem dat iets geleerd? Hij denkt van niet. „Ik denk dat jongens op deze leeftijd labieler de gevangenis uitlopen dan dat ze er binnen komen. Zo komen ze letterlijk in aanraking met het criminele circuit. Een maatschappelijke werkstraf zou beter helpen.”

Een aantal jaar geleden heeft hij uit vrije wil geprobeerd het slachtoffer te ontmoeten en zijn excuses aan te bieden. Dat wilde het slachtoffer niet. Hij wil het nog een keer proberen. En ja, hij vindt het goed dat jongeren onder de achttien vanaf januari geen alcohol meer mogen kopen. Hij drinkt zelf minder dan toen en gaat niet meer met zijn oude vrienden om. „Ik kies nu betere vrienden uit. Niet meer de stoere jongens.”