CPB: groeiraming december in lijn met eerdere prognoses

Laura van Geest, de nieuwe directeur van het CPB. Foto ANP / Richard van Elferen

De raming van de Nederlandse economie in december ligt in lijn met de prognose die het Centraal Planbureau in september september deed. Dat zegt Laura van Geest, sinds augustus directeur van het CPB, in een gesprek met NRC Handelsblad.

Op Prinsjesdag werd een krimp van 1 procent voor dit jaar voorzien, en een economische groei van 0,5 procent in 2014.

“Ik zie geen factoren die het beeld van de Macro Economische Verkenning in september ernstig verstoren. Daarom verwacht ik ook voor onze raming medio december geen radicale veranderingen.”

Economie groeide in derde kwartaal

Op 17 december presenteert het bureau de jaarlijkse decemberraming. In het derde kwartaal groeide de economie met 0,1 procent.

“Het is nog niet een getal waar je de vlag voor uithangt, maar het zijn wel positieve signalen. Het is consistent met wat we in onze ramingen hebben zitten.”

CPB krijgt nieuwe onderzoekers, maar krimpt

Van Geest heeft van het ministerie van Economische Zaken extra geld gekregen om tien onderzoekers aan te kunnen nemen. Dat is opmerkelijk omdat bijna alle onderdelen van de overheid moeten inleveren. Maar ook het CPB ontkomt per saldo niet aan inkrimping. In 2003 kende het CPB nog 150 voltijdsbanen, in 2015 zal dat, inclusief de nu toegezegde uitbreiding, ruim 110 zijn.

“De bedoeling is om die mensen in te zetten voor het versterken van de bestaande terreinen bij het CPB, zoals bijvoorbeeld de zorg.”

Een omstreden benoeming

De benoeming van Van Geest, afkomstig van het ministerie van Financiën, kreeg veel kritiek. Critici spraken deze zomer de vrees uit dat zij politici te weinig weerwerk zou geven. Haar voorganger, Coen Teulings, riep geregeld op tot matiging van bezuinigen wat bij sommige politici tot wrevel leidde. Van Geest:

“Zowel mijn voorganger als ik zijn consequent in het voor het voetlicht brengen van de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties. Dan is het vervolgens aan de politiek om die tegen elkaar af te wegen en een beslissing te nemen.”