Bonus bij banken aan banden: goed plan

Een maximumbonus van 20 procent van het vaste salaris voor bankiers. Met dit voorstel voor de Nederlandse banksector loopt minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) ver vooruit op de rest van de Europese Unie. Daar werd afgesproken het maximum te beperken tot 100 procent.

Het inperken van bonussen is een heet hangijzer bij het bankentoezicht. Het publiek heeft behoefte aan maatregelen op dit vlak. Van bonussen wordt gedacht dat ze een verkeerde prikkel geven in een sector waar het nemen van risico’s en prudentie vaak met elkaar op gespannen voet staan.

Een bank is zowel een onderneming als een vitaal deel van de maatschappelijke infrastructuur. Zonder risico’s kan hij niet opereren. Maar de gebeurtenissen van de afgelopen vijf jaar hebben blootgelegd dat in het uiterste geval de maatschappij opdraait voor de kosten als die risico’s uit de hand zijn gelopen en de bank moet worden gered.

Bonussen maakten een fors deel uit van de totale beloning van topbankiers. In 2010 was de gemiddelde bonus in de EU bijna 500 procent van het vaste salaris, voor topbankiers met een totale beloning van meer dan een miljoen euro. In 2011, het laatst bekende cijfer, was dat gezakt tot vlak onder de 300 procent. In die zin is er nog een lange weg te gaan. Voor Nederland waren deze cijfers overigens 202 procent in 2010 en 132 procent in 2011.

Op Dijsselbloems plan kan veel worden afgedongen. Er zijn uitzonderingen, met name voor vitale functies en voor Nederlandse bankiers die in het buitenland werken. Banken kunnen simpelweg de vaste salarissen verhogen. En als de geschiedenis een leidraad is, zullen banken nieuwe beloningsvormen proberen die de regels wellicht succesvol omzeilen. Met de extreme inzet van de minister om slechts 20 procent als maximum toe te staan, is er bovendien een kans dat het toptalent bij banken naar elders vertrekt.

Toch zet de minister wel de juiste toon. Zijn voorbeeld kan in Europa leiden tot een verdere beperking van bonussen, waardoor het speelveld gelijker wordt. En de vraag mag worden gesteld of het zo erg is dat toptalent naar elders vertrekt – als het dat al doet. Het zijn vaak deze prikkelgedreven hoogvliegers die de grootste brokken maakten. Zie, onder vele andere, de Libor-affaire bij de Rabobank. De minister kiest er kennelijk voor prioriteit te geven aan het veiliger en kalmer maken van de Nederlandse banken.

Is dit symboolpolitiek? Voor een deel vermoedelijk wel. Maar ook dat kan effectief zijn. Grootscheepse hervormingen van de manier waarop banken werken, die vlak na de kredietcrisis circuleerden, zijn intussen door de tijd en door lobbywerk geërodeerd. Het kan geen kwaad te laten zien dat de druk nog vol op de ketel staat.