Berlusconi’s laatste akte – of toch niet?

Ook al is Silvio Berlusconi niet definitief uit beeld, de dag van gisteren was een mijlpaal. Twintig jaar nadat hij de politiek in ging, is hij daaruit verwijderd.

Door onze redacteur Marc Leijendekker

Berlusconi, in zwarte rouwkleur, op de niet heel grote protestmanifestatie gisteren. Zijn 28-jarige vriendin Francesca Pascale (onder met vlag) luistert toe. Foto’s Reuters, AP

‘We gaan ons niet terugtrekken in een of ander klooster”, zei Silvio Berlusconi gistermiddag, een half uurtje voordat de Senaat hem zijn zetel ontnam. „We zijn hier en we blijven hier.”

Het was tekenend dat de 77-jarige mediamagnaat op een podium op straat voor zijn palazzo in Rome stond en zich niet probeerde te verdedigen in de Senaat. Hij doorspekte zijn toespraak met termen als „een zwarte dag voor de democratie” en een „staatsgreep”, en sprak over politieke executie. Maar het besluit van de Senaat om hem zijn zetel te ontnemen, was een uitgemaakte zaak. De meeste senatoren van zijn partij hadden zich, net als Berlusconi zelf, in het zwart gekleed. Maar ze waren met te weinig. Na het eerder weglopen van een groep dissidenten uit Berlusconi’s partij was rechts in de Senaat te zwak om het besluit tegen te houden.

In een vorig jaar aangenomen wet staat het duidelijk: wie tot meer dan twee jaar cel is veroordeeld, raakt zijn zetel kwijt. Berlusconi was op 1 augustus definitief tot vier jaar cel veroordeeld wegens financiële fraude. „Ik heb in heel mijn leven nog nooit het strikt toepassen van de wet horen omschrijven als een staatsgreep”, zei Luigi Zanda, de linkse fractieleider gisteren in de Senaat. Twintig jaar nadat hij de politiek instapte, heeft Berlusconi nu een verbod op representatieve politieke functies gekregen. Zes jaar lang mag hij zich niet kandidaat stellen.

Tegenstanders begonnen rond half zes met veel uitroeptekens te twitteren dat hij senator-af is. Maar echt weg uit de Italiaanse politiek is Berlusconi niet. Hij maakte met de mensen die in de kou voor zijn huis stonden, een afspraak voor „de eerste dag van de verkiezingscampagne”. Maar zelfs de familiekrant Il Giornale schreef vanmorgen dat dit een „titanische opleving” zou zijn. Voor- en tegenstanders van de 77-jarige mediamagnaat wisten daarom niet goed hoe ze de dag van gisteren moesten duiden.

Zelf zei Berlusconi dat het voorbeeld van Beppe Grillo, die van buiten het parlement zijn protestpartij Vijfsterrenbeweging met strakke hand stuurt, laat zien, „dat men zich ook buiten het parlement kan blijven inspannen en kan blijven vechten voor onze vrijheid”.

Toch maakt zijn schorsing als senator hem kwetsbaarder. Al was het alleen maar omdat hij nu zijn parlementaire onschendbaarheid kwijt is. In Milaan en Napels en elders lopen nog justitiële onderzoeken tegen hem, onder meer wegens het aanzetten van getuigen tot meineed en het omkopen van senatoren. Een officier van justitie zou kunnen besluiten hem in voorarrest te nemen.

Bovendien is daar die veroordeling. De vier jaar cel zijn door een eerdere amnestie en een leeftijdsclausule omgezet in één jaar sociale dienstverlening. Dat beperkt zijn bewegingsvrijheid. Berlusconi die de straat schoon veegt, levert misschien mooie campagneplaatjes op. Maar ze herinneren er ook aan dat de man is veroordeeld.

Aan de andere kant: Berlusconi heeft nooit het parlement als podium voor zijn politieke optredens gebruikt. Hij zal dat dus ook niet missen. Een senator van Grillo’s partij herinnerde er gisteren nog aan dat Berlusconi de afgelopen periode in de senaat vrijwel nooit aanwezig was, vrijwel nooit heeft meegestemd en als senator vrijwel geen wetgevende activiteit heeft ontplooid.

Sommige Italiaanse commentatoren spreken nu over het einde van een Ventennio, de periode van twintig jaar die Berlusconi in de politiek zit. Het woord verwijst naar de eerdere, even lange periode dat de fascistische dictator Benito Mussolini aan de macht was. Met de rode kaart van gisteren is Berlusconi de formele politiek uit gestuurd. Maar commentator Barbara Spinelli van de krant La Repubblica waarschuwde dat hij over twee formidabele wapens blijft beschikken: zijn enorme mediamacht, als eigenaar van drie grote commerciële tv-zenders, en zijn kolossale rijkdom.

Bovendien, schreef Spinelli, het berlusconisme, met zijn cynische benadering van de politiek, zijn nadruk op het gebruik van de media en het schaamteloos bespelen van de publieke opinie, dat is Italië niet zomaar kwijt.

De krant La Stampa schreef vanmorgen in een commentaar dat Berlusconi altijd twee registers heeft bespeeld. Dat van de staatsman die een conservatief-liberale ideologie uitdraagt. En dat van de „antipolitieke en pararevolutionaire” rebel. Daarmee appelleerde hij aan twee belangrijke stromingen in het land: „de traditionele Italiaanse gematigdheid [...] en de anarchoconservatieve rebellie die geen geduld heeft met regels van een staat die steeds als tegenstander is beschouwd.” Het is nu een stuk moeilijker dat eerste register geloofwaardig te bespelen, temeer omdat een aantal gematigde centrum-rechtse dissidenten eerder deze maand met hem heeft gebroken en de haviken in zijn kamp zijn gebleven.

Het Berlusconi-kamp gaat nu in de oppositie. Dinsdag stemden zijn senatoren al tegen de begroting. De brede coalitie van premier Letta is nu politiek gezien een stuk minder breed, maar zij kan wel blijven rekenen op de steun van de dissidenten in het parlement. Letta kan nu meer kritiek verwachten, omdat de oppositie groter is geworden, maar zit ook steviger in het zadel, omdat zijn vijf centrum-rechtse ministers niet langer door Berlusconi worden gedwongen voortdurend met een crisis te dreigen.

Berlusconi wil nu zijn partij Forza Italia nieuw leven inblazen als actiepartij. Wat vermoeid kondigde hij aan dat er overal in het land lokale afdelingen komen. Op advies van zijn marketingmensen heeft hij alvast een naam bedacht voor die ‘clubs’: Forza Silvio.