‘Ze hebben hier geld en enorme huizen’

Abu Dhabi Art is een beurs voor moderne en hedendaagse kunst. Veel wordt er niet verkocht. „We moeten bij nul beginnen.”

Bezoekers van Abu Dhabi Art voor een beeld van de Amerikaanse kunstenaar Rafael Barrios.

Op de openingsdag van Abu Dhabi Art, de kunstbeurs die afgelopen zaterdag eindigde, pakten de Engelstalige kranten in de Verenigde Arabische Emiraten ’s morgens uit met een toespraak van de minister-president, sjeik Mohammed bin Rashid Al Maktoem. Op de Dubai Air-show hadden de zeven golfstaatjes een dag eerder voor liefst 200 miljard dollar aan nieuwe vliegtuigen besteld. Aanleiding om de nationale missie nog eens te onderstrepen. Binnen afzienbare tijd zullen de emiraten niet meer afhankelijk zijn van olie- en gasinkomsten, verkondigde de sjeik, maar worden ze „de nieuwe economische, toeristische en culturele hoofdstad van de wereld”, om te beginnen voor de twee miljard mensen om de emiraten heen.

In dat ambitieuze streven is Abu Dhabi Art, een door de overheid georganiseerd evenement, een bescheiden schakeltje. Een vier dagen durende beurs voor moderne en hedendaagse kunst, overzichtelijk van omvang, met zo’n 20.000 bezoekers. Omvang zegt echter niets over kwaliteit. Ook bij de vijfde editie mengden internationale topgaleries als Gagosian en Hauser & Wirth zich met de beste galeries uit het Midden-Oosten.

Onder de bezoekers ook vele kunstprominenten die je bij beurzen van vergelijkbare omvang niet snel tegenkomt. Vooraanstaande kunstenaars als Jenny Holzer en Ilya Kabakov werkten mee aan het uitgebreide bijprogramma van de beurs. Ook vele bestuurders en verzamelaars bezochten de beurs. Uit Frankrijk landde zelfs een vliegtuig vol met ministers en museumdirecteuren.

Ook dit jaar regende het geen rode stippen op de beurs. Veel deelnemers spraken van een investering in de toekomst. Vlakbij het beurscomplex is het Saadiyat Eiland, waar gewerkt wordt aan de musea die moeten helpen van Abu Dhabi de gedroomde toeristische en culturele hoofdstad te maken: het Louvre Abu Dhabi (dat bekendmaakte in december 2015 open te gaan), het Guggenheim Abu Dhabi en het Nationaal Museum Zayed. Met deze projecten zijn onwaarschijnlijke bedragen gemoeid: voor het gebruik van de naam, het lenen van kunst en het geven van advies ontvangt het Louvre in Parijs de komende dertig jaar alleen al 1,27 miljard dollar. Velen in de kunstwereld hopen op enigerlei wijze bij deze kapitaalkrachtige projecten betrokken te raken.

Over kunst valt in Abu Dhabi nog veel uit te leggen, constateerden diverse westerse galeriehouders. Vergeleken met het mondainere Dubai is er duidelijk sprake van een kennisachterstand, zei Adam Sheffer van de New Yorkse galerie Cheim & Read. In zijn stand met werken van onder anderen Louise Bourgeois en Joan Mitchell beantwoordde hij vele vragen, vooral van vrouwen gehuld in abaja en nikaab. Sheffer: „Deze beurs is onvergelijkbaar met welke beurs ook. Voor de bezoekers is het kijken en leren. En na één dag heb ik hier al meer intelligente vragen moeten beantwoorden dan bij Art Basel Miami in een hele week.”

Loïc le Gaillard, mede-oprichter van de Londense designgalerie Carpenters Workshop, probeert al twee jaar voet aan de grond te krijgen in het Midden-Oosten. „We zijn bij nul begonnen. Zelfs van Marc Newson (de Australische topdesigner, red.) hebben ze hier nog nooit gehoord. Het is verschrikkelijk ingewikkeld. Maar we doen het toch en hebben er zelfs twee Arabische medewerkers voor aangetrokken. Dit is een belangrijke markt: de mensen hier zijn nieuwsgierig, intelligent, ze hebben geld en, niet onbelangrijk, enorme huizen.”

Carpenters Workshop toonde als enige galerie werk van Nederlandse kunstenaars: een curieuze bank van Sebastian Brajkovic, een marmeren tafel van Demakersvan en een lamp met paardenbloemenpluisjes van Studio Drift, een samenwerkingsverband van Ralph Nauta en Lonneke Gordijn. Nauta had zijn Amsterdamse studio met twintig medewerkers even in de steek gelaten om de beurs bij te wonen. „Deze regio is heel interessant voor ons. We hebben al diverse opdrachten in het Midden-Oosten gehad. En je ontmoet hier nog eens iemand. Vandaag sprak ik mensen van het Louvre en verschillende klanten.”

Opvallend was de hoge kwaliteit van de Arabische kunst op de beurs. Vaak van kunstenaars die niet op zoek zijn naar nieuwe vormen van abstractie, maar naar inhoud. Zoals de provocatieve en politiek geladen collages van de naar Dubai gevluchte Iraanse kunstenaar Ramin Haerizadeh.

Even indrukwekkend was het improvisatievermogen van de beursorganisatie. Toen na twee dagen ’s morgens vroeg een enorme regenbui boven de woestijnstaat losbarstte en het dak van een van de tentoonstellingshallen zo lek als een mandje bleek te zijn, werden de schilderijen van Willem de Kooning, Frank Stella en Basquiat in allerijl in veiligheid gebracht. De beurs werd voor een halve dag gesloten, om ’s avonds in een andere, ditmaal waterdichte hal te heropenen.