Wraak is zoet – maar ook levensgevaarlijk

‘Wraak is nooit een rechte lijn. Het is een woud. En in een woud verdwaal je makkelijk en vergeet je waarom je het ooit betrad.”

Dat zegt Hattori Hanzo in Quentin Tarantino’s Kill Bill 1 (2003). Hattori Hanzo, even ter herinnering, is in die film de smid van het samoeraizwaard waarmee Beatrix ‘The Bride’ Kiddo bloedig wraak neemt op O-Ren Ishii van The Deadly Vipers Assassination Squad. Dat moest, want The Bride had vier jaar in coma gelegen na een aanslag door haar ex-geliefde Bill en zijn Vipers-bende, en toen ze eindelijk bijkwam, was haar zwangere buik leeg. Dat schrééuwde om wraak. Maar wraak, waarschuwt Hanzo haar, is een gevaarlijke emotie, waarin je je kunt verliezen als een kind in een donker sprookjesbos.

Dat is niet per se wat we willen horen, als ons een verhaal over wraak verteld wordt. We horen liever dat wraak zoet is. Dat het een gerecht is dat het beste koud wordt opgediend. En dan moet de held verder lekker zijn gang gaan. Koelbloedig. Methodisch. De held die jarenlang gevangen heeft gezeten, in coma heeft gelegen, als slaaf heeft gediend of anderszins vernederd is, allemaal door de moedwillige schuld van iemand anders, zal die ander daar nu voor laten boeten. En niets, verwachten we, zal zo’n voldoening geven als diens vernedering, diens afgang, diens dood.

Verhalen over wraak zijn heerlijk, we kunnen er geen genoeg van krijgen. Alexandre Dumas schreef meer dan 600 romans, maar het was het wraakverhaal van De Graaf van Monte Cristo (1844) dat hem schatrijk maakte (vooruit, samen met De drie musketiers, ook uit 1844). De nieuwe film Oldboy van Spike Lee heeft, net als het Koreaanse origineel van Park Chan-wook uit 2003, een klassiek Monte Cristo-thema. Een man zit gevangen zonder dat hij weet waarom en hij wil wraak nemen op wie hem dat aandeed.

Niet zomaar wraak, uiteraard, maar de perfecte wraak. Al sinds Dumas’ Monte Cristo zoeken verhalenvertellers in remakes en hommages naar steeds mooiere, completere vormen van vergelding. Tarantino is wat dat betreft een van de meesters. Niet toevallig wordt Park Chan-wook dankzij zijn versie van Oldboy wel ‘de Quentin Tarantino van het Oosten’ genoemd. (En in een van Tarantino’s wraakfilms, Django Unchained (2012), vernoemde een blanke slavenhandelaar trouwens een slaaf naar de ‘vierde musketier’ D’Artagnan, uit dat ándere succesboek van Alexandre Dumas.)

Wraak lijkt zo mooi – het heeft een esthetische symmetrie. Iemand doet je iets vreselijks aan, jij doet het gewoon terug. Oog om oog, tand om tand. Het herstel van de orde der dingen. Volgens een klassieke psychologische theorie, de just world hypothesis, zijn mensen gemotiveerd om te geloven in een rechtvaardige wereld waarin iedereen krijgt wat hij verdient. Rijkdom, ziektes, armoede – ‘daar zal hij het dan wel naar gemaakt hebben’, denken we graag. Wraak is goed, in die optiek. Wraak is rechtvaardig.

Maar het grote probleem met wraak is: het loopt niet vaak mooi af. De graaf van Monte Cristo en al die wrekende helden voor en na hem worden zelden gelukkige, vervulde mensen. In Moby-Dick overleeft kapitein Ahab de confrontatie niet met de witte walvis waarop hij wraak wil nemen. In Euripides’ Medea neemt Medea wraak op haar overspelige geliefde Jason door zijn zoons te doden – maar dat waren ook háár zoons. Hamlet werd al gek bij het idee dat hij misschien wraak zou moeten nemen. Zelfs de wrekende God van het Oude Testament heeft het niet gered – die veranderde in het Nieuwe Testament in een succesvollere liefhebbende variant van zichzelf.

Psychologen weten dat allemaal wel, natuurlijk. Veel mensen denken ten onrechte dat het uiten van woede tot catharsis leidt, en daarmee tot kalmte – in werkelijkheid word je er juist kwader en agressiever door. Over het algemeen kunnen mensen slecht voorspellen hoe ze zich in de toekomst zullen voelen, bijvoorbeeld nadat ze de lotto hebben gewonnen, een baan zijn kwijtgeraakt, een kind hebben gekregen. Of wraak hebben genomen. De meeste mensen verwachten dat het voldoening zal geven om iemand te straffen die hun kwaad heeft gedaan. Maar uit het weinige onderzoek dat ernaar gedaan is, blijkt dat mensen zich daardoor slechter gaan voelen. Wraak sluit niet af: het houdt oude wonden open.

Wat wel goed is voor een mens: vergeving. Of denken ‘ach, waar maak ik me toch druk om; wat voorbij is, is voorbij’. Maar wie gaat een film lang kijken naar een held die zo denkt? Nee, liever kijken we naar wraak. Mooie, ingenieuze, esthetisch uitgevoerde wraak. Wraakfilms willen ons laten genieten van de schoonheid en rechtvaardigheid van wraak op de enige plek waar dat zeker lukt: in fictie, in onze fantasie.

En daarnaast willen wraakverhalen ons waarschuwen. Op de achtergrond. „Wraak is nooit een rechte lijn”, laten ze zien als de graaf van Monte Cristo zijn eerste liefde verliest en zichzelf voelt verkillen en verharden. „Wraak is een woud. En in een woud verdwaal je makkelijk en vergeet je waarom je het ooit betrad.” Misschien heeft zelfs kapitein Ahab nog wel getwijfeld, ergens tussen zijn uitroep „for hate’s sake I spit my last breath at thee” en het moment dat hij door de golven werd verzwolgen.

Maar goed dat ik toch geen wraak heb genomen, kunnen we dan in ons achterhoofd denken, terwijl we gretig blijven kijken.