Uw dagelijks doen en laten gaat de overheid niets aan

Het bedrijf SMS Parking hoeft geen parkeergegevens van klanten aan de Belastingdienst te geven Dat bepaalde de rechter gisteren De overheid hoeft niet van iedereen te weten wie waar parkeert

verslaggever

Het recht van de Belastingdienst om privacygevoelige informatie over burgers op te vragen is minder groot dan gedacht. De rechtbank in Den Bosch oordeelde gisteren dat het bedrijf SMS Parking geen parkeergegevens van klanten hoeft over te dragen. Het verstrekken van informatie aan de overheid over welke automobilist waar parkeerde en wanneer precies, is een te grote inbreuk op de privacy.

‘Iedere burger moet in beginsel een auto kunnen parkeren op een door die burger verkozen plaats in Nederland, zonder dat de overheid behoeft te weten dat hij dat doet en waarom hij dat doet’, aldus het vonnis in een kort geding dat de Belastingdienst tegen SMS Parking had aangespannen. Het is de eerste keer dat de Belastingdienst wordt teruggefloten bij het massaal verzamelen van locatiegegevens van automobilisten.

Via de diensten van SMS Parking kunnen automobilisten met hun mobiele telefoon voor een parkeerplaats betalen. Met de parkeergegevens over 2012 wilde de fiscus controleren of leaserijders niet méér privékilometers maakten dan ze via hun rittenadministratie opgaven. SMS Parking weigerde de gegevens over te dragen om de privacy van klanten te beschermen. Directeur Mladen Ciric zei eerder bang te zijn dat de informatie door datalekken bij de fiscus op straat zou komen. De advocaat van het bedrijf betoogde dat de gegevensvordering van alle parkeertransacties disproportioneel is, omdat leaserijders maar een beperkt deel van het klantenbestand uitmaken.

Concurrenten werkten wel mee

Eerder voldeden concurrenten als Parkmobile en Yellowbrick wel aan de vordering door de fiscus. Op basis van de informatie die zij gaven, zijn al naheffingen aan leaserijders opgelegd. Dat kan weleens voorbarig zijn geweest. Dat de bedrijven meewerkten is niet zo vreemd, want de bevoegdheden van de Belastingdienst om informatie op te vragen, leken tot nu toe vrijwel onbeperkt. Zo verwees de rechter gisteren naar een uitspraak van de Hoge Raad in 1974. Verzekeraar Stad Rotterdam werd toen gedwongen gegevens over alle personen te verstrekken die een plezierboot bij het bedrijf hadden verzekerd. De fiscus probeerde zo te achterhalen wie er inkomsten en vermogen buiten het zicht van de Belastingdienst hield. Ook daarna liet de Hoge Raad meerdere malen het belang van de fiscus om belastingontduiking op te sporen zwaarder wegen dan het recht van burgers op privacy. Dat recht is vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De rechter in Den Bosch oordeelde gisteren anders. Een belangrijke reden daarvoor is dat de overheid tegenwoordig toegang heeft tot allerlei databanken met gegevens waaruit het gedrag van burgers valt af te leiden. Denk bijvoorbeeld aan informatie over wie wanneer met wie belde en vanaf welke locatie. Deze gegevens worden een jaar bewaard en politie en opsporingsdiensten hebben er toegang toe. „Waar steeds meer informatie wordt vastgelegd, dringt zich in het maatschappelijke debat steeds vaker de vraag op wat de hoofdregel van artikel 8 EVRM voor de burger nog waard is”, aldus de rechter.

Het veelgehoorde ‘wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen’ moet volgens de rechtbank niet het uitgangspunt zijn bij het opvragen van gegevens door de overheid. „Het dagelijks doen en laten van de burgers gaat de overheid niets aan.” Dat is volgens het vonnis de juiste vertaling van het EVRM.

Sleepnetmethode

Daarop kan alleen een uitzondering worden gemaakt vanwege ‘zeer zwaarwegende collectieve belangen’. Naleving van de belastingwetgeving kan zo’n belang zijn, maar de „fishing expedition ten aanzien van alledaags gedrag van burgers om te zien of die sleepnetmethode ‘hits’ oplevert” gaat volgens de rechtbank te ver.

In een reactie op het vonnis zei een woordvoerder van de Belastingdienst gisteren dat de fiscus in hoger beroep gaat. Dan moet blijken of het recht om gegevens te vorderen daadwerkelijk wordt ingeperkt. Dat zou grote gevolgen kunnen hebben. Parkeergegevens om naheffingen te kunnen opleggen, werden eerder al opgevraagd bij het Servicehuis Parkeren (SHPV). Tientallen gemeenten zijn aangesloten bij het parkeerregister dat het SHPV beheert om automobilisten via hun mobiele telefoon te kunnen laten betalen. Ook gemeenten als Amsterdam, waar burgers alleen nog maar op kenteken, dus zonder verplicht bonnetje achter de voorruit, kunnen parkeren, zijn bij het SHPV aangesloten. In het parkeerregister van die instantie kunnen parkeercontroleurs zien of er is betaald.

Kentekenfoto’s van de politie

Daarnaast krijgt de Belastingdienst wekelijks een databestand van de politie met gegevens over wiens auto waar op de snelweg heeft gereden. Dat soort informatie wordt vastgelegd met politiecamera’s die kentekens registreren. Ook hiermee controleert de fiscus vooral of leaserijders niet te veel privékilometers rijden. Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens is het opslaan van de foto’s die de camera’s maken illegaal. Er lopen diverse rechtszaken van automobilisten die vinden dat hun privacy op deze manier te veel wordt aangetast. Een uitspraak van een hogere rechter over gegevensverzameling door de Belastingdienst kan ook gevolgen hebben voor hun rechtszaken. En voor de naheffingen die aan hen zijn opgelegd.

De Tweede Kamer behandelt nu een wetsvoorstel van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) dat het bewaren van kentekenfoto’s wel toestaat, voor een periode van vier weken. Dat zou de politie de mogelijkheid geven terug te zoeken in de kentekenfoto’s om te kijken of een verdachte met zijn auto tijdens een misdrijf in de buurt was. Volgens privacyvoorvechters is ook het bewaren van kentekenfoto’s strijdig met de Europese privacyregels. Organisatie Privacy First zegt naar de rechter te stappen als de Tweede en Eerste Kamer de plannen goedkeuren.