Tijd voor regels over echte liefde tussen 9 en 5

Stomende sessies in het kopieerhok of op de borrel: werk is een broedplaats voor relaties Voor stelletjes zijn de regels onduidelijk Ria Harmelink pleit voor een code

Jessica Satink en Jeffrey Satink zijn beiden docent op het Landstede MBO in Zwolle. foto lars van den brink

‘Geen moment lieten we onbenut om elkaar te betasten. Meestal gebeurde het aan en op het bureau. We konden het altijd horen als iemand naar boven kwam, dan gingen we snel netjes ieder op onze eigen stoel zitten. We namen steeds meer risico. Bellen met klanten en tegelijkertijd seksuele handelingen verrichten. Dat was superspannend en verhoogde de opwinding. We hebben echt ongelofelijk geluk gehad dat we nooit zijn betrapt.”

Deze passage van een 60-jarige man staat in het vorige maand verschenen boek Seks op het werk. Alles over liefde en relaties tussen 9 en 5, geschreven door Ria Harmelink. De man had een slecht huwelijk en kon bij een twintig jaar jongere collega zijn verhaal kwijt. Hij raakte verliefd, en een arm om zijn schouder resulteerde uiteindelijk in seks op de werkvloer.

Collega’s hebben het nooit geweten, vertelt de man in het boek. In het geheim verliefd zijn op een collega gaf hem een enorme kick. „Het ene moment ben je heel intiem, het volgende moment voer je een zakelijk gesprek.” Hij werkt nu bij een ander bedrijf en zijn huwelijk is voorbij.

Het gebeurt overal, in alle bedrijven, op alle verdiepingen: kantoorromances. Werk is een broedplaats voor relaties. Er zijn genoeg oorzaken aan te wijzen: werknemers gaan samen naar heidagen, brengen vakanties door, duiken op vrijdagmiddag het café in en hebben in het weekend nog contact over projecten. De verbondenheid met collega’s is groot, en de grenzen tussen werk en privé vervagen. Bovendien zijn er in de afgelopen decennia steeds meer vrouwen gaan werken.

Veel dates tussen collega’s

Er gaat bijna geen week voorbij zonder dat er een onderzoek wordt gepubliceerd over werkrelaties. Erg zinnig zijn ze meestal niet, maar het is nu eenmaal een populair onderwerp. Meer dan de helft van de werknemers in Nederland is weleens verliefd geweest op een collega, meldde de Nationale Vacaturebank eerder dit jaar na een enquête onder ruim duizend respondenten. Uit een groot Amerikaans onderzoek bleek dit jaar dat 39 procent van de werknemers ooit weleens een date heeft gehad met een collega.

Liefde op de werkvloer is mainstream, het is een ideale datingplek. Klinkt leuk, maar zodra het serieus wordt zitten verliefde collega’s in een ongemakkelijke positie. Bijna alle werkstelletjes die Harmelink voor haar boek interviewde – 22 in totaal – vonden het lastig om hun baas over de relatie te vertellen.

Werknemers weten niet wat ze moeten doen als ze een relatie krijgen: hou je het stil voor je leidinggevende, of niet? Wat zijn de consequenties als je het zegt? Hoe reageren je collega’s? Hoe voorkom je geroddel? En hoe zorg je dat je werk en privé gescheiden houdt?

Weinig Nederlandse bedrijven hebben beleid voor kantoorrelaties. Daarom pleit Harmelink voor een gedragscode voor organisaties. „Gooi het open. Zo doorbreek je het taboe.” Het management ziet het volgens Harmelink doorgaans niet als een probleem, in tegenstelling tot de verliefde collega’s zelf. Door een gedragscode creëer je voor iedereen duidelijkheid, denkt Harmelink.

Wat moet er dan in zo’n gedragscode staan? Dat is aan de bedrijven zelf, zegt Harmelink. Maar je zou werknemers kunnen verplichten de relatie te melden bij hun leidinggevende. In de meldcode zou ook kunnen staan dat een relatie tussen leidinggevende en ondergeschikte niet kan. Of dat klef doen op de werkvloer niet gewenst is, omdat collega’s zich hieraan kunnen ergeren.

In 2008 deed adviesbureau KPMG een onderzoek onder zijn klanten, zo’n 20 procent van de bedrijven had een gedragscode om relaties op het werk in goede banen te leiden. Het ging hier vooral om grote organisaties – in het midden- en kleinbedrijf zijn er waarschijnlijk minder bedrijven met een regeling. Het is niet bekend of het percentage de afgelopen jaren is gestegen.

De Universiteit Leiden heeft sinds 2011 een gedragscode voor relaties op de werkvloer. In de code staat dat van de collega’s wordt verwacht dat zij zo snel mogelijk een leidinggevende informeren. „Deze melding zal met de grootst mogelijke discretie worden behandeld.” Vervolgens besluit de leidinggevende of een gesprek met een personeelsadviseur noodzakelijk is.

Overplaatsing binnen de universiteit, het staken van bepaalde werkzaamheden en in het uiterste geval ontslag zijn mogelijke maatregelen, volgens de code. „Overplaatsing is in het geval van een hiërarchische relatie het uitgangspunt.”

De code is ingesteld om te voorkomen dat relaties negatieve gevolgen hebben voor de sfeer op de werkvloer. „De gedragscode is sinds de invoering enkele malen toegepast en functioneert naar tevredenheid”, zegt een woordvoerder van de Universiteit Leiden.

Privéaangelegenheid

Over het algemeen heeft het onderwerp weinig prioriteit bij organisaties. Zo ook bij het Erasmus MC, zegt een woordvoerder. Dat verbaast Harmelink. Een ziekenhuis ziet zij als een risicoplek waar je onnodige situaties moet proberen te voorkomen. „Stel je voor dat twee artsen die in de operatiekamer werken een relatie hebben. Ik zou niet graag de patiënt zijn als zij de avond vóór mijn operatie forse ruzie hebben gehad.”

Persoonlijke relaties tussen medewerkers worden pas een issue als het de werkprestaties raakt, zegt de woordvoerder van het Erasmus MC. „Wij beschouwen het als een privéaangelegenheid.” Sancties of overplaatsing zijn bij het ziekenhuis pas aan de orde als bijvoorbeeld in het jaargesprek blijkt dat de arbeidsprestaties eronder lijden.

Ook Rabobank heeft geen regels voor relaties tussen collega’s, zegt een woordvoerder. „Ons HR-beleid is gestoeld op de visie dat we volwassen arbeidsverhoudingen nastreven, waarbij de medewerker zelf een grote verantwoordelijkheid draagt voor het eigen, goed functioneren.”

Eigen verantwoordelijkheid dus, en geen regels, als het aan de bedrijven ligt. Maar Harmelink staat niet alleen in haar oproep. Ook psychologe Willeke Bezemer vindt een gedragscode binnen bedrijven een goed idee. Zij is directeur van adviesbureau Bezemer & Kuiper dat adviseert over omgangsvormen op de werkvloer. „Geef openheid over dit soort zaken. Leg uit hoe je daar als bedrijf mee wilt omgaan. Voer een goed gesprek met je leidinggevende over hoe je je privacy wilt waarborgen.”

Een grote valkuil van de HR-afdeling is dat zij wacht tot mensen het zelf melden, zegt Muel Kaptein van KPMG Integriteit, dat bedrijven adviseert bij het opstellen van gedragscodes. „Maar aangeven dat je een relatie hebt, is moeilijk voor een werkstelletje.”

Dat ervoer een 52-jarige vrouw die verliefd werd op een vrouwelijke collega (haar leidinggevende). De vrouw was al dertig jaar getrouwd met haar man. In het boek van Harmelink vertelt ze dat ze direct werd overgeplaatst naar een andere afdeling. „Een ramp vind ik dat. Ik wil terug en ook mijn collega’s willen graag dat ik terugkom. Maar de locatiemanager zegt dat dit uitgesloten is. Dat regels regels zijn. Het punt is dat er in de cao niets over te vinden is, ook op intranet staat er niets over beschreven.” Door alle stress kwam de vrouw in de ziektewet. Ze slikt antidepressiva en is vijftien kilo afgevallen. „Achteraf denk ik: hadden we het maar nooit verteld.”