Senaat toetst redelijkheid van het verbod op godslastering

De wet tegen godslastering is een dode letter. Maar afschaffen ligt gevoelig.

Foto EPA

Het was spannend gisteren in de Eerste Kamer. Het schrappen van het verbod op godslastering, een initiatief van D66 en SP, leek bij de laatste horde te sneuvelen. Coalitiepartijen VVD en PvdA waren plots meer dan kritisch. Senator Heleen Dupuis (VVD) zag „niet veel reden om het verbod op godslastering op te heffen”. Nico Schrijver (PvdA) vond het belangrijk „religieuze minderheden in hun diepste religieuze gevoelens te beschermen”.

Dat wekte bij D66 de vrees dat hier „politieke motieven” speelden om de kleine christelijke partijen te bedanken voor de steun in het begrotingsakkoord. De ChristenUnie hoopte juist op „het scenario van de rituele slacht”; een verbod dat de Eerste Kamer vorig jaar torpedeerde.

1 Wat is het blasfemieverbod?

Nadat een communistisch blad religie in teksten en spotprenten belachelijk had gemaakt, nam Justitieminister Jan Donner (de grootvader van Raad van State-vicepresident Piet Hein Donner) in 1932 „smalende godslastering” op in het Wetboek van Strafrecht. Wie zich „op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat” kon een boete of gevangenisstraf krijgen.

2 Hoe wordt dat toegepast?

Niet, de wet is een dode letter. Sinds schrijver Gerard Reve in 1968 werd vrijgesproken heeft er geen vervolging meer plaats gevonden. Maar na de moord op Theo van Gogh opperde Piet Hein Donner, toen minister van Justitie, de strafbaarstelling van godslastering te reanimeren. Reden voor D66 om juist te pleitten voor afschaffing van het wetsartikel. Het zou onnodig zijn gelovigen beter tegen belediging te beschermen dan ongelovigen. En de wet zou de vrijheid van meningsuiting beperken

3 Hoe lag dat politiek?

Hoewel een non-confessionele meerderheid van de Tweede Kamer weinig op heeft met het verbod, hielden de politieke omstandigheden het in stand. Eerst was de PvdA in Balkenende VI aan het CDA gebonden, vervolgens ging de VVD met de christen-democraten regeren. Het kabinet-Rutte II maakte de weg vrij. In april stemde de Tweede Kamer voor afschaffing.

4 Waarom werd het in de Eerste Kamer dan lastig gisteren?

Volgens senatoren zelf toonde het debat daar aan dat „de Eerste Kamer doet waarvoor ze bedoeld is”: toetsen op proportionaliteit en redelijkheid. „Het afschaffen van deze wet is net zo symbolisch als het bestaan ervan”, zei een VVD’er. Maar VVD en PvdA geven ook toe dat ze – sinds het begrotingsakkoord met D66, ChristenUnie en SGP – meer rekening houden met de wensen en gevoelens van de kleine christelijke partijen. Ze willen hen „niet op de kast jagen”.

5 En nu?

De senaat stemt volgende week over het verbod. Roel Kuiper (ChristenUnie) heeft gevraagd om een hoofdelijke stemming. Bij de VVD is afgesproken dat het „een vrije kwestie is”, de fractie zal verdeeld stemmen. Nico Schrijver en de rest van de PvdA zullen ondanks de kritiek toch voor afschaffen van het verbod stemmen. Een motie van Schrijver roept de regering op elders in de wet „genoegzame bescherming” te bieden tegen de belediging van gelovigen. Daarmee wordt het verbod overbodig en is een meerderheid van de senaat voor. Een tegemoetkoming aan D66 – die andere partner uit het begrotingsakkoord.