Politici, zeg eens wat vaker ‘nee’

Politici moeten zichzelf vaker beschermen tegen de invloed van televisie Dat staat in het deze week verschenen boek Op tv of roemloos ten onder Door tv hebben politici soms geen reëel zelfbeeld meer

Toen Tofik Dibi zich verkiesbaar stelde als lijsttrekker voor GroenLinks, had hij naar eigen zeggen geen heldere blik op de werkelijkheid. Foto ANP

Verslaggever

De parlementaire pers ontdekte Tofik Dibi kort na zijn komst naar het Binnenhof in november 2006. De twintiger gaf heldere, stevige oneliners, hij opereerde ongedwongen in tv-reportages en kon boeiend vertellen in persoonlijk getinte interviews. Het liefst bij hem thuis op de bank in Amsterdam-West, waar Dibi nog bij zijn moeder woonde. Wie geluk had, trof in de flatwoning ook zijn broertje, de net-niet-professionele voetballer.

Al die media-aandacht gaf Dibi een groeiend idee van eigen importantie. Dat leidde ertoe dat hij vorig jaar een gooi deed naar het lijsttrekkerschap van zijn partij. Dat ging mis. Een vrij zwakke tegenstander, Jolande Sap, versloeg hem verpletterend.

In een interview, deze week in weekblad Vrij Nederland, spreekt Dibi over de „mediaverslaving” die hem parten speelde. Het ontnam hem een heldere blik op de werkelijkheid. Dibi: „Omdat ik zo vaak in de media kwam, was ik anders naar mezelf gaan kijken. Je gaat in alles wat je zegt geloven. Als er iets was met integratie en ik niet werd gebeld, dacht ik: hoe kan dat nou? Ja, dat getuigt van menselijke zwakte. Je gaat een gewicht aan je mening toekennen dat niet reëel is.”

Het interview staat ook in het boek Op tv of roemloos ten onder van journalisten Max van Weezel en Margalith Kleijwegt. Dat dit zonder concurrentie het interessantste stuk in het boek is, bewijst het gelijk van al die journalisten die zich in Den Haag op Dibi stortten: zelfs als leraar maatschappijleer in opleiding geeft hij meer inzicht in „het oprukken van de mediacratie” dan (ex-)politici in het boek als Alexander Pechtold, Henk Kamp, Job Cohen en Gerdi Verbeet.

Net als de in het boek opgevoerde journalisten beschrijven zij hoe de tv de krant naar de tweede rang van het politieke theater heeft gedreven. Een politicus, is het vrij afgezaagde relaas, heeft tegenwoordig niet genoeg aan een goed verhaal, hij moet dat ook op tv kunnen vertellen.

Andere conclusie

Gelukkig geven de auteurs genoeg materiaal om ook tot een totaal andere conclusie te komen dan in de titel is verwoord. Want uit de woorden van Dibi blijkt dat het niet is: ‘op tv of roemloos ten onder’ maar ‘op tv én roemloos ten onder’. Zie ook de geziene talkshowgasten Henk Bleker en Hero Brinkman. De één kreeg nog minder stemmen dan Dibi bij een interne lijsttrekkerverkiezing. De ander, Hero Brinkman, richtte een eigen partij op die niet één zetel bemachtigde.

Brinkman en Bleker komen in het boek helaas niet aan het woord, anders dan Hans Wiegel (ooit VVD-leider), en oud-tv-presentatoren Koos Postema en Sonja Barend. Wel noemen de auteurs het geval Kees Vendrik: die kwam nooit op tv, maar ging allesbehalve roemloos ten onder. Vendrik, jarenlang Kamerlid namens GroenLinks, is tegenwoordig lid van de Algemene Rekenkamer en gaat op het Binnenhof door als „de beste minister van Financiën die Nederland nooit heeft gekregen”.

De lotgevallen van Bleker, Dibi, Vendrik en Brinkman sluiten aan bij de aanbeveling die de auteurs doen in het laatste hoofdstuk. Juist door de vermenging van journalistiek en amusement moeten volksvertegenwoordigers zorgen dat de grens tussen politiek en amusement niet vervaagt. Politici moeten vaker nee zeggen tegen journalisten, uit eigen belang. Niet direct je vakantieadres noemen als een journalist daarom vraagt, of je kinderfoto’s geven. Sommige politici beginnen dat te begrijpen. De auteurs noemen PvdA-ministers Dijsselbloem en Asscher als lichtende voorbeelden.

Hebben journalisten nog iets over het geval-Dibi te zeggen? Ja. Paul Witteman zegt over het verwrongen beeld dat Dibi van zichzelf en de wereld had: „Dat lag aan Dibi. Ik herinner me nog de toespraak die hij hield toen hij zich beschikbaar stelde voor het lijsttrekkerschap. Met een woest gebaar gooide hij zijn stropdas op de grond. Van dat beeld word ik nog weleens schreeuwend wakker. Het was zó stuntelig.”

Het siert Witteman dat hij er schreeuwend van wakker wordt. De meeste journalisten genoten net zo van Dibi’s onstuimige opkomst als van zijn ondergang. Natuurlijk heeft Witteman gelijk: sociologische processen ontnemen mensen niet hun eigen verantwoordelijkheid. Maar dat veel tv-optredens het gezag van een politicus ondermijnen, zal ook hem niet zijn ontgaan. Niet voor niets complimenteren beiden, Witteman én Pauw, hun gast Bleker in nagenoeg ieder interview: de man durfde tenminste. Onuitgesproken opdracht: blijf komen, politici!

De gedachte dat gezag vooral is te vergaren door tv-optredens, komt tv-makers natuurlijk niet slecht uit.

Op tv of roemloos ten onder door Max van Weezel en Margalith Kleijwegt, Uitgeverij Balans, € 16.95.