Paus publiceert zijn marsroute

Eerste lange brief van paus aan gelovigen is een actieplan: meer openheid, een minder elitaire opstelling.

Paus Franciscus heeft gisteren heel de katholieke kerk opgeroepen ondubbelzinnig de kant van de armen te kiezen en zich open te stellen voor verandering.

Hij haalde ook uit naar mensen die zich voornamelijk bezighouden met de vraag of anderen zich wel aan de regeltjes van de doctrine houden. Dat leidt „tot narcistisch en autoritair elitisme”. In plaats daarvan moet de kerk allereerst ernaar streven voor iedereen de deuren te openen.

De paus deed zijn oproep in het eerste belangrijke document dat hij helemaal zelf heeft geschreven, de apostische brief Evangelii Gaudium (De vreugde van het Evangelie). Het is een manifest over de veranderingen die de paus wil bewerkstelligen, volgens de ondertitel ook een oproep aan kerkbestuurders, geestelijken en gelovigen.

Paus Franciscus werkt hierin een aantal ideeën uit die hij de afgelopen maanden naar voren heeft gebracht in in zijn dagelijkse preken, zijn toespraken en twee interviews. Uitgangspunt is dat de kerk ingrijpend moet veranderen. Niet in de afwijzing van abortus, waarschuwt paus Franciscus. En ook voor vrouwelijke priesters ziet hij geen plaats. Maar er is een koersverandering nodig. „De zaken kunnen niet meer blijven zoals zij nu zijn.”

Hij wil dat katholieken meer hun boodschap uitdragen en zich meer openstellen voor anderen. „Ik geef de voorkeur aan een Kerk die gehavend en vies is en pijn lijdt omdat zij de straat op is gegaan boven een Kerk die ongezond is [...] omdat zij zich vastklampt aan haar eigen veiligheid. Ik wil geen Kerk die vooral bezig is zichzelf centraal te stellen en uiteindelijk gevangen raakt in een web van obsessies en procedures”

Daarbij stelt hij ook zijn eigen rol ter discussie. Hij schrijft dat een paus zich niet moet willen bemoeien met alles wat er gebeurt in lokale bisdommen en pleit voor „gezonde ‘decentralisatie’.” En ook: „We kunnen niet vragen dat de volken in elk continent in de manier waarop zij hun Christelijk geloof uiten, de manier nadoen die de Europese naties op een bepaald moment in hun geschiedenis hebben ontwikkeld.” Niet alle leerstellingen van de kerk zijn voor eeuwig, schrijft Franciscus. „We moeten niet bang zijn die opnieuw te bekijken.”

Franciscus hekelt de groeiende kloof tussen arm en rijk, „het gevolg van ideologieën die de absolute autonomie van de markt en financiële speculatie verdedigen.” De markt wordt als een god vereerd, schrijft hij, en daardoor is „een nieuwe tirannie” ontstaan.