Ondertussen op kantoor

Elke week geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor in de kantoortuin. Deze week: profileren.

Ik hoor vaak van collega’s dat niemand op kantoor lijkt te zien hoe belangrijk ze zijn. Dat ze nachten doorhalen, dat ze op hun laatste randje tandvlees het bedrijf redden, maar dat op het moment supriem niemand staat te applaudisseren. Sterker nog: dat er dan een stilte volgt, een moving-on-gevoel, of erger, dat de baas vraagt: jij had toch even niks te doen? Knettergek worden ze daarvan. Niet gek dus dat mensen me dikwijls vragen: hoe profileer ik me, in de kantoorjungle? Zelf heb ik jaren gedacht dat als ik gewoon goed was, dat automatisch zou worden opgemerkt. Maar dat is dus een van de grootste misverstanden in het hele kantoorgebeuren. Ook al ben je van levensbelang en werk je je tienduizend keer de pestpokken, als niemand anders dit óók vindt, besta je niet. Daarom is het van belang dat je zichtbaar wordt.

Wat goed werkt is rondlopen. Even een rondje over de velden. Het belang van rondlopen kan nauwelijks worden overschat. Rondlopen laat zien: ik doe iets, ik ben er, ik loop en jij zit, ik loop op jou voor. Rondlopen doet het voor je. Zorg wel altijd voor een loopdossier. Dat is een grote map met papieren erin en gele briefjes die overal uitsteken. Die laat zien: ik loop hier niet zomaar: ik heb iets om handen.

Het mooiste is als je loopje uitmondt in een powermoment: een zichtbare ontmoeting met een leidinggevende. Ga daarom achter de vingerplant staan wachten tot een belangrijke vergadering afgelopen is, voeg je dan in het groepje en loop lachend mee. Op die manier ben je al top of mind zonder ook maar één aanwijsbare prestatie.

Maar het allerbeste werkt natuurlijk: iets zeggen. Dingen zeggen over iets in een groepje. Het lijkt misschien gek, maar ook als je denkt: wat een onzin, ik heb niets te melden, juist dán ga je iets zeggen. Agendeer bij voorkeur een voor de hand liggend probleem waar je niet over gaat. Of iets wat je net hebt opgelost zonder dat men dat weet, en zeg dan, na een tijdje moeilijk doen, dat je het gaat oplossen.

Wat ook goed werkt: kritisch doen over onderwerpen waar die lul van een collega over gaat, of ongevraagd ‘strategische visies’ inleveren over onderwerpen die niet echt een probleem zijn. Debiteer daarbij steeds eenvoudige metaforen uit de sport of het dierenrijk (kantoorjungle!). Je hoeft er niet in te geloven, maar straal in ieder geval voortdurend uit: ik weet wat deze organisatie nodig heeft!

En als dat allemaal niet werkt, zeg het dan gewoon zelf af en toe, hardop: ‘wat heb ik dit toch goed gedaan, wat een parel ben ik’. Bij voorkeur thuis als je de vaatwasser inpakt, of de was ophangt. Het voordeel: daar kan niemand je zien huilen. En tegen je collega’s zeg je de volgende dag dat je harde werk niet onopgemerkt is gebleven.

Vrijdag geeft Japke-d. op de Carrièredagen in de Rai een workshop ‘hoe word ik koning van de kantoorjungle’. Info op Twitter via @japked