Keihard aan het werk, maar nooit in de schijnwerpers

Onzichtbaar voor het publiek, maar onmisbaar in hun baan Hoe voelt het om de man of vrouw achter Linda de Mol, Kluun en Piet Paris te zijn? „Ik hóór onzichtbaar te zijn”

Harminke Medendorp (39), redacteur van onder meer Kluun, Wilfried de Jong en Renate Dorrestein met het werk van ‘haar auteurs’ in Spaces Amsterdam.

Koningin Máxima kwam langs. Een uur lang gaf de bekende mode-illustrator Piet Paris haar een rondleiding over de Mode Biënnale. Zijn zakelijk directeur Marc Kwakman (50) bleef op de achtergrond. „Het gaat om Piet Paris. Dáár komt ze voor. Wat schiet ze ermee op als Piet gaat uitleggen wat ik precies heb gedaan? Dat schept alleen maar verwarring.”

Dat hij als zakelijk directeur van Studio Piet Paris ook twee jaar had meegewerkt aan de tentoonstelling maakt hem niet uit. „Dat hoort bij mijn baan.” Hij is het gewend dat er altijd naar Piet wordt geïnformeerd. „Logisch, het werk van Piet staat altijd in het middelpunt van de belangstelling.”

Hetzelfde geldt voor Harminke Medendorp (39). Waarschijnlijk zegt haar naam je niets. Maar de lijst van auteurs met wie ze werkt wél: Namen als Kluun, Wilfried de Jong en Renate Dorrestein. Als redacteur is ze soms een jaar met een boek bezig. Het gaat dan om het meedenken over de opbouw van het verhaal, of om het samen schaven aan passages en zinnen. Ze let op de taal van de personages, de dialogen, het ritme en de constructie van het boek. „Ik voel me een bondgenoot van de schrijver. En ik ben minstens zo zenuwachtig als een boek voor een prijs is genomineerd.” Ze stopt er veel tijd in. „Ik krijg iets in handen wat heel pril en kwetsbaar is, verkeerd commentaar kan een manuscript in de verkeerde richting laten groeien.”

Het begeleiden van een schrijver houdt pas op als het manuscript naar de drukker gaat. „Dat is het grote moment van overwinning, en vier ik ook altijd met de schrijver.”

Maar vervolgens? Geen optredens bij De Wereld Draait Door. Geen interviews. Sowieso geen roem en faam. Maar ondertussen hebben ze wél keihard gewerkt om iemand anders te laten stralen. Hoe voelt dat?

Esther van Leeuwen, universitair docent sociale psychologie aan de VU, doet onderzoek naar hulpvaardigheid. Volgens haar kun je niet spreken van een ‘type mens’ dat nou eenmaal graag anderen helpt zonder daar erkenning voor terug te verlangen. „Het is wel bekend dat mensen eerder geneigd zijn te helpen als hun daden terugvloeien naar de groep waarmee ze zich identificeren. Dus als je als redacteur helpt om een mooi boek op de markt te brengen doet dat iets goeds voor de hele boekenbranche. En dat geeft voldoening.”

En al denk je er misschien niet gelijk aan: hulp geeft macht. „Mensen zien het vaak als altruïstisch, maar iemand die helpt heeft niet automatisch een ondergeschikte positie. Het geeft je een goed gevoel, je maakt je nuttig en het bevestigt je talent. Iemand is afhankelijk van je, iemand heeft je nodig. Je hebt leiding en controle.”

Neem de – van oorsprong Duitse – Xenia Kasper (53). Ze is de zakelijk manager van bekende Nederlanders als Linda de Mol, Bridget Maasland en Yolanthe. Ze onderhandelt over contracten, verzorgt de pr, regelt alles zodat de BN’ers zich onbezorgd kunnen richten op hun kerntaak. Daar is ze zo goed in dat ze de bijnaam ‘Duitse herder’ heeft gekregen. Kasper: „Ik werk al 22 jaar voor Linda de Mol. Dan weet je ondertussen prima wat ze wel of niet wil. Waar ik haar vakantie wel voor mag onderbreken, of voor wie ik wel of niet ruimte in haar agenda mag maken.” Een baan die 24/7 doorgaat. „Mensen beseffen niet wat je allemaal doet, maar dat hoeft ook niet.”

Daarvoor moet je je volgens Kasper makkelijk kunnen wegcijferen. Bescheiden zijn. „Mijn taak is om mijn BN’ers te laten stralen. Iedereen moet van ze houden.” Dus wie iets vraagt waar de BN’er een ‘nee’ op moet verkopen, zal die ‘nee’ altijd van Kasper horen. Dan blijft de BN’er positief. „Ik breng altijd de negatieve berichten.” Erg? Welnee. „Mij hoeven ze niet leuk te vinden. Dat kan ook niet met mijn baan.”

Altijd op de tweede plek

Zo’n baan is pas een probleem als het voor jezelf niet klopt. Als je voelt of je op de tweede plek staat. Arbeidspsycholoog en loopbaancoach Louise Boelens ziet vaak mensen met het verlangen om zélf in de schijnwerpers te staan: „Ze durven die stap niet te zetten waardoor ze ontevreden worden en jaloers op anderen.” Vaak zijn mensen te afwachtend. „Ze willen gevraagd worden voor een functie, maar dat gebeurt dan niet.”

Belangrijk is om dan te kijken naar de motieven van je baan. Boelens: „Waarom heb je de functie die je nu hebt? Welke keuzes in je loopbaan heb je gemaakt, en waarom?”

Vervolgens moet je juist datgene doen wat je altijd hebt gewild, maar niet durfde. „Je omgeving merkt je pas op als jij je manifesteert”, zegt Boelens. „ Als je heel goed bent, maar je laat dat niet zien dan word je ook niet opgemerkt.”

Ook wijst Boelens erop dat elke beroepsgroep weer een eigen kring heeft bij wie ze erkenning en bewondering oogsten. Want iedereen heeft erkenning nodig. Boelens: „Een redacteur zal bij het grote publiek onbekend zijn. Maar in haar eigen werkkring is ze dat natuurlijk niet. Op het Boekenbal is de pikorde heus wel duidelijk.”

Voor redacteur Medendorp is het niet meer dan logisch dat ze op de achtergrond opereert: „Ik hoor onzichtbaar te zijn, je moet een lezer niet met het ontstaansproces van een boek vermoeien. Ik voel me geen assistent-Kamerlid dat zelf politicus wil worden.” Sterker, ze ziet het als een eer dat ze de schrijvers mag begeleiden. „Mijn bewondering voor schrijvers komt voort uit het feit dat ze vanuit het niets iets creëren. Daar mag ik dan op reageren. Ik vind het zo bijzonder dat ik me zo dicht bij een creatieve bron mag begeven.”

Ook zakelijk directeur Kwakman is een groot bewonderaar van degene met wie hij werkt. „Piet is ontzettend creatief.” Tegelijkertijd dwingt dat ook tot duidelijke regels. „Dat Piet creatiever is, betekent niet dat hij over alles mag beslissen. We hebben duidelijke afspraken over waar ik verantwoordelijkheid voor draag.” En ze letten er goed op dat het niet altijd over Piet gaat. „Ook Piet is Piet soms zat. Dan zetten we hem uit.” Dat kan bij hen makkelijk, want ze zijn getrouwd. „Dan zeg je dat gewoon tegen elkaar. Ik verdraag niet zo goed autoriteit, het voelt niet als een baas-medewerkerverhouding. Ik zou dit werk ook niet voor iedereen kunnen doen.”

Want de beslissende factor voor het slagen van zo’n baan, is de klik met ‘de baas’. Meer dan in een doorsnee baan, ga je een relatie met elkaar aan. Medendorp: „Je hoeft geen beste vrienden te worden, maar je moet wel elkaars taal en humor verstaan. Zodat de schrijver mijn commentaar op waarde weet te schatten, en tegelijkertijd ook weet wanneer hij mijn advies moet negeren.”

Ook Kasper beaamt het belang van een goede werkrelatie. „Ze hoeven mijn advies niet aan te nemen. Maar als ik vaak advies geef dat ze niet opvolgen, moet je concluderen dat je elkaar niet snapt.” Zelf staat Kasper ook af en toe in de schijnwerpers, door de boeken die ze schrijft. „Gek genoeg word ik opeens zenuwachtig als ik zelf op televisie kom. Dan ga ik twijfelen aan mijn Nederlands, omdat het niet mijn moedertaal is. Terwijl ik er normaal nooit last van heb. Zo zie je maar, het hoeft niet van mij. Alleen als ik mijn boeken promoot, ben ik bereid voor eventjes in de schijnwerper te treden. Laat mij maar op de achtergrond dingen regelen.”