Hankie pankie Shanghai – dat hoor ik mijn hele leven al

Het relletje rond Gordon in Holland’s got Talent laat zien hoe wijdverbreid racistische denkbeelden over Aziaten zijn, betoogt Janet Lie.

Illustratie Tjarko van der Pol

‘Which number are you singing? Number 39 with rice?” Een Chinese operazanger deed mee aan RTL-programma Holland’s Got Talent en dat is natuurlijk hilarisch. Toen deelnemer Xiao Wang zijn naam noemde, zei de oer-Hollandse, blonde Chantal Janzen: „Oh, that’s okay.” De toon was gezet. Vervolgens werd deze man voor duizenden mensen door Gordon te kakken gezet. Het ene stereotype over Chinezen volgde het ander op en geen haan die ernaar kraaide.

De Amerikaanse media pikten het op en zijn geschokt door het publieke racisme van the Dutch. Gordons aandachttrekkerij is moeilijk serieus te nemen, omdat hij iedereen afzeikt die enigszins afwijkt. Maar het is kwalijk dat RTL hem een podium geeft om zijn vooroordelen te verspreiden en niet erkent dat zijn opmerkingen erg kwetsend waren voor veel Chinezen. Het verschil tussen Gordons ‘grapjes’ en satire is dat satire kritiek levert op de maatschappij, terwijl Gordons brugklassershumor er alleen maar toe diende een Chinees te kijk te zetten. Maar wat mij het meest verraste was de laconieke houding van sommige Nederlanders. „Nou ja, is het wel racisme? Het is maar een grapje.” Je kunt racistische opmerkingen afkeuren of bemoedigen, maar ga het niet ontkennen zoals deze reageerders op nrc.nl:

„Dit is niet racistisch. Ik heb rood haar. Hoe vaak heb ik daar niet opmerkingen over gehoord. Zijn dat dan racistische opmerkingen?”

„Dit is grappige, botte, Nederlandse humor. Dat is onze cultuur. Wij zijn niet politiek-correct. Wij zijn een volk waar gewoon grappen gemaakt kunnen worden over huidskleur en afkomst, juist omdat we weten dat het allemaal goed zit.”

Nederland is een tolerant land. Maar juist door die „het zit wel goed”-mentaliteit, snappen mensen vaak niet wat er kwetsend is aan bepaalde opmerkingen. Dit gaat niet om vrijheid van meningsuiting, maar om de vraag waarom het nodig is zo lomp te doen. Racisme is als een scheet: leuk en grappig voor jezelf, maar vervelend voor anderen. Iedereen heeft vooroordelen, maar je kunt ervoor kiezen het onder vrienden te houden, of iemand anders ermee te kakken te zetten.

De juf zong luidkeels mee

Uit de discussie over Gordons grapjes blijkt dat mensen het ongemakkelijk vinden om voor racist te worden uitgemaakt. Men vindt dat we te snel met dat woord strooien. Maar weet je wat nog ongemakkelijker is? Je hele leven lang racistische opmerkingen naar je hoofd geslingerd krijgen.

Chinezen zijn een onopvallend volk in Nederland. Ze werken hard, bemoeien zich met hun eigen zaken en niemand heeft last van ze. Je hoort in Nederland bijna nooit over Chinese hangjongeren en criminelen. Toch krijg ik, als tweedegeneratie Chinese, regelmatig racistische opmerkingen te horen. We kennen het allemaal wel. Chinezen praten grappig, hebben lelijke spleetogen, eten hond, lijken allemaal op elkaar en onze namen klinken als pannen die tegen elkaar aan worden geslagen. Maar zodra ik er iets van zeg, ben ik „overgevoelig”. Waar maak ik me druk om? Het is maar een grapje.

Op de basisschool werd altijd het liedje ‘Hankie pankie Shanghai’ gezongen. Mijn opa en oma leerden mij ook Chinese kinderliedjes, maar daar leek deze aaneenschakeling van rare klanken in geen enkel opzicht op. Mijn klasgenoten vond het het leukst om tijdens het zingen hun ogen tot spleetjes te trekken. De juf zong luidkeels mee.

Aziaten zwijgen vaak

Regelmatig word ik op straat nageroepen met „ni hao!”, „konnichiwa!” of evergreen „ching chang chong!”. Vaak volgt een hoog gegil à la Bruce Lee en „Me love you long time! Ten dollar sucky sucky!” Een keer werd ik een hele straat achtervolgd door twee mannen die woorden schreeuwen zoals „sushi!”, „happy ending!” en „wasabi!”.

Of toen ik met mijn moeder voor ons huis een oude stofzuiger ging legen. Twee Nederlandse mannen vroegen of we schoonmaaksters waren. Het was geen grap, ze waren echt op zoek naar een schoonmaakster. „Oh nee, was niet racistisch bedoeld hoor! Als je een Nederlandse man van in de 60 was, had ik precies hetzelfde gedacht.”

Er zijn ook mensen die doen alsof ze geïnteresseerd zijn in onze cultuur. „Aziatische vrouwen hebben toch horizontale vagina’s?” Ik had hier nog nooit van gehoord, maar blijkbaar kende deze jongeman mijn anatomie beter dan ik zelf. Aan de andere kant is het ook ‘logisch’, op een racistische manier. Een overdwarse vagina lijkt immers op een spleetoog.

Het gaat niet om Gordon. Het gaat erom dat er ongelooflijk veel mensen in Nederland rondlopen die het leuk vinden om ‘sambal bij’ naar Aziaten op straat te roepen. Het lijkt wel alsof het geaccepteerd is om Aziaten belachelijk te maken zonder het racisme te noemen. Stel dat we de Chinees die op het podium stond vervangen door een Surinamer: „Wat ga je zingen, Sounds of the Jungle?” Er zou net zo’n rel uitbreken als in het (daar komt-ie weer!) zwartepietendebat, wat veel mensen helaas ook een non-discussie vinden.

En als dat zou gebeuren dan zou er tenminste over het onderwerp gepraat worden. En daar ligt het probleem bij veel Chinezen, of sterker nog, bij veel Aziaten. In veel Aziatische culturen is het niet gebruikelijk om confronterend te zijn. Maar door te zwijgen, impliceer je dat wat de ander doet oké is. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die aanstoot neemt aan geïnternaliseerd racisme in Nederland. Dus laten we onze mond open trekken. Wees boos. Laat er maar een rel komen. Want wie zwijgt. stemt toe.