Geloof in de Jood die de nazi’s hielp

De maker van Shoah, dé documentaire over de vernietigingskampen, maakte alsnog een film over een Jood die de nazi’s assisteerde bij de uitvoering van hun moorden.

Foto Olivier Middendorp

„Ik vertrouw hem 200 procent”, zegt de Franse filmmaker Claude Lanzmann (88), nadat op IDFA zijn nieuwste film, The last of the unjust (Le dernier des injustes), in Nederlandse première is gegaan. De hoofdpersoon daarvan is Benjamin Murmelstein (1905-1989), de laatste voorzitter van de Joodse Raad in Theresienstadt, het Tsjechische garnizoenstadje dat door de nazi’s was ingericht als ‘modelgetto’.

Lanzmann gelooft Murmelstein volkomen als deze zegt dat hij als derde ‘Judenalteste’ in Theresienstadt – zijn twee voorgangers waren door de nazi’s omgebracht – onder wanhopige omstandigheden zoveel mogelijk Joden wilde redden.

Zoals toen hij het initiatief nam tot de verfraaiing van het stadje, zodat daar in 1943 de beruchte propagandafilm Der Führer schenkt den Juden eine Stadt kon worden opgenomen. En toen hij een eind maakte aan vriendjespolitiek en corruptie bij de opstelling van lijsten voor deportatie.

Murmelstein zorgde ervoor dat de door de Duitsers opgelegde aantallen in de treinen des doods stipt werden gehaald, omdat – zegt hij – strikte naleving van Duitse bevelen de beste garantie gaf dat niet heel het getto zou worden geliquideerd.

Hij nam zijn verantwoordelijkheden in een onmogelijke situatie en was daarmee – volgens Lanzmann – „een moedig man”.

Claude Lanzmann is vooral bekend van Shoah, een meer dan negen uur durende film uit 1985 over vernietigingskampen als Auschwitz, Sobibor en Treblinka. Twaalf jaar had Lanzmann aan die film gewerkt: hij bezocht de plek van voormalige kampen en vond tientallen getuigen, zowel overlevenden als daders.

In 1975 filmde hij een week lang de toen in Rome wonende Murmelstein. Die opnamen pasten echter thematisch niet in Shoah, vertelt Lanzmann: „Dat was toch al een onbeheersbare film. Daarna ben ik Murmelstein jarenlang vergeten.”

Veertig jaar later heeft Lanzmann alsnog besloten om de gesprekken met hem te verwerken in een 210 minuten durende film, waarin de filmmaker ook, lopend door het huidige Theresienstadt, als gids vertelt over de macabere geschiedenis van de gettostad. Omdat hij dat als een plicht ziet, zegt Lanzmann voor de vertoning in een openbaar vraaggesprek voor de VPRO. „Toen ik in 1975 ontdekte dat er mannen als Murmelstein zijn, kon ik weer ademen.”

In de film is duidelijk te zien hoe Lanzmann Murmelstein – een onderhoudend causeur – aanvankelijk met scepsis tegemoet treedt, maar gaandeweg van hem onder de indruk raakt. „Hij was intelligent en geestig”, zegt Lanzmann. Bewondering voor Murmelstein en andere voorzitters van ‘Jodenraden’ in het door de nazi’s veroverde Europa is zeldzaam. Vaak worden deze als collaborateur en uitvoerder van Duitse orders beschouwd. Uit vrees daar terecht te moeten staan, heeft Murmelstein Israël altijd gemeden.

Veel kritiek heeft hij op het proces dat in 1961 in Israël werd gevoerd tegen Adolf Eichmann, de grote naziorganisator van de Jodenvernietiging. Te weinig, meent hij, is daar naar voren gekomen dat Eichmann een zeer gemotiveerde en geldbeluste Jodenhater was – niet een bleke bureaucraat die louter orders uitvoerde, zoals bijvoorbeeld de Duits-Joodse filosoof Hannah Arendt uit het proces heeft geconcludeerd.

Murmelstein kende Eichmann goed, omdat hij al in 1938, toen hij nog opperrabijn in Wenen was, met hem onderhandelde over de emigratie van duizenden Joden uit het door Nazi-Duitsland ingelijfde Oostenrijk. Lanzmann deelt deze kritiek: „Haar these over ‘de banaliteit van het kwaad’, dat elk mens een massamoordenaar kan zijn, is volkomen onzinnig.”

Aan het eind van de film legt Lanzmann bemoedigend zijn arm om de schouders van Murmelstein – een gebaar van solidariteit tussen de filmer van de Shoah en een van de – wellicht onwillige – uitvoerders ervan. „Ik heb geen idee wat de reacties op mijn film zullen zijn”, zegt de filmmaker. Het kan hem, zegt hij, ook niet schelen.

The last of the unjust draait op IDFA nog driemaal. Over verdere distributie in Nederland bestaat nog geen zekerheid.