Flirten op de 405, cannabis op de 10

Los Angeles heeft een geheimtaal die bestaat uit cijfers. Het is even wennen voor de nieuwkomer. Een werkafspraak is ‘aan de 110 bij de 105’. Een vriend uit een wijk aan de kust verzucht dat hij ‘de 405’ liever niet passeert: te ver oostwaarts. En tussen mijn buurtgenoten aan Griffith Park bestaat onenigheid. Is ‘de 101’ of ‘de 5’ nou beter om de stad zuidwaarts te verlaten?

Elk getal staat voor een freeway, en elke snelweg bezit een identiteit. Dat is vooral duidelijk voor de motorrijder; die ervaart zaken die de automobilist onmogelijk kan meemaken.

Zo ruikt het op de 10 tussen down town Los Angeles en Santa Monica-aan-de-zee opvallend vaak naar cannabis. Het weer schommelt doorgaans tussen aangenaam en voortreffelijk in zuidelijk Californië, en dus rijden veel Angelenos met de ramen open. Vooral wanneer het verkeer zich langzaam voortbeweegt – meestal – valt op hoe veel bestuurders een joint of hasjpijp roken. Californië was de eerste staat die ‘medische marihuana’ legaliseerde, maar het lijkt me sterk dat elke gedrogeerde automobilist wiet nodig heeft tegen hoofd- of rugpijn. Het is me overkomen dat een indringende wietlucht mijn helm binnendrong en bleef hangen: een onwelkome high terwijl ik mijn weg zocht tussen de auto’s door. Dat laatste heet lane splitting en is in Californië toegestaan, wat je van druggebruik in een rijdend voertuig niet kunt zeggen.

De risico’s en gevaren van de freeway waren begin vorige eeuw al duidelijk. In 1936 stond er een handgeschilderd bord bij het begin van het allereerste stuk snelweg in Los Angeles: ‘Leef en laat leven. Rijd bedachtzaam’. Op een zwart-witfoto van de California Historical Society is te zien dat dit advies zowel overbodig als makkelijk te volgen was: er is precies één automobiel op de weg met het bord.

Inmiddels telt de staat met 38 miljoen inwoners 14,5 miljoen auto’s, nog los van vrachtwagens, bussen en motoren. In Los Angeles rijden bijna twee miljoen auto’s rond. De wegen zijn vaak van matige kwaliteit en de collectieve tijdverspilling in de files is massaal. Maar de autocultuur is diepgeworteld. Als onafscheidelijk statussymbool is het vehikel hier nog meer dan elders in Amerika een integraal onderdeel van de identiteit.

In dit opzicht heeft zuidelijk Californië binnen de Verenigde Staten ook een aparte geschiedenis. De auto – en de eerste snelwegen die niet met paard-en-wagens gedeeld hoefden te worden – wonnen begin twintigste eeuw aan populariteit in reactie op de corruptie binnen Southern Pacific Railroad. Dat machtige treinbedrijf had de politiek in een ijzeren greep. Het individuele voertuig kwam op als symbool van vooruitstrevendheid en ‘schoon’ bestuur, tegenover de verziekte treincultuur. In latere jaren verschenen filmsterren zelfs om nieuwe snelwegen feestelijk te dopen.

Inmiddels heb ik geleerd wat ‘the California no’ is. Een toezegging om elkaar te treffen kan op de dag van de afspraak probleemloos worden afgezegd – met ‘het verkeer’ als een kennelijk acceptabel excuus.

Maar voor alleenstaande Angelenos kan de freeway een veelbelovende locatie zijn. Het tijdschrift Los Angeles Magazine raadde laatst aan al die verloren uren in de Ford Mustang of Toyota Prius goed te gebruiken: ‘Voor een gezonde dosis flirten is je car beter dan de bar’. Bij het stoplicht of in de file ‘zijn zeven seconden oogcontact genoeg om iets op te bouwen’, meldde het blad. ‘Leg je arm op het stuur. Een ringloze linkerhand laat zien dat je beschikbaar bent.’

Toch eens rondvragen of iemand hier verhalen kent over een flirt op de 405, die ontaardde in een huwelijk.