Een beschaafd uitje voor vrouwen uit 1913

De Vrouw 1813-1913, eerbetoon aan de Nederlandse vrouw, trok in 1913 tal van bezoekers. De Koninklijke Bibliotheek wijdt er een expositie aan.

Op 15 mei 1913, twee weken na de opening waar zij zich slechts had laten vertegenwoordigen, maakte koningin Wilhelmina haar opwachting bij De Vrouw 1813-1913, een grote tentoonstelling op landgoed Meerhuizen aan de Amsterdamse Amsteldijk. Het was een eerbetoon aan de vrouwelijke inbreng, „de Maatschappij een oogenblik gezien van de zijde der vrouw”, in de woorden van organisatrice Mia Boissevain. Op 16 augustus keerde de vorstin terug, ditmaal voor ‘studiebezoek’.

Wilhelmina bewees de initiatiefneemsters zo op twee manieren een dienst. Ze gaf blijk van koninklijke erkenning van dit ‘vrouwelijk’ eeuwoverzicht, in een jaar waarin het 100-jarig bestaan van het Nederlands Koninkrijk al met talloze parades, boottochten en evenementen gevierd werd. Bovendien betuigde ze impliciet steun aan de vrouwenzaak. Voor feministen als Rosa Manus, net als Boissevain actief in de landelijke Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en tweede drijvende kracht achter De Vrouw 1813-1913, was Wilhelmina een idool. De machtigste vrouw van het land, moeder, echtgenote en bestuurster: Wilhelmina was een rolmodel, een vroege mix van Hillary Clinton en prinses Diana. In 1898 had Wilhelmina haar moeder Emma al vergezeld naar een gelijksoortig publieksevenement, de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in de Haagse Houtrusthallen.

In 1913 werd op een groter, algemener publiek gemikt. Boven alles moest De Vrouw 1813-1913 een beschaafd uitje worden voor vrouwen uit alle klassen en van verschillende gezindten. De forse catalogus met een plattegrond van het terrein kon ook als handtas worden gedragen; in de zalen werden thema’s als arbeidsdeelname, hygiëne en de koloniën op gewiekste, visueel aantrekkelijke manieren belicht. In de Kiesrechtzaal – vernoemd naar die netelige actuele kwestie waarover ook onder feministen de meningen verdeeld waren – konden thee, wafels en bonbons worden genoten. Naast boeken met statistieken waren er shawltjes, mutsjes en ander door vrouwen vervaardigd handwerk te koop. ’s Avonds hielden gastspreeksters als de Amerikaanse activiste Carrie Chapman Catt geëngageerde lezingen, maar er werd ook gedanst en muziek gemaakt. De subcommissie voor Letterkunde en Toneel, voorgezeten door schrijfster Carry van Bruggen, liet toneelstukken van vrouwelijke auteurs opvoeren.

Die brede aanpak werkte. In vijf maanden trok De Vrouw 1813-1913 ruim 300.000 vrouwen én mannen – een onverwacht hoog aantal, wat de organisatie uit de kosten hielp en waarmee de voorganger uit 1898 met 210.000 bezoekers werd overtroffen. En de vrouwenzaak boekte vooruitgang. In 1917 kreeg de Nederlandse vrouw passief kiesrecht. Actief kiesrecht zou twee jaar later volgen.