De ster van de toekomst

Luisteren // Folkrock Jack Bugg Shangri La Mercury, € 18

Brutaal is het wel: als jonge hond je album zo noemen als een cd van Mark Knopfler uit 2004. De Engelse folkrocker Jake Bugg wilde voor zijn twintigste verjaardag een tweede album uitbrengen. Sterproducer Rick Rubin herkende zijn talent en haalde hem naar zijn studio Shangri-La in Malibu. Op het eerste gehoor lijkt openingsnummer ‘There’s a beast and we all feed it’ een al te gemakkelijke reprise van de rockabilly-achtige muziek waarmee Bugg in 2012 zijn naam vestigde. Pas in zijn nuances klinkt het album Shangri La als een grote stap voorwaarts van een zanger met een nasale, indringende stem die aan het keurslijf van een ‘nieuwe Dylan’ ontsnapt. Net als op zijn nog maar nauwelijks een jaar geleden verschenen debuut kreeg Bugg hulp van de wat oudere Ierse singer-songwriter Iain Archer. Met routiniers in zijn studioband bereikt Bugg een evenwichtig geluid met teksten die soms nog ontwapenend jong en naïef klinken. Maar volwassenheid ligt op de loer, zowel in muzikale diversiteit als in de tekstonderwerpen. In ‘Messed up kids’ doemt zelfs een sociaal commentator op, die zijn wrange observaties over economische ‘hard times’ weet te vangen in een persoonlijk verhaal over de mensen die erdoor geraakt worden. Het stevig rockende ‘ What doesn’t kill you’ maakt gebruik van een oude riff van The Stooges en de fuzzgitaarblues van ‘All your reasons’ benadert de intensiteit van Neil Young & Crazy Horse. Bugg heeft die referenties nu nog nodig, maar is met Shangri La hard op weg tot de grote originals van de Britse popmuziek te behoren.