Coco maakt de nieuwe mode op de beurs

‘Een vrouw zou twee dingen moeten zijn: wie ze wil en wat ze wil.” Aldus mode-icoon Coco Chanel, die ook zei: „Een vrouw moet twee dingen zijn: classy en fabulous.” Het zijn van twee dingen tegelijk was kennelijk belangrijk voor Chanel, en dat is het ook voor een andere Coco, die in snel tempo de mode wordt op de financiële markten. Het gaat hier om de CoCo, de contingent convertible obligatie. Die is óók twee dingen op hetzelfde moment: eigen vermogen en een lening.

De CoCo deed na het uitbreken van de kredietcrisis snel opgeld bij de versterking van het vermogen van de banksector. Het eigen vermogen van banken moest omhoog. Niet alleen om de klappen op te vangen van de verliezen uit de kredietcrisis, ook om te voldoen aan de fors verhoogde vermogenseisen voor de toekomst. Niemand wil een herhaling van de kredietcrisis, en een grote financiële buffer bij banken wordt daar als remedie voor gezien. Zie de discussie vorige week nog in de Tweede Kamer, waar bankiers zich schrap zetten tegen de heersende stemming waarin nóg hogere vermogenseisen worden geëist. En dan is er in Europa nog de Grote Solvabiliteitstest die volgend jaar wordt gehouden als stap naar een pan-Europees bankentoezicht. Dan kan blijken dat er hier en daar nog vermogen bij moet.

Nu kan dat vermogen op verschillende manieren omhoog: de uitgifte van aandelen ligt voor de hand, maar daar is bij beleggers wellicht onvoldoende animo voor – het gaat al snel om honderden miljarden dollars of euro’s. En het verwatert de winst en drukt de koers. Het inhouden van de winst en die toevoegen aan het eigen vermogen kan ook. Maar dat drukt waarschijnlijk ook weer de aandelenkoers, en erg hard gaat het sowieso niet. Dan zijn er nog preferente aandelen – fraai maar duur en ook weer winstverwaterend. Of achtergestelde leningen, maar ook die zijn duur om uit te geven en tellen niet mee voor het échte kernvermogen (zogenoemde tier 1) van een bank.

De CoCo moet dat allemaal oplossen, en het moet gezegd: vernuftig is het idee wel. Het gaat hier van oorsprong om een lening, een obligatie, die converteerbaar is. Dat betekent dat hij onder bepaalde voorwaarden wordt omgezet in aandelen. De trigger voor zo’n gebeurtenis is dat het eigen vermogen van een bank te laag wordt. Dat kan bijvoorbeeld als de marktwaarde op de beurs te klein wordt in verhouding met het balanstotaal. Of als een toezichthouder ingrijpt. Dan vervalt dus de lening en krijgt de bezitter daarvan er aandelen in de bank voor terug. Die zijn dan, gezien de omstandigheden, niet erg veel waard. Het kan ook, en dat is steeds vaker het geval, dat de houder van de CoCo helemaal niets krijgt en de lening dus gewoon vervalt. Vandaar dat onder de CoCo’s die in omloop zijn er typenamen zijn als sudden death, wipe out of death spiral.

Een CoCo is dus ‘contingent convertible’ – eventueel convertibel. Prima voor een bank, want het is een lening die, als het op aankomt, vermogensversterkend is. Coco’s mogen meetellen voor het kernvermogen. Maar waarom zou je hem als belegger willen hebben? Antwoord: rente. Een doorsnee-CoCo van een best stevige bank geeft een couponrente van een procent of 9. Kom daar maar eens om, tegenwoordig. De Bank voor Internationale Betalingen schat dat banken tussen juni 2009 en juni 2013 al 70 miljard dollar aan CoCo’s hebben verkocht aan beleggers. En als voorspellingen in de markt waar zijn, komt daar alleen volgend jaar nog eens 140 miljard dollar bij. Dat tikt aan. De kans bestaat dan ook dat institutionele beleggers die afwachtend waren, ook tot de kopers gaan behoren. Binnenkort bij uw pensioenfonds dus. Die zullen de hoge rente graag krijgen, tegen de kleine kans op iets heel ergs. Want een CoCo is wat hij is: een call-optie op het succesvol vermijden van de volgende kredietcrisis.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.