Citotoets is een zegen

Volgende week dinsdag verschijnt het nieuwe Pisa-onderzoek van de Oeso. De internationale onderwijswereld houdt zijn adem in: hoe staat het onderwijs in diverse landen ervoor? De Aziatische landen gaan ongetwijfeld aan kop. Maar blijft Finland het Europese wonderkind, dat zich in amper twee decennia heeft opgewerkt van middenmoter tot de beste leerling van de Europese klas? En zakt Nederland, nog niet zo lang geleden een topper in Europa, verder af? En blijft de economische grootmacht Amerika erbarmelijk presteren? Het Pisa-onderzoek van de Oeso is het meest betrouwbare antwoord op deze vragen.

Als buitenstaander zou u deze opwinding als sectorale folklore kunnen beschouwen, vergelijkbaar met de uitreiking van Michelinsterren. Aardig voor een topkok of als je toevallig chique uit eten moet, maar zonder bredere betekenis. Ten onrechte. Er is bijna geen aspect van het sociale leven waarop onderwijsdeelname geen beslissende invloed heeft. Of het nu gaat om gezondheid, inkomen, levensverwachting, economische groei, levensgeluk, criminaliteit, ondernemerschap, voedingsgewoonte, of partnerkeuze, steeds weer blijkt het opleidingsniveau van grote invloed. Hoewel onderzoekers elkaar wel eens willen tegenspreken, lijkt het erop dat de verschillen in het inkomen per hoofd tussen landen grotendeels kunnen worden toegeschreven aan verschillen in het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Kortom, goed onderwijs is de sleutel tot welvaart en welzijn. De zorg van de onderwijswereld zou dus ons aller zorg moeten zijn.

Maar wat bedoelen we eigenlijk met onderwijskwaliteit? Als je het aan een ervaren recruiter vraagt is het antwoord klip en klaar: niet intelligentie, maar interpersoonlijke vaardigheden maken uiteindelijk het verschil: overtuigingskracht, invoelingsvermogen, zorgvuldigheid, enzovoort. Dat spoort ook met uw en mijn eigen ervaring. Uiteindelijk heb je het meeste plezier van collega’s die anderen op sleeptouw nemen, die zorgen voor een goede sfeer in het team etc. Helaas, talloze onderzoeken wijzen op het tegendeel. Het IQ van een leerling gemeten op twaalfjarige leeftijd blijkt een van de beste voorspellers te zijn voor wat iemand veertig jaar later verdient. Je zou zeggen dat ook emotionele vaardigheden een goede voorspeller zijn. Hun voorspelkracht is echter veel kleiner dan die van IQ. En om het allemaal nog irritanter te maken: als de IQ-score verder wordt uitgesplitst naar bijvoorbeeld rekenen en taal, dan blijkt rekenen veelal de doorslaggevende factor. IQ hangt overigens nauw samen met de score voor de Citotoets; daarover later meer.

Als deze leerling zes jaar later eindexamen doet, dan blijkt zijn cijferlijst opnieuw een uitstekende voorspeller van het toekomstige inkomen. Preciezer geformuleerd: niet zozeer het eindexamen, maar het centraal schriftelijk voorspelt goed. Het schoolonderzoek is te slecht vergelijkbaar, te beïnvloedbaar door de school om een goede voorspeller te zijn. Binnen het centraal schriftelijk, u raadt het al, voorspelt het punt voor wiskunde het best.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom emotionele vaardigheden niet ter zake lijken te doen. Zou het misschien zijn omdat deze niet goed gemeten kunnen worden, zodat we daardoor een veel kleiner effect vinden? Dat biedt echter geen verklaring. De Amerikaanse econoom Hanushek heeft laten zien dat het verband inkomen en IQ ook op het niveau van landen blijft bestaan: de gemiddelde wiskundescore blijkt van grote invloed op het nationaal inkomen per hoofd. En in die gemiddelden speelt de meetfout geen rol meer. Wiskunde blijft een raadsel.

Deze resultaten gaan in tegen ons humanistische ideaal. Wij willen breed worden opgeleid, tot ruimdenkende burgers, in staat om een weloverwogen gedachtewisseling op te zetten. Louter cijferen past niet in dit ideaal. Helaas, onderzoek wijst het tegendeel uit. Staatssecretaris Sander Dekker heeft dus groot gelijk als hij de Citotoets verplicht wil stellen. Cito en centraal schriftelijk, ze zijn een zegen voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Nu maar hopen dat de nieuwe Pisa-scores niet uitwijzen dat we die zegen de komende jaren hard nodig zullen hebben.

Coen Teulings is hoogleraar economie aan de Universiteit van Cambridge en van Amsterdam. (C.N.Teulings@uva.nl)