Bozige kampioen van de brave scharrelaar

De Russische cineast zag goede mensen kopje-onder gaan in een wrede rotwereld.

Het leven is een verhaal met slechte afloop. In Aleksej Balabanovs laatste film, Ja Tozje! (Ik ook!), een parodie op Tarkovski’s Stalker, trekt een dronken crimineel met vrienden de radioactieve Zona in op zoek naar geluk. Want ook voor de Rus is het ‘pursuit of happiness’ geblazen nu hij zich niet langer hoeft te offeren voor een ideaal. En dus ligt de sneeuw in de Zona bezaaid met dode gelukszoekers, en het laatste lijk is regisseur Balabanov zelf.

Regisseur Aleksej Balabanov, in mei op 54-jarige leeftijd overleden, is een van de grootste cineasten van de post-Sovjetfilm. Nurks en provocerend was hij, van nature outsider en eigen baas. In St. Petersburg bevocht deze stadsboer uit de Oeral eind jaren tachtig zijn plek in het kolossale karkas van de Lenfilmstudio, verzamelde een trouwe cast en crew om zich heen en richtte 1994 zijn eigen filmbedrijf op.

Het Eye Filmmuseum toont nu zijn oeuvre, dat drie fasen kent. Het vroege werk is gitzwart en arty: Happy Days (1991), met een man die na een frivole hersenoperatie pardoes op straat wordt geschopt, of het in morbide sepia gedrenkte Of Freaks and Men (1998), waarin twee psychopathische pornografen anno 1900 de bourgeoisie onderwerpen. Deze films ademen poëtische verlatenheid, St. Petersburg is een kille woestenij vol zwerfvuil en verrotte grandeur.

Maar een nihilist was Balabanov niet, eerder een bozige kampioen van de brave scharrelaar. Eind jaren negentig nam zijn werk een patriottische wending. Rusland, geplunderd, vernederd en murw gebeukt, koos voor brallerig revanchisme, Balabanov eveneens. Gangsterfilm Brat, waarin veteraan Danila in St. Petersburg alsnog de oorlog wint van Tsjetsjeens tuig, was in 1997 een aanzet; in Brat 2 (2000) schoot Danila de postimperiale kater weg in een Chicago vol vadsige Oekraïeners, zwarte pooiers en valse Amerikaanse zakenlui. Wie Balabanov toen racisme verweet, kon een poetinistische jij-bak verwachten: hoe toont Hollywood Russen dan?

In 2007 volgde een soort comeback met Cargo 200, over een sadistische politiechef die in de USSR van de stagnatie heerst over zijn koninkrijkje. Morphia volgde, over een verslaafde dorpsarts tijdens de Revolutie, en Stoker, waarin een Yakoettiër lijken verbrandt voor een misdaadbende. Evenwichtige verhalen over zwijgzame, kansloze mannen; Balabanov dreigde het Rotterdamse filmfestival, waar hij vaste gast was, te ontgroeien.

Een goed moment om te sterven.

Retrospectief Aleksej Balabanov. Eye Filmmuseum, Amsterdam. Inl: eyefilm.nl/ruskino