Ouderen hebben het nergens zo goed als in Nederland

Nederlandse 65-plussers zijn, vergeleken met leeftijdgenoten in de andere ontwikkelde landen, het minst vaak arm. Slechts 1,4 procent van de gepensioneerden bevindt zich onder de armoedegrens, tegenover een gemiddelde van bijna 13 procent in alle ontwikkelde landen.

Dat blijkt uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

De gemiddelde pensioenuitkering in Nederland bedroeg vorig jaar 13.713 euro per jaar voor een alleenstaande en 19.130 euro voor een stel.

Nederlanders houden, vergeleken met de andere onderzochte landen, in verhouding ook het meeste over van hun pensioen. Na aftrek van belasting resteert een bedrag dat bijna 4 procent hoger ligt dan wat ze verdienden toen ze nog werkten. In de andere OESO-landen ligt dat 30 procent lager.

Hoewel de pensioensystemen van elkaar verschillen, lijken de „uitdagingen” waar de landen voor staan volgens OESO nu wel op elkaar. Om de pensioenen betaalbaar te houden, is onder meer verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd noodzakelijk, volgens de denktank.

Rond 2050 zal de pensioenleeftijd in de rijke landen volgens OESO gemiddeld 67 jaar zijn. In Nederland is dat in 2023 het geval.