Wat doet Frans Timmermans?

Tijdens zijn eerste kennismaking met het personeel van Buitenlandse Zaken kondigde de pas aangetreden minister Timmermans aan dat het belangrijk was dat Nederland weer „een hoofdrol” ging spelen „in allerlei internationale ontwikkelingen”. Dat was precies de boodschap waar het departement na dertien gecompliceerde maanden met zijn voorganger, minister Uri Rosenthal, aan toe was.

Erkenning, serieus genomen worden, iemand die voor zijn mensen ging staan, een minister met kennis van zaken. Ze hadden het allemaal gemist. En nu was er Frans Timmermans, gevormd op hun eigen departement die al deze eigenschappen wel in zich had. De nieuwe minister deed wat hem als ambtenaar op Buitenlandse Zaken was aangeleerd: diplomatiek zijn. Hij nam de mensen voor zich in door het zelfvertrouwen terug te geven. Met als gevolg dat de verkramping verdween en ‘BZ’ nu weer volwaardig meetelt in Haagse Republiek der elkaar Tegenwerkende Departementen.

Na ruim een jaar hebben de medewerkers van het ministerie ook met de andere kant van Timmermans kennisgemaakt. Want de man die alles weet, alles leest, en alles kent, eist hetzelfde van zijn ambtenaren. Zo niet dan wordt hij ongeduldig en narrig.

Politiek is Timmermans minder te plaatsen. Op zich is dat niet zo bijzonder. Buitenlands beleid van een klein en afhankelijk land als Nederland wordt traditioneel gekenmerkt door een grote mate van constantheid. Dus zet Timmermans de lijn van zijn voorgangers voort met veel aandacht voor het mensenrechtenbeleid zonder daarbij het economisch belang van Nederland te verwaarlozen.

Het haalbare staat centraal. Waar Tweede Kamerlid Timmermans koos voor poneren, kiest minister Timmermans voor laveren. Als Kamerlid stemde hij vorig jaar juli voor een motie van de SP’er Harry van Bommel waarin het kabinet verzocht werd een Palestijns verzoek tot opwaardering van de status bij de VN te steunen. Als minister wees hij vier maanden later ditzelfde verzoek af. Een uitgesproken stellingname was volgens hem alleen maar contraproductief bij pogingen de Europese landen op één lijn te krijgen. Zijn grote voorbeeld Max van der Stoel zou het niet anders hebben gezegd.