Wanneer is falende directeur zelf de klos?

Toenmalig SP-Kamerlid Remi Poppe begon er eind september 2009 over. De minister, dat was toen Eberhard van der Laan (PvdA), erkende dat „eventuele schade die aan de volkshuisvesting is berokkend, waar mogelijk verhaald dient te worden op degenen die dat ernstig valt te verwijten”.

Die schade was een strop van zeker 60 miljoen euro van woningcorporatie Servatius (Maastricht) op een studentencomplex plus commerciële voorzieningen. De minister stelde de corporatie onder speciale controle, de raad van toezicht vertrok, nadat diezelfde raad eerder directeur Leks Verzijlbergh aan de kant had geschoven.

Van der Laan formuleerde hier zonder dat de meeste mensen dat beseften een nieuwe norm na bestuurlijk wanbeleid binnen de héle semipublieke sector, van corporaties tot scholen, van ziekenhuizen tot musea: ‘Gij zult de schade verhalen op ernstige brokkenmakers’. De nieuwe raad van toezicht van Servatius startte een rechtszaak tegen de oud-directeur en acht oud-leden van de raad van toezicht.

Op 7 november 2012 dwong toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies (CDA) Servatius met een formele aanwijzing in de Staatscourant de rechtszaak door te zetten. Spies wilde geen schikking.

Het vonnis is er nu. Een serie mokerslagen. De rechtbank Den Bosch oordeelt dat de oud-directeur de voorwaarden van het campusproject van het ministerie en de toezichthouders niet heeft nageleefd. Dat hij mede daarom zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dat daardoor enorme schade is ontstaan. En dat hij „in beginsel” persoonlijk aansprakelijk is voor „ruim 10 miljoen euro”. Over de resterende schadeclaims, er staan namelijk nog zes ordners met facturen, vervolgt de rechtbank de zitting in januari. Dan gaat ook de zaak tegen de oud-toezichthouders verder.

De zaak-Servatius is maar een van de schadeclaimzaken tegen voormalige bestuurders en/of toezichthouders na ontsporingen in de corporatiewereld. Rochdale, SGBB, Vestia.

De aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders is sinds de ‘Van der Laan-norm’ een vuur dat politiek wordt opgestookt. Minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD) stuurde deze maand een gedetailleerde brief aan de Tweede Kamer over hoe falende leden van raden van toezicht bij verenigingen en stichtingen aangepakt kunnen worden. (Meer lezen? Op m’n twitteradres @menno_tamminga staan verwijzingen.)

Stichtingen zijn de dominante rechtsvorm in de semipublieke wereld. Toezichthouders daar straffen is geen sinecure. Daarom heb ik hier eerder gepleit voor een verbod op deze rechtsvorm in zorg, onderwijs, volkshuisvesting enzovoort.

Na lezing van dit Servatius-vonnis is de vraag waarom Opstelten zoveel nieuwe of extra mogelijkheden voor aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders in het leven wil roepen. De brief biedt een wirwar aan mogelijkheden voor juridische acties, maar het ís een lawyer’s paradise. Alleen al om te begrijpen welke opties er zijn en wat je het beste kunt doen, heb je een gespecialiseerde (dure) advocaat nodig. En dan moet de rechtszaak nog beginnen.

De rechtbank Den Bosch legt daarentegen een concrete norm op tafel die is ontleend aan een arrest van de Hoge Raad uit 2002. Wie als bestuurder handelt op een manier die de organisatie blootstelt aan een ernstige financiële strop, terwijl hij juist de organisatie moet beschermen tégen zulk onheil, gaat waarschijnlijk in de fout. Wie als bestuurder dat verwijt krijgt, moet zelf argumenten en feiten aandragen die hem vrijpleiten.

Dat lijkt me een steekhoudende norm die ook elders in de semipublieke sector, zoals bij de debacles bij corporaties Laurentius, Woonbron en WSG en de onderwijsconcerns Amarantis en Zadkine, toegepast kan en moet worden.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.