Voor Abe is bijna alles staatsgeheim

Behalve journalisten en sommige parlementariërs verzetten maar weinig Japanners zich tegen een vergaande nieuwe wet die alle informatie over defensie, diplomatie en terrorisme tot staatsgeheim dreigt te bestempelen

Bewakers snellen vanmorgen toe op een toeschouwer die in het parlement protesteert tegen het nieuwe wetsvoorstel op staatsgeheimen. Foto Reuters

Journalisten protesteren zelden gezamenlijk tegen een nieuwe wet. Zeker in Japan. Maar vorige week boden er zo’n tweehonderd, onder wie veel vooraanstaande, premier Abe’s kabinet een petitie aan tegen een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt veel meer zaken tot staatsgeheim te verklaren dan nu.

Het wetsvoorstel draait de klok terug naar een tijd van militarisme, zeggen critici. „Het vermogen informatie te verkrijgen van bestuurders en anderen raakt het hart van de democratie”, betoogt ook Sohei Nihi, Hogerhuislid van de Communistische Partij. „Alle rechten worden met voeten getreden door deze wet. Ze vormt een grote bedreiging voor de vrijheid van Japan.”

„Ik heb nog nooit meegemaakt dat er zo’n vreselijke wet werd gemaakt”, zei een van de aanwezigen.

De overheid kan alle informatie over defensie, diplomatie, terrorisme en inlichtingendiensten als geheim classificeren. Het kwalificatieproces is zo onduidelijk dat de interpretatie rekbaar is als elastiek. Overtreders krijgen een maximale gevangenisstraf van tien jaar, tweemaal zo lang als nu.

„Het is onvoorstelbaar vaag”, zegt Shigetada Kishii, redacteur van dagblad Mainichi. „Het staat vol met ‘enzovoort, enzovoort’.” Interviews met betrokkenen schokten hem. „Ze zeggen allemaal, ‘het is niets bijzonders, er verandert helemaal niets vergeleken bij de situatie tot nu toe’. Maar waarom wordt er dan een nieuwe wet gemaakt? ‘Dat is geheim, dat kunnen we niet zeggen’, zeggen ze dan.”

Volgens het voorstel worden alle geheimen pas na zestig jaar openbaar gemaakt, maar uitzonderingen zijn mogelijk. De ervaring met de in 2001 aangenomen wet voor defensiegeheimen toont de realiteit: van zo’n 55.000 geheime documenten werden er 34.000 vernietigd. Waarom dit is gebeurd en wat er in stond, blijft voor altijd geheim. Slechts één geheim document werd openbaar gemaakt.

„Het systeem van het ministerie van Defensie is waterdicht”, schreef Law- rence Repeta, hoogleraar rechten aan de Meiji Universiteit in Tokio, afgelopen maand in The Asia-Pacific Journal. „Er zal nooit een betrouwbaar historisch verslag zijn van overheidsgedrag. Bestanden kunnen nooit worden gebruikt om overheidspersonen verantwoordelijk te stellen voor hun daden, of te garanderen dat toekomstige generaties toegang hebben tot historische feiten. Het harde bewijs van de waarheid verdwijnt in een zwart gat.”

Volgens Dr. Brad Williams, die geheimhouding in Japan onderzoekt, wordt een nieuwe wet nodig geacht. „Japan is in het verleden bekritiseerd als een paradijs voor spionnen, deels wegens het gebrek aan een specifieke anti-spionage wet.” Maar hij ziet veel problemen in het wetsontwerp. „De dreiging van gevangenisstraf leidt tot de vrees dat journalisten zich zullen laten intimideren en zullen afzien van onderzoek naar belangrijke kwesties, vooral van defensie en diplomatie.”

Toch protesteren de meeste kiezers nauwelijks. „De Japanse bevolking toont uitzonderlijk weinig interesse”, constateert politiek commentator Soichiro Tahara.

„Het gebrek aan discussie komt ook door de verzwakte politieke oppositie, meent Shuntaro Torigoe, een bekend presentator van televisienieuws. „Er is een enorm verschil met tien, twintig jaar geleden. We hebben nu een ‘monsterbewind’. Kiezers hebben een regering aan de macht gebracht die alles kan doen wat ze wil.”

Het protest lijkt tevergeefs. Andersdenkende oppositiepartijen worden genegeerd. Te klein voor tegenstand. Mogelijk wordt het voorstel deze week al aangenomen.