Nu die telefoon nog weg en straks even de afwas doen

De huishoudrevolutie is gestrand, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau Mannen besteden evenveel tijd aan gezinstaken als in 2005 Jonge vader Reinier Kist roept mannen op vaker in deeltijd te werken

foto hollandse hoogte

Redacteur Opinie

Toen ik een paar weken geleden boodschappen ging doen met mijn zoon, ontdekte ik dat de samenleving heel weinig verwacht van jonge vaders. Ik bestelde een broodje haring bij de viskraam tegenover de supermarkt. „Heb je papadag”, vroeg de verkoopster, verwachtingsvol knikkend naar mijn zoon in de buggy en de boodschappentassen. Ik antwoordde bevestigend, waarop de vrouw dolblij uitriep: „Wat goed!” Ik ben er vrij zeker van dat mijn vrouw nooit een compliment heeft ontvangen voor het hebben van een mamadag – het woord alleen al ontbreekt in de Van Dale.

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon had een vergelijkbare ervaring toen hij in de rij bij de supermarkt stond. „Je bent een enorm goeie vader, dat zie ik wel”, vertrouwde een vrouw hem toe. In Chabons essay Manhood for Amateurs, waarin hij het voorval beschrijft, concludeert de schrijver: „Het handige aan vader zijn is dat de historische standaard zo schrijnend laag is.”

Deze vraag blijft me sindsdien achtervolgen: waarom wordt er over vaders die wat meer tijd aan hun gezin besteden nog steeds gedaan alsof ze heel wat opgeven? En als de Nieuwe Man volgens het ideaalbeeld zowel een goeie baan heeft als voor de kinderen zorgt én zich niet schaamt om zijn eigen overhemden te strijken, waarom doen zo weinig mannen dat dan?

Vandaag blijkt uit nieuwe cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau dat het met de eerlijke verdeling tussen werk en huishouden nog steeds treurig is gesteld: mannen doen per week bijna twee volle werkdagen meer betaald werk dan vrouwen en besteden ruim twee keer zo weinig tijd aan het huishouden en de kinderen.

Het zijn deprimerende cijfers voor een land waar vrouwenemancipatie al veertig jaar op de agenda staat. Ze laten zien dat de meeste Nederlandse vrouwen nog steeds niet economisch onafhankelijk zijn. En ze tonen aan dat ook in de eenentwintigste eeuw het verrichten van betaald werk voor vrouwen minder normaal is dan voor mannen. Met die kennis in het achterhoofd is het niet verwonderlijk dat vrouwen nog steeds 18 procent minder verdienen dan mannen voor hetzelfde werk, en meer dan vier op de vijf topfuncties in het bedrijfsleven worden bekleed door mannen.

Het debat over vrouwenemancipatie viel de afgelopen jaren grofweg uiteen in twee kampen. Vrouwen als Facebook-directeur Sheryl Sandberg vinden dat hun seksegenoten harder hun best moeten doen en tegen vooroordelen moeten strijden. Vrouwen als Anne-Marie Slaughter en NRC-columnist Marike Stellinga betogen dat het de eigen keuze is van vrouwen om minder hard te werken: laat ze lekker keuvelen als ze dat willen. Wie zijn we vergeten in die discussie? Oh ja, hij is er ook nog: de man.

Wat als mannen wat vaker zonder te morren huishoudelijke taken op zich zouden nemen? Wat als de samenleving wat meer zou verwachten van vaders, in plaats van hen te feliciteren als ze een papadag per week op zich nemen? Als mannen wat vaker de stofzuiger pakken, wat regelmatiger luiers verschonen en zich wat minder zouden uitsloven op hun werk, dan komt er voor vrouwen meer tijd vrij om te werken.

Niet dat er de afgelopen decennia helemaal geen revolutie heeft plaatsgevonden achter het aanrecht en in de kinderkamer. Nederlandse mannen besteden sinds 1975 gemiddeld 4 uur meer tijd per week aan het huishouden en de zorg voor het gezin. Dat lijkt niet veel, maar het is een stijging van 50 procent. Vrouwen zijn in die periode 30 procent minder tijd aan deze taken gaan besteden.

Het slechte nieuws is dat deze huishoudrevolutie sinds 2005, half voltooid, tot stilstand is gekomen. En dat lijkt iets meer te liggen aan de mannen dan aan de vrouwen. Die laatsten besteden sinds 2005 twee uur minder aan het huishouden. Maar de mannen zijn niet vooruit te branden: bij hen is de hoeveelheid tijd besteed aan werk en gezinstaken de laatste dertien (!) jaar nauwelijks een procentpunt veranderd.

Dat mannen maar mondjesmaat huishoudelijke taken van vrouwen overnemen, is een wereldwijde trend en er zijn talloze oorzaken voor aangedragen. Soms wordt er gezegd dat vrouwen nu eenmaal van nature zorgzamer en opruimiger zijn. Al snel komt dan de oertijd om der hoek kijken. Mannen waren jagers, vrouwen zorgden voor de kinderen en het huishouden. Leuke theorie, maar archeologen hebben er geen greintje bewijs voor gevonden. De culturele oorzaak is plausibeler: vrouwen worden vaker (meestal door andere vrouwen) afgerekend op een slordig huis, bij mannen is het vaak volkomen geaccepteerd als zij de afwas drie dagen laten staan.

Dat vrouwen nog steeds geacht worden primair de zorg voor de kinderen op zich te nemen is ook diep verankerd in ons collectieve bewustzijn. Scholen zijn nog steeds alleen op zoek naar ‘voorlees- en knutselmoeders’. Of heb je weleens een luierreclame gezien zonder moeder? En probeer maar eens een babyboek te vinden dat niet is geschreven door een vrouw en waar geen tuttige tekeningen in staan. Laatste voorbeeld: je kunt tegenwoordig met je baby naar de bioscoop, maar dat initiatief heet cinemom. Misschien ben ik overgevoelig voor dit soort dingen, maar ik voel me daar dus door gediscrimineerd.

Die culturele stigma’s worden ook nog eens bekrachtigd door beleid. Nederlandse vrouwen hebben recht op 16 weken betaald zwangerschapsverlof, mannen twee dagen. Is het dan nog verwonderlijk dat vrouwen in de mommy trap vallen? Nog zo’n voorbeeld: partneralimentatie gaat na een scheiding bijna altijd naar de vrouwen, maar liefst twaalf jaar lang. Is het dan gek dat vrouwen tijdens het huwelijk genoegen nemen met een half baantje, als ze na dat huwelijk jarenlang op de zak van hun ex kunnen teren?

De hardnekkige stigma’s over wie de kost verdient en wie voor de kinderen zorgt manoeuvreren vrouwen in een ondergeschikte positie. Maar je kunt je ook afvragen of ze wel zo goed uitpakken voor het ‘sterke geslacht’. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat in bijna alle leeftijdscohorten vrouwen meer vrije tijd hebben dan mannen, omdat mannen significant meer tijd besteden aan betaald werk. Anders gezegd zijn vrouwen misschien wel economisch afhankelijk van mannen, maar ze krijgen daar drie bonussen voor terug: meer tijd voor leuke dingen, ze brengen meer tijd door met hun kinderen, en ze hoeven minder hard te werken. Onder ouders met jonge kinderen is dit verschil het grootst: jonge vaders besteden 62 uur per week aan werk, huishouden en de kinderen, vrouwen 53.

Het is daarom uiteindelijk voor beide geslachten beter als mannen de laatste stap zetten in de vrouwenemancipatie. Gasten, ga parttime werken, pak wat vaker die stofzuiger en doe alsjeblieft niet alsof het hebben van een papadag heel bijzonder is.