Nederlandse pensioenen hoger dan in andere OESO-landen

Foto ANP / Roos Koole

De pensioenen liggen in Nederland in verhouding hoger dan in elke andere ontwikkelde economie. Nederlandse gepensioneerden krijgen in de regel 91,4 procent van het loon dat ze gemiddeld tijdens hun loopbaan verdienden. Dat stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een vandaag gepubliceerd rapport.

Het Nederlandse pensioen ligt daarmee fors hoger dan het gemiddelde in de 34 landen van de OESO, dat op 58 procent van het middelloon ligt. In de landen van de Europese Unie ligt dat niveau met zestig procent weliswaar iets hoger, maar nog fors onder de pensioenen die Nederlanders krijgen. De gemiddelde pensioenuitkering bedroeg vorig jaar volgens de OESO voor een alleenstaande 13.713 euro per jaar, voor een stel was dat 19.130 euro per jaar.

Ook houden Nederlanders in verhouding het meeste over van hun pensioen. Na aftrek van belasting resteert volgens de onderzoekers gemiddeld genomen een bedrag dat bijna vier procent hoger ligt dan wat ze verdienden toen ze nog werkten. In de andere OESO-landen ligt dat dertig procent lager en in de Europese Unie 27 procent.

De relatief hoge pensioenen maken dat er in Nederland amper ouderen zijn die onder de armoedegrens leven, stelt de denktank. Slechts 1,4 procent van de Nederlandse gepensioneerden bevindt zich onder die grens, tegen een kleine dertien procent in de andere rijke landen die de OESO onderzocht. Nederland is dan ook het OESO-land met de laagste armoede onder 65-plussers.

De OESO stelt verder dat de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in landen noodzakelijk is om het pensioen betaalbaar te houden. De organisatie wijst ook op een dreigende pensioeninkomenskloof tussen mannen en vrouwen.