Meer studenten, minder banen, moeilijker werk

Hoewel de kans op werk slinkt, neemt het aantal gediplomeerde journalisten toe. Overlevingstip: specialiseren en digitaliseren. En zorg voor een lange stage; het meeste leer je immers op de werkvloer.

‘Van de twintig mensen in mijn klas kan ik tien mensen opnoemen die het niet gaan redden.’ De hbo-student journalistiek op de bijeenkomst ‘Journalist in opleiding’ woensdag in Amsterdam, is pessimistisch: ‘De helft van mijn klasgenoten vindt geen baan als journalist.’ Nu werkt nog 60 procent van de hbo’ers journalistiek binnen anderhalf jaar op niveau. Vroeger, zegt hij, konden die mensen rustig doorstuderen en hun diploma halen. Met genadezesjes, zoals een docent het noemt in Amsterdam: „De studenten moet eerlijk worden gezegd: jij redt het niet. Alleen de uitblinkers breken door.”

Welke vaardigheden moet de nieuwe generatie journalisten beheersen om te slagen? En leren ze die nog wel op de opleidingen? Nee, concludeert René van Zanten van het Stimuleringsfonds voor de Pers dat het symposium over innovatie in het journalistieke onderwijs organiseerde. „Er moet iets veranderen. We moeten grote, dappere stappen durven zetten. De tijd van kleine pasjes is voorbij.”

De banen liggen niet voor het oprapen in de media. Volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is de werkgelegenheid alleen al in de dagbladjournalistiek de afgelopen jaren gedaald met ruim 30 procent.

Toch waren er nog nooit zoveel opleidingen journalistiek, media en communicatie. „Veel jongeren willen graag ‘iets’ doen met journalistiek”, zegt lector Piet Bakker van de Hogeschool Utrecht. „Wij kunnen elk jaar driehonderd nieuwe studenten plaatsen. Er melden zich meer dan twee keer zoveel mensen aan.” De master journalistiek en media aan de Universiteit van Amsterdam heeft dertig plaatsen, maar is vier tot vijf keer overtekend.

De meeste opleidingen leiden op voor de WW, zeggen sceptici. En de concurrentie van bloggers, twitteraars en andere digitale publicisten. „Waarom zou ik een journalist opleiden, als iedereen tegenwoordig journalist kan zijn”, stelt Margo Smit van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) half schertsend. „We weten niet wat er op ons afkomt.”

De journalistiek is dubbel zo ingewikkeld geworden in de digitale wereld, stelde de Amerikaanse gastspreker Eric Newton van de Knight Foundation, het grootste persfonds in de VS dat miljoenen dollars subsidie geeft aan journalistieke initiatieven. „Het is niet langer genoeg om een goede journalist te zijn. Je moet ondernemen, computerprogramma’s schrijven, verhalen vertellen, je eigen community beheren op sociale media.”

De opleidingen moeten beter aansluiten bij de praktijk, vooral de digitale praktijk, zegt ook Gert-Jaap Hoekman, hoofdredacteur van NU.nl. „Wij krijgen nu vaak stagiairs die daar weinig vanaf weten. Dat valt ze ook niet altijd aan te rekenen: ze krijgen les van mensen die het vak niet snappen. Soms hebben we zoveel werk aan een stagiair dat we ons afvragen of het de moeite nog loont.”

Sommige docenten stammen inderdaad uit de tijd dat je slechts één deadline per dag had, erkent Margo Smit (Groningen). „Maar er zijn veel collega’s die ook journalist zijn.” Iets anders zouden studenten niet meer accepteren, zegt ze. „Als uw enige wapenfeit is dat u zeventien jaar geleden op de redactie van kerk en samenleving van Trouw zat, zeggen ze dan, wie bent u dan om mij het vak te leren?”

Louter opleiden voor de arbeidsmarkt van dit moment is niet wijs, vindt Nico Drok, „al 33 jaar verbonden aan de school in Zwolle”. „Dat is niet innovatief. Je moet een extra slagen maken.” Hij werkt onder meer samen met de regionale krant De Stentor aan het project MijnZ om jongeren die geen krant lezen te interesseren voor nieuws uit Zwolle en omgeving.

Het journalistieke onderwijs zou minstens twee taboes moeten slechten, klonk het woensdag in Amsterdam. Ten eerste: de selectie moet strenger, niet alleen aan de poort maar ook gedurende de opleiding. Zie de opmerkingen van de student. En ten tweede: opleidingen moeten specialiseren. De hogescholen en universiteiten hebben weliswaar een regionale functie, maar zij zouden zich sterker moeten concentreren op een beperkt aantal richtingen. „We moeten beter kijken hoe de opleidingen bij elkaar passen en elkaar kunnen aanvullen”, aldus Hille van der Kaa. Zij is docent datajournalistiek in Tilburg. „Wij leveren samen te veel dezelfde generalisten op.” Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek in Groningen vult aan: „De journalist van nu moet een specialist zijn. Hij moet veel weten van een bepaald thema. Alleen zo kan hij waarde toevoegen aan het nieuws.”

Hoe dat moet, leer je eerder in de praktijk dan op een school. Maar gewone stages zijn te kort en te beperkt, stelt Eric Newton van de Knight Foundation. Hij pleit voor ‘teaching hospitals’. Ziekenhuizen laten studenten geneeskunde langere tijd meewerken en onderzoek doen naar bijvoorbeeld nieuwe medicijnen of behandelingen, onder begeleiding van ervaren artsen. Zo moeten ook jonge journalisten in het diepe worden gegooid. Het verschil met het lopen van stages is dat in een teaching hospital zowel bedrijven, onderzoekers en scholen samenwerken met de studenten. „Learning by doing”, zegt Newton, „is de enige manier om de journalist van de toekomst op te leiden.”