Column

Kapper

Ik had beloofd om dozen van zolder naar de schuur te sjouwen. Nadat ik in de Intercity richting het ouderlijk huis wederom voor Peter te Bos, de ruim twintig jaar oudere zanger van Claw Boys Claw werd gehouden, besloot ik in Velp naar de kapper te gaan. Mijn bejaarde moeder juichte dit besluit toe en diepte uit een la een kortingscoupon op van haar favoriete salon, een zaak waar ze haar al jarenlang hetzelfde knipten.

Velp, een toevluchtsoord voor welgestelde bejaarden – meer dan de helft van de bevolking is er bejaard – is ruim voorzien van kapsalons, de een nog ingewikkelder dan de ander.

Deze kapperszaak werd gerund door Hans en Juliette, een zonnebankbruin duo. Juliette ging een kopje espresso voor me zetten, terwijl Hans, een man met veel goud om armen en polsen, even verderop als een vlieg rondom een oudere vrouw drentelde. Af en toe plotseling stoppend om totaal onverwachts een krul weg te knippen.

Er volgde een kort ‘intakegesprek’ met Juliette onder het genot van een kopje espresso.

We keken samen in de spiegel.

Ze vroeg wat ik zag.

En daarna wat ik wilde zien.

Op mijn grapje ‘een ander hoofd’ werd serieus gereageerd, hetgeen me niet voor haar innam. Ze begon aan een riedel waaruit ik concludeerde dat ‘een mooie binnenkant’ vaak leidde tot een stralend uiterlijk.

Dat was dan zo’n beetje de formule waarmee het echtpaar en hun assistentes al ruim dertig jaar bejaarden bedonderden. Gelukkig was ik nog niet dementerend. We hadden elkaar niet zoveel meer te zeggen. Juliette bekeek mijn hoofd nog een paar keer van opzij, zuchtte en zei: „We gaan er iets moois en passends van maken.”

Ik belandde in de stoel naast de stoel van de bejaarde. Hans had haar zojuist onder de droogkap gestopt. Het gesprek werd luid pratend voortgezet.

Hans: „Is het niet te war-rem?”

- „Waa-aat?”

Hans: „Heeft u het warm?”

De bejaarde vrouw stak een duim omhoog.

Even later zei ze: „Ik ben weleens bang dat ze me pas laat vinden. Als ik allang dood ben, net zoals die man in Rotterdam.”

Hans wuifde het probleem met beide handen weg.

Hoefde niet.

Hans: „U heeft volgende maand toch weer een afspraak?”

- „Jaaa.”

Hans: „Als u niet komt bellen we gewoon de politie.”

- „Fijn.”

Juliette tegen mij: „Dat doen we echt!”

Toen ik een kwartier later naar buiten liep, zag ik eruit als Hans Kazan.