Column

Iraniërs maken zich geen illusies

Met mijn rode hoofddoek om ben ik de afgelopen tien dagen met bussen en taxi’s door Iran gereisd. Vorig jaar was ik er ook en ik durf te suggereren dat de sfeer in de islamitische republiek meer ontspannen is, nu de provocerende president Ahmadinejad heeft plaatsgemaakt voor Hassan Rohani. Ik geef onmiddellijk toe dat mijn vergelijkend onderzoek heel beperkt was en volstrekt niet representatief. Maar niettemin.

Internationaal is het dit weekeinde gesloten interim-akkoord over het Iraanse nucleaire programma een teken van normalere verhoudingen. De Iraniërs binden een beetje in; Rohani is bovendien een keurige man die aanzienlijk gematigder taal gebruikt dan zijn voorganger. Toon is heel belangrijk. Ahmadinejad maakte met zijn uitspraken op zijn zachtst gezegd niet de indruk dat met hem zaken te doen vielen.

Maar ik wilde het niet over de internationale politiek hebben, maar over de Iraniërs zelf. Een voorbeeld. Onder het sterretjesplafond van een duistere koffiebar aan de Kaspische Zee zat een gitarist Spaansachtige songs in het Farsi te zingen – terwijl het de islamitische rouwmaand Moharram was, waarin levende muziek uit den boze is! In een belendend strandrestaurant struikelde je over de schoothondjes met behulp waarvan jonge mannen en vrouwen een goede flirt opbouwden. Honden zijn onrein, ook als het kleintjes zijn!

En overal knoopten mensen een praatje aan. Iedereen die wel eens naar Iran is geweest, repliceert nu dat Iraniërs altijd gastvrij zijn, en bereid je te helpen. Dat weet ik ook best, maar sinds Ahmadinejad in 2005 aan de macht kwam, waren ze op hun hoede. Alsof permanent de geheime politie om de hoek stond te luisteren. Dit keer wilde iedereen graag zijn mening geven over de problemen van het dagelijks leven en over de regering.

Van buiten ziet het er redelijk goed uit in Iran, ondanks de economische sancties die het regime moeten dwingen zijn nucleaire programma bij te stellen. Dat komt onder andere doordat China de olie die het afneemt in infrastructurele werken betaalt. Maar de economie is door de sancties een drama. De verkoop van personenauto’s is het afgelopen jaar met bijna 50 procent teruggelopen. En mijn gesprekspartners, jong en oud, klaagden over de enorme en nog groeiende werkloosheid.

Maar wat me het meest opviel, was dat eigenlijk niemand in de nieuwe president geloofde. Ja, ze hadden op Rohani gestemd, en ja, de sfeer was meer ontspannen, bevestigden ze. Maar ze verwachtten niet dat er écht iets zou gaan veranderen. Het systeem, hè.

Dat was de eerste jaren na de verkiezing van de ook gematigde president Khatami in 1997 wel anders. Mensen waren er toen van overtuigd dat de conservatieve geestelijkheid en haar civiele medestanders konden worden teruggedrongen en dat werkelijke democratisering mogelijk was. Nu niet. De opperste leider en zijn factie waren toen uiteindelijk te sterk, en zijn dat nog steeds. Zo zonde van een prachtig land.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt iedere dinsdag de feiten van de hypes.