Honduras, gewelddadig en arm, wil geen verandering

Hondurezen vrezen nóg meer problemen bij koerswijziging

Kiezers in het arme en gewelddadige Honduras hebben de regerende Nationale Partij voor nog een termijn gekozen, ook als is het land nog armer en gewelddadiger is geworden onder de vertrekkende president, Porfirio Lobo.

Deze op het eerste gezicht verrassende uitkomst illustreert de bange stemming in het Midden-Amerikaanse land. Een groot deel van de bevolking heeft kritiek op de economische bezuinigingen van de Nationale Partij en de gefaalde bestrijding van het drugsgeweld, waardoor Honduras is uitgegroeid tot het gevaarlijkste land ter wereld.

Maar een nog groter deel van de bevolking vreest dat een koerswijziging nog meer problemen zal veroorzaken. In een land van 8,5 miljoen inwoners waar dagelijks twintig moorden worden gepleegd, is het moeilijk om te stoppen met de strategie om geweld te bestijden met harde repressie – ook al waarschuwen onder andere de Verenigde Naties dat het beleid niet werkt.

De conservatieve Juan Orlando Hernández (45) haalde zondag 34 procent van de stemmen namens de Nationale Partij. Het kiescomité zei gisteren dat het verschil met de andere presidentskandidaten „beslissend” is, ook al zijn nog niet alle stemmen geteld.

De ‘kandidaat van de verandering’, Xiomara Castro, werd tweede, met 29 procent. De 54-jarige Castro, van de linkse partij Libre, was van plan de grondwet te hervormen om de arme meerderheid in Honduras meer macht te geven.

Maandenlang ging Castro aan de leiding in de peilingen, zij het met een nipte marge. Maar Hernández beleefde in de laatste weken van de champagne een opleving. Zijn belofte om „al het mogelijke te doen” om het geweld aan te pakken, gaf de doorslag.

Hernández was tot voor kort voorzitter van het Congres. Hij zorgde ervoor dat de militaire politie op patrouille werd gestuurd in de gevaarlijkste delen van het land. Castro’s voorstel om de lokale politie te versterken stak daarbij zwak af.

Beide kandidaten zochten naar een alternatief voor de nationale politie, die wordt beschuldigd van corruptie en moord. Minder dan een kwart van de bevolking van Honduras gelooft dat de politie hen beschermt tegen geweld, blijkt uit een recent VN-rapport. De meerderheid denkt zelfs dat de politie betrokken is bij misdaad.

Maar tegelijkertijd blijkt uit hetzelfde VN-rapport dat er vrijwel nergens in Latijns-Amerika zoveel steun is om met „ijzeren vuist” op te treden tegen het geweld. Dat verklaart de populariteit in Honduras van de militaire politie van Hernández.

Economie was een net zo belangrijk verkiezingsthema. Honduras is meegesleept in de crisis in de Verenigde Staten, de grootste afnemer van zijn textielfabrieken. De keuze voor Hernández betekent doorgaan met de partijkoers van forse bezuinigingen, ook al zijn hierdoor armoede en ongelijkheid gestegen.

Xiomara Castro had juist een linkse economische politiek gewild, met hulp voor de armen. Maar de angst was te groot dat haar man, oud-president Manuel Zelaya, over haar schouder mee zou regeren. Zelaya werd in 2009 afgezet in een coup, met steun van zijn eigen partij. Gevreesd werd dat hij Honduras een radicaal linkse koers zou geven, à la Venezuela.